De Frysk Nasjonale Partij is overbodig geworden

Overal in Europa is sprake van opkomend nationalisme, dat in vrijwel alle gevallen een desintegrerende werking heeft. Hoe is dat in ons eigen land waar wij in Friesland ook een nationalistische partij kennen: de Frysk Nasjonale Partij (FNP)?

De wortels van de FNP liggen in de strijd voor het behoud van de Friese taal en de Friese cultuur, wat dat laatste ook moge zijn. Op zich een respectabele doelstelling. Voor veel Friezen is Nederlands nu eenmaal een vreemde taal.

De toekomst van de Friese taal ziet er niet rooskleurig uit. Het Fries is vooral een plattelandstaal en wordt door een oprukkende verstedelijking bedreigd.

De strijd voor het behoud van de Friese taal en cultuur is geen monopolie van de FNP. Ook de andere politieke partijen hebben daarover duidelijke opvattingen en menig voorvechter van de Friese taal en cultuur komt uit die andere partijen. Een duidelijk voorbeeld is de legendarische Fedde Schurer, lid van de PvdA.

Dit beeld maakt de legitimatie van de FNP - die ongeveer vier procent van het Friese kiezersvolk trekt en een uitgesproken plattelandspartij is - er niet eenvoudiger op. Bovendien kan men zich afvragen of het bindende element van de eigen taal en cultuur voldoende basis is voor een breedgedragen politieke partij, die ook op andere terreinen een samenhangende visie moet kunnen tonen. Het ontbreken daarvan maakt het moeilijk om zich als aparte politieke partij te profileren.

Uit een recent onderzoek van de Thorbecke Academie naar de algemene politieke opvattingen van de leden van de FNP blijkt dat bij de laatste landelijke verkiezingen 24,9 procent op de PvdA stemde, 21,3 procent op D66, 16,1 procent op Groen Links, 14,8 procent op het CDA, 8,7 procent op de VVD en 2,6 procent op een kleine Christelijke partij. Behalve op het punt van de Friese taal en cultuur is het dus nauwelijks mogelijk op andere terreinen een consistent beleid te voeren. Een uitzondering daarop is het voortbestaan van de kleine plattelandskernen. Het Friese platteland heeft een hoog voorzieningenniveau en bij krimpende overheidsmiddelen is het onmogelijk dit overal te handhaven. Daarover ventileert de FNP soms weinig subtiele vergelijkingen met de dorpenvernietiging in Roemenië tijdens Ceaucescu.

Politieke profilering brengt een neiging tot het functioneren als "protestpartij' met zich mee om zo kiezers te binden met een beroep op nationale sentimenten. Bij gebrek aan aanwijsbare bestuurlijke fouten, uit dit "scoringsgedrag' zich dan in hele en halve verdachtmakingen waartegen bestuurders of gemeenteraadsfrakties zich moeten verdedigen. Bestaand beleid wordt afgekraakt, maar alternatieven worden zelden gepresenteerd.

Het aanzien van de politieke democratie leidt daar onder, zoals in Achtkarspelen met een relatief sterke FNP regelmatig valt te registreren. Jammer is ook dat de FNP, althans in Achtkarspelen, in haar strijd voor het behoud van de Friese taal en cultuur af en toe intolerante trekken krijgt. Verzoeken van concentraties niet-Friessprekende inwoners om hun wegen en steden Nederlandse namen te geven worden afgedaan met de zin: zij willen wonen in Friesland en dan passen zij zich maar aan. Dit geldt zelfs voor delen van de gemeenten die op de grens met Groningen liggen, waar nooit Fries werd gesproken. Als dergelijke intolerantie wordt verbonden met de wens van FNP-leden om de N van Nasjonale niet uit de partijnaam te halen, stemt dat niet vrolijk.

Waar de Friese taal en cultuur ook haar verdedigers binnen andere politieke partijen in Friesland vindt, is de FNP als politieke partij overbodig is. Het optreden van sommige vertegenwoordigers van de FNP schaadt zelfs het aanzien van de politieke democratie en vormt een belemmering voor het creëren van een draagvlak om op realistische wijze de grote problemen van Friesland en vooral ook het Friese platteland, tegemoet te treden.

    • Jan de Boer