Bach onder Haenchen als bedachtzame godsdienstoefening

Concert: Nederlands Kamerorkest en Nederlands Kamerkoor o.l.v. Hartmut Haenchen. Solisten: Venceslava Hruba-Freiberger, sopraan, Jard van Nes, alt, Martin Thompson, tenor, Siegfried Lorenz, bas.

Programma: J.S.Bach, Cantate "Ach Gott, wie manches Herzeleid' BWV 58; Penderecki, Agnus Dei; C.P.E.Bach, Magnificat in D groot.

Gehoord: 21/11, Concertgebouw, Amsterdam. Herh.: 23/11 Den Haag, 25/11 Utrecht.

Terwijl dirigent Hartmut Haenchen in het Muziektheater druk doende is het goddeloze kunstenaarsbestaan van Puccini's La Bohème vorm te geven (de première is op 30 november), treedt hij tussendoor op met het Nederlands Kamerorkest en het Nederlands Kamerkoor in een programma met louter religieuze muziek.

Aan Haenchens daden te oordelen is hij een man van uitersten. In Frankfurt verraste hij het publiek onlangs met een collage bestaande uit om beurten een deel uit een Haydn symfonie en een deel uit Anton Weberns Fünf Stücke op. 5. Zaterdagavond trakteerde hij het Amsterdamse publiek op een ouderwetse "sandwich': J.S.Bach en zoon Carl Philipp Emanuel met de hedendaagse Poolse componist in hun midden. “Een confrontatie van meer stijlen kan verhelderend en verfrissend werken”, zegt Haenchen in een interview. Die mogelijkheid wordt in het concertbedrijf dagelijks getoetst, want in haast ieder concert worden stijlen met elkaar geconfronteerd. Maar het werkt slechts dàn verfrissend wanneer een duidelijke visie de tegenstellingen of de overeenkomsten onthullen.

Het concert van zaterdag onthulde weinig essentieels, noch over vader en zoon Bach, noch over Penderecki. Uiterst verzorgd en op hoog technisch niveau werd er gemusiceerd, de grote kwaliteiten van het Kamerkoor en het Kamerorkest werden wederom bewezen en de solisten vervulden hun rol adequaat. Toch bleef de uitvoering in degelijk vakmanschap steken en werd men zelfs niet geraakt door de schreeuw van het koor op het woord "zonden' in Penderecki's Agnus Dei. Bij Bach volgt Haenchen de route van een veilig gemiddelde: fraseringen uit het repertoire van de historische uitvoeringspraktijk, levendige tempi en een modern instrumentarium. Kortom, hij werkt met dezelfde ingrediënten als Nikolaus Harnoncourt, maar terwijl Harnoncourt, dramaticus in hart en nieren, altijd een essentieel aspekt van de muziek blootlegt, wekt Haenchens Bach de indruk van een bedachtzame godsdienstoefening. Alleen Jard van Nes zorgde af en toe voor werkelijke intensiteit.

Hopelijk gaat het Haenchen volgende week met Puccini beter af, want god behoede ons voor een verzorgde, bedachtzame Bohème!