Zonder VS geen oplossing voor de conflicten in ex-Joegoslavië

Afgelopen zomer, toen de media de gruweldaden in het voormalige Joegoslavië in volle omvang presenteerden, brak er algehele publieke verontwaardiging uit. Niet alleen in Nederland, maar ook in Duitsland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten pleitten velen voor militair ingrijpen. Politici citeerden de Britse minister van Buitenlandse Zaken Lord Chamberlain, die het in 1938 met Hitler op een akkoordje gooide en het geschil om Südentenland afdeed met “it's a quarrel about a faraway country, between people of whom we know nothing”.

Het verbale geweld werd niet omgezet in daden. Ruim honderd jaar later doet de uitspraak van Bismarck “de Balkan is het leven van een Pruisisch soldaat niet waard” nog steeds opgeld. Om de publieke opinie toch wat te sussen werd door de internationale gemeenschap, naast het besluit tot humanitaire hulpverlening, een reeks halve maatregelen getroffen. Zo zou het toezicht op de uitvoering van de economische sancties worden verscherpt, de zware wapens zouden onder controle komen, alle gevangenkampen moesten onmiddellijk worden gesloten en er werd een militair vliegverbod ingesteld. Sinds die tijd putten de Westeuropese landen zich uit in acties op die plaatsen waar niets gebeurt. De zware wapens staan nog niet onder controle, het vliegverbod wordt nog steeds geschonden en de etnische zuiveringen gaan gewoon door. Nu er bereidheid is enkele gevangenkampen te sluiten moeten de internationale hulpverleners bedelen om opvang. Lijdt het Westen aan geheugenverlies?

Na maandenlang van internationaal politiek gestuntel lijken de hulpkonvooien eindelijk op gang te komen. Voor vele tienduizenden Bosniërs zal het te laat zijn. De uitvoering van de voedseltransporten is echter alleen mogelijk als de strijdende partijen meewerken. Hiermee wordt Karadzic c.s. weer een extra chantagemiddel in handen gegeven. Immers wanneer niet aan hun eisen wordt voldaan, loopt de humanitaire hulpverlening en het VN-personeel gevaar. De president van Klein-Joegoslavië Cosic dreigde afgelopen week zelfs het Joegoslavische Volksleger in te zetten als de Kroaten hun aanval tegen Servische doelen in Oost-Herzegovina niet zouden stoppen. Van pogingen van Servische zijde om het geweld te stoppen en mee te helpen het conflict op te lossen is dus geen sprake.

De tot nu toe gevolgde internationale aanpak van het conflict is alleen verklaarbaar als het Westen zich zou hebben verzoend met de gedachte dat Bosnië verloren is. De uitspraken van de onderhandelaars Vance en Owen bewijzen echter het tegendeel. De vooroorlogse grenzen van Bosnië-Herzegovina kunnen niet met geweld worden gewijzigd. Duitsland is inmiddels diplomatieke betrekkingen met Bosnië aangegaan. Met deze symbolische daad wil men de Bosniërs moreel steunen en aangeven dat de territoriale integriteit van Bosnië onbetwistbaar is. Dergelijke maatregelen hebben weliswaar een politieke betekenis, maar leveren geen bijdage aan de oplossing van het conflict. Met de verkiezingen in Servië voor de deur moet de internationale gemeenschap de politieke, militaire en psychologische druk opvoeren.

Doel van de maatregelen moet zijn: 1) ongehinderde humanitaire hulp mogelijk maken, 2) voorwaarden scheppen voor een staakt het vuren en 3) uitbreiding van het conflict voorkomen. Ofschoon dergelijke voorstellen langzamerhand clichés worden, staan ze helaas nog niet boven aan de politieke agenda.

De uitgangssituatie voor de humanitaire hulpverlening is verre van optimaal. VN-eenheden bevinden zich verspreid over geheel Bosnië en kunnen door alle partijen als chantagemiddel worden gebruikt om hun doelstellingen te bereiken. Om te voorkomen dat men de komende maanden tot passiviteit wordt gedwongen en lijdzaam moet toezien hoe duizenden burgers van de honger en kou omkomen, moet een gedemilitariseerde zone worden ingericht. Door deze bufferzone (centraal Bosnië) worden de partijen gescheiden. Dit gebied kan als logistieke uitvalsbasis worden gebruikt om de steden te bevoorraden en het kan dienen als opvanggebied voor vluchtelingen.

Nu de winter invalt, zal het voor de Servische milities moeilijk worden om het veroverde terrein te behouden. Het moment is aangebroken om de politieke druk op te voeren. Als de VN de komende maanden niet benutten om een juiste politiek-militaire uitgangssituatie te creëren, dan loopt men het risico dat begin 1993 de gevechten in alle hevigheid oplaaien. In die situatie kan het somberste scenario werkelijkheid worden. Alle partijen zullen de wintermaanden gebruiken om versterkingen aan te voeren. De islamitische staten zullen hun steun aan Bosnië uitbreiden. Kroatië zal waarschijnlijk het VN-mandaat dat 1 maart aanstaande afloopt, niet meer verlengen en het met Servië op een (geheim) akkoordje gooien. In Kosovo en Macedonië zullen op grote schaal onlusten uitbreken en zo zal het conflict onbeheersbaar worden. Tot nu toe is het middel van psychologische beïnvloeding (radio- en tv-uitzendingen gericht op het oorlogsgebied, Klein Joegoslavië inbegrepen) nog niet toegepast. De Servische democratisch-georiënteerde oppositiepartijen verdienen echter de steun van het Westen.

De tot dusver genomen maatregelen hebben een oplossing van het conflict niet dichterbij gebracht. Het onvermogen van de Westeuropese landen de rijen te sluiten dwingt tot erkenning dat zij zonder Amerika niet in staat zijn de crisis te beheersen. Een krachtig Westeuropees appel op de VS om hun medeverantwoordelijkheid voor de veiligheid in Europa ook ná de Koude Oorlog na te komen, kan het conflict wellicht een andere wending geven. Ofschoon directe militaire betrokkenheid van de VS op korte termijn niet waarschijnlijk is, kan het opvoeren door Washington van de politieke en psychologische druk, zoals dat ook in het Golfconflict gebeurde, wel een bijdrage leveren. Daartoe behoort zeker ook een beroep op de Russische Federatie om via de Veiligheidsraad duidelijk te maken dat grotere militaire betrokkenheid onontkoombaar wordt.