De derde golf

DE NASCHOKKEN van de aardbeving die in september het Europese Monetaire Stelsel (EMS) op zijn grondvesten deed wankelen, hebben dit weekeinde het Iberisch schiereiland bereikt. De Spaanse peseta en de Portugese escudo zijn gedevalueerd met zes procent ten opzichte van de overige munten in het Europese wisselkoersmechanisme. Technisch is de koersaanpassing van de Iberische munten beter verlopen dan de chaotische paniek waarmee half september de spanningen in het EMS werden aangepakt. Eerst devalueerde toen de lire, daarna devalueerde eveneens de peseta en verdwenen de lire en het pond uit het wisselkoersmechanisme. Kennelijk hebben de monetaire autoriteiten de les geleerd dat ze slagvaardig moeten optreden om speculatieve dwaasheden te voorkomen, ook al zal de komende dagen moeten blijken of het verstandig was het Ierse punt en de Deense kroon dit weekeinde ongemoeid te laten.

NIETS WIJST erop dat met deze derde herschikking in tien weken tijd het EMS de stabiliteit heeft herkregen die het de afgelopen vijf jaar ogenschijnlijk bezat. Die stabiliteit verhulde de toenemende kloof tussen landen die hun munten aan elkaar hadden gekoppeld met handhaving van uiteenlopende inflatiepercentages. Iedere Nederlandse toerist merkte in Italië, Spanje of Groot-Brittannië dat de gulden garant stond voor een peperdure vakantie. Dat maakte aanpassingen vroeg of laat onvermijdelijk, want in een gemeenschappelijke markt zijn vaste wisselkoersen zonder een vergelijkbaar prijsniveau op den duur onhoudbaar. In de ban van het Verdrag van Maastricht, dat één Europese munt in het vooruitzicht stelt, waren vooral de politieke leiders van de EG deze vanzelfsprekendheid vergeten.

De schade die door de crisis in het EMS is aangebracht is enorm. De lire en het pond staan voor onbepaalde tijd buiten spel en andere munten hebben afgehaakt van de kerngroep rondom de D-mark. Bovendien worden de tekortkomingen van de monetaire unie scherp geëtaleerd. Ongelijksoortige economieën zijn niet probleemloos in het keurslijf van vaste wisselkoersen te persen. De problemen kunnen bestaan uit kostbare verdediging tegen speculatie, uit extreem hoge rente of uit een hardnekkige recessie. Voor een combinatie van deze factoren zijn de landen die de stabiliteit van hun wisselkoers hebben losgelaten, gezwicht.

DE EUROPESE Gemeenschap staat voor grote verdeeldheid. Het perspectief van Maastricht, dat zoveel mogelijk landen afstevenen op één munt, is feitelijk losgelaten. De ratificatie van Maastricht is onzeker en is in ieder geval een jaar verschoven doordat Denemarken en Groot-Brittannië dwarsliggen zonder dat andere lidstaten daarop enige greep hebben. Op landbouwgebied oefenen elf EG-landen enorme druk uit op Frankrijk om niet te zwichten voor de komende boerenoorlog maar te kiezen voor een GATT-akkoord met voordelen voor de wereldhandel. Van de Duitse Bundesbank, die de sleutel voor het Europese rentebeleid in handen heeft, wordt gevraagd dat deze meer oog heeft voor de Europese recessie die zich aftekent.

De aanpassingen van de peseta en de escudo in het weekeinde waren daarom meer dan een geslaagde technisch-monetaire ingreep. Ze vormden ook een volgende stap naar de scheiding in de EG tussen "harde' en "zachte' munten. Dat maakt in een economisch moeilijke periode de politieke problemen van de EG alleen maar groter.