Voettocht naar Parijs

Eind vorige eeuw kwam de uittocht uit Aveyron op gang. De inwoners van "het meest geïsoleerde departement van Frankrijk' waren al tientallen jaren gewend om over de grens te gaan werken.

In Catalonië waar ze 's zomers naar toe gingen, konden ze zich met hun "Occitaans' gemakkelijk verstaanbaar maken. Maar Parijs, de "lichtstad', werd later de nieuwe bestemming. ""Het was gemiddeld 23 dagen lopen'', vertelt Jean Valladier, directeur van de coöperatie Jeune Campagne in Laguiole. ""Op blote voeten, want de klompen of de schoenen, als ze men die al had, moesten bewaard worden om in de stad te kunnen leven.''

Nu wonen er meer Aveyronnais in Parijs (ongeveer 330.000) dan in Aveyron. Er is ook een kolonie in Argentinië en in San Francisco, ""maar daar horen we niet zo vaak meer van''. In Parijs begonnen ze als verkopers van water, brandhout en kolen, vaak met geleend geld van een familielid of een vriend die al een beetje was geslaagd, ""want Aveyronnais houden niet van banken''. Om het karige inkomen van hun echtgenoten te vergroten begonnen veel vrouwen een soort "eettentjes' op straat, met koffie, wijn en absinth. Daaruit kwamen bistro's voort waar Parijs al zo lang beroemd om is.

De namen van talloze "limonadiers' uit Aveyron zijn verbonden aan cafés en restaurants die een bijna mythische betekenis hebben gekregen in de artistieke, politieke en journalistieke geschiedenius van de Franse hoofdstad. De familie Cazes stichtte "Brasserie Lipp' en "Deux Magots', Lafon was de patron van "La Coupole', Boubal had "Café de Flore' tegenover Lipp aan de boulevard Saint-Germain des Prés, Damon was de baas van "Le Petit Journal'.

De Parijse Aveyronnais zijn enigszins vergelijkbaar met wat vroeger de Friezen in Amsterdam waren - als import-Amsterdammers met hun vrienschapsverenigingen toch vooral trouw aan hun afkomst. In Parijs zijn meer dan honderd van dergelijke Aveyronnaise verenigingen. De meeste "limonadiers' zijn aangesloten bij "De kinderen van Espalion in Parijs', een enigszins exclusieve club met als president Christian Régis van de "Bijou Bar', rue de la Chaussée d'Antin (IXe arrondissement).

De Costes (van Café Costes bij de Hallen) en de Cazes en al die andere "patrons' zien elkaar echter vooral 's zomers, in Espalion, een fraai stadje aan de rivier de Lot, dertig kilometer ten zuiden van Laguiole waar de hoogvlakte van Aubrac begint. In Espalion en omgeving hebben ze hun tweede huis, vaak oud familie-eigendom, maar uiteraard opgeknapt met het duurste graniet uit Bretagne en het zwaarste eikehout, en liefst ook met een Ferrari voor de deur. In augustus is Espalion de Rivièra van de Parijse limonadiers.

De hechte band tussen de Aveyronnais in de hoofdstad en die in Aveyron is wellicht een van de redenen dat dit verlaten deel van Frankrijk een ""sterk geloof in eigen kunnen heeft'', erkent Jean Valladier. En: ""Misschien is ons isolement wel ons voordeel geweest.'' Nu is Parijs tenslotte niet meer 23 dagen lopen, maar slechts een uur vliegen verwijderd. En het vliegtuig gaat dagelijks.