Bewapend gras weerstaat sliding

Voetballers verafschuwen kunstgras. Trainen op kunststof moet soms omdat een club te weinig velden heeft, maar wedstrijden willen ze er niet op spelen. Het lijkt wel zaalvoetbal. De balsnelheid ligt hoger, de bal stuitert anders, een lange bal schiet door en wordt onberekenbaar. Bij een sliding schaaft en brandt het kunststof de huid.

Voetballen hoort op gras, op gewoon gras, op natuurgras. Daarop schaven en bikkelen de spelers, banjeren ze na een regenbui door plassen en modder, bevlekken ze hun witte broekjes met groene en bruine vegen.

In Engeland hebben ze het geprobeerd. Plastic. Maar twee jaar geleden dwongen de topclubs de Engelse bond om kunstgras te verbieden voor wedstrijden in de eerste divisie. Queens Park Rangers en Luton Town moesten het plastic weer vervangen door plaggen.

In andere sporten is kunstgras wel geaccepteerd. Bijna alle hockeyclubs spelen op een (goedkoop) met zand bestrooid veld of op een (duurder en beter) met water besprenkeld veld. De overdekte baseball- en American football-velden in de Verenigde Staten zijn van kunststof.

Ook de markt voor voetbalvelden lokt. In Scandinavië en in het Midden Oosten liggen enige tientallen velden van ouderwets kunststof. Maar de techniek schrijdt verder. De gemeente Den Bosch heeft de primeur binnengehaald van een nieuw systeem. Op het sportpark De Vliert, vlak naast het stadion met het hoofdveld, groeit de grassmaster. Het is een produkt van het bedrijf Desso Synthi-Grass uit Oss, dat al tweeëneenhalf jaar in het hoogste geheim aan zijn vinding werkt. In april is het klaar. De profvoetballers van FC Den Bosch gaan er op trainen, de amateurs zullen er wedstrijden op spelen.

De oplossing die de grassmaster biedt is geniaal in zijn eenvoud. Willen voetballers gras, dan kunnen ze dat krijgen. Wil de beheerder van de sportparken, meestal de wethouder van financiën, een kunstig ontworpen en intensief bespeelbaar veld, dan krijgt hij dat. Het lijkt een gewoon veld. Het is bewapend gras. De grassprieten reiken 3,5 centimeter de lucht in, de miljoenen met het gras verweven kunststof vezels beginnen twintig centimeter onder de grond en steken slechts 1,5 centimeter boven de aarde uit.

In het zand worden eerst de kunststof vezels geïnjecteerd. Die worden in v-vorm in de bodem verankerd. Daartussen wordt het gras gezaaid. Een paar maanden later is het veld bespeelbaar. De vezels beschermen de groeipunten van de grassprieten op de rand van bodem en lucht. En ze beschermen de aarde tegen het wringen en schuiven van voetballende benen en schoenen. Waar op een gewoon veld het sprietje knakt of breekt, groeit niets meer. Elders rijzen dan de pollen. Waar de aarde verschuift onstaan de hobbels die vlak voor het afstandsschot de bal de verkeerde kant op laten stuiteren. Maar op de grassmaster is het gras stabiel.

De grassmaster is getest door de Nederlands Sport Federatie. De martelwerktuigen op het proefterrien van de NSF op Papendal bewerkten het veld in één jaar achthonderd uur. Tientallen stalen noppen op zware walsen simuleerden twee springende elftallen bij een hoekschop. Een schuifapparaat imiteerde de sliding. En het veld bood weerstand. Aan het einde van de experimenten stond nog vijfenzeventig procent van het gras overeind. De KNVB hanteert voor wedstrijden een criterium van zestig procent.

Een kunstgrasveld is onbeperkt bespeelbaar, een gewoon veld ongeveer 250 uur per jaar, de grassmaster, zo zegt de fabrikant, ongeveer 900 uur per jaar. Dat kan de komende jaren belangrijk worden. Veel gemeentes zouden hun sportverenigingen graag een aantal velden ontfutselen, om daar huizen neer te zetten. Mocht het veld in Den Bosch aan de verwachtingen voldoen, dan hoopt de fabrikant er in Nederland en Duitsland de komende vier jaar nog tachtig neer te leggen.