Voetenwerk

"Een goed gazon vergt meer werk per vierkante meter dan enig ander deel van de tuin.' Wat deze uitspraak werkelijk betekent, zoals iedereen weet die wel eens geprobeerd heeft onder minder dan optimale omstandigheden een gazon aan te leggen, is dat je een ongelofelijke hoeveelheid werk in een gazon kunt steken zonder dat het echt goed wordt. Het is de schuld van de Engelsen, die ons allemaal gehersenspoeld hebben met hun "immemorial greenswards', als fluweel om te zien en aan te raken, regelmatig gestreept als een zebrapad en volkomen onkruidvrij. Voor deze gazons, zeggen de legendes, en het moet wel waar zijn, is een perfecte ondergrond nodig, plus het juiste klimaat en honderd jaar werk. Als je naar je eigen grasperk kijkt, dat alleen maar in de verbeelding lijkt op het Engelse voorbeeld, besluit je om de onverschillige pose te kiezen: we hebben hier gewoon wat gras.

Zelfs dat is in ons geval niet helemaal waar. Sommige delen kunnen er mee door, maar in andere komt de binnenband er door, een kalende schedel waar het haar overheen is gekamd. Het gazon is de zwakste van het nest, ik kan me niet voorstellen dat ik enige andere plant die het zo slecht deed zou behouden, en toch ga ik met onverminderd optimistisme door tijd en moeite aan dat ondankbare gewas te besteden. Maaien is heel bevredigend - het ruikt lekker, het duurt niet lang en de hele tuin knapt er van op; ook strooi ik er 's zomers kunstmest over en 's winters stalmest; ik veeg de afgevallen bladeren op en verwijder de beukenootjes een voor een; ik wied en leg de door kinderen losgeschopte zoden weer teder op hun plaats. Als ik dat allemaal niet deed zou het er vermoedelijk nog veel slechter uitzien, maar van dankbaarheid nooit enig teken.

Maar nu ga ik daar verandering in brengen. Ik heb nu de enige essentiële handeling uitgevoerd die nog ontbrak: ik heb het gazon "belucht', met een soort van spietsen voorzien schoeisel. Ze hebben me geen cent gekost: uit pessimisme heb ik ze geleend, van een andere gewetensvolle gazon-eigenaar. Ze zien er uit als een slecht huwelijk tussen sneeuwschoenen en een fakir-bed; je bindt ze aan zoals schaatsen over je gewone schoenen - nooit over rubberlaarzen, adviseerde hun eigenaar - en hoe indrukwekkend het er ook uitziet, je ziet ook in één oogopslag dat ze niet ondergebonden zullen blijven.

Tuchtigen met die stekels is goed voor de tuin (en het bevredigt bovendien verdrongen sadistische verlangens); het belucht de grond, die door al die tennis- en croquetspelers ingeklonken is geraakt, en bevordert de vrije wortelgroei. De lengte van die spietsen is nog geen vijf centimeter; ik had ze me om een of andere reden langer voorgesteld, meer in de trant van satéstokjes. Hoe effectief ze waren bleek ogenblikkelijk toen ik ze onder bond en constateerde dat ik niet minder stevig geworteld was dan het gras zelf. Nog steviger in feite: toen ik er in slaagde één voet van de grond te krijgen kwam er ongeveer een vierkante voet gazon mee, zoals de suikerglazuur van een taart, een lelijke kale plek achterlatend. Was het niet een beetje onzinnig om zoveel moeite te doen voor iets dat maar zo provisorisch met de aarde was verbonden?

De poging de doorspietste zode van de ene voet los te pulken terwijl de andere daardoor nog steviger in de grond werd gedrukt, overtuigde mij dat God, als Hij gewild had dat wij met onze voeten gazons zouden beluchten, ons met intrekbare stekels zou hebben geschapen. Of Hij wilde dat wij überhaupt gazons zouden hebben is overigens nog de vraag. De hele operatie herinnerde mij aan Gerard Hoffnungs monoloog over de metselaar met de katrol en de bakstenen, het heeft iets van dezelfde onontkoombaarheid.

Maar tenslotte raakte ik op dreef, al voelde het als passen op de plaats maken in drijfzand. De techniek doet ook denken aan het scherpen van de nagels zoals katten doen, maar ik denk dat katten er meer genoegen aan beleven. Tergend langzaam vorder je over het gazon, bij elke voetstap 13 gaatjes achterlatend, soms de voeten aan elkaar spijkerend en de wormen de stuipen op het lijf jagend. Geen sprake van intussen op je gemak rondkijken en nieuwe beplantingen bedenken: even niet op je voeten letten en er is rampspoed geboren.

Na de eerste opwinding wordt het trouwens snel vervelend en je begint te zinnen op silly walks: de Groucho Marx-pas bijvoorbeeld, iets als schaatsen op een heel klein baantje, of het voetenwerk van Mohammed Ali; verder is er de Upper Class Twit (leidt tot ongelukken), de ganzepas, de beer op een hete plaat, de poes in de sneeuw.

Maar je kunt tenminste zien hoever je gevorderd bent: de spietsen maken niet alleen de grond luchtig, je prikt er ook alle bladeren mee op. Achter mij lag een brede baan van gras, ontdaan van alle ongerechtigheden; elke voet deed in feite het werk van 13 kleine vuilnismannetjes met prikstokken. Alleen raakten nu mijn prikkers zo vol met bladeren dat ze bijna niet meer de grond in gingen.

Een onmetelijk gevoel van deugdzaamheid is de beloning voor dit werk; als ik nu stierf zou ik prompt ten hemel varen. Of misschien niet zo prompt, met gazonprikschoenen aan zou zelfs Christus er moeite mee hebben gehad.

    • Sarah Hart