Vakbondsleden bij metaalbedrijven sceptisch over sociaal akkoord; Stekelenburg heeft het makkelijk, hij hoeft geen cao af te sluiten

ALBLASSERDAM, 21 NOV. De vakcentrale FNV ging vorige week akkoord met een loonpauze. De aangesloten vakbonden schroefden hun looneisen terug naar 2,5 en 3,25 procent. In oktober vernamen de leden nog uit de diverse bondskranten dat de looneis voor volgend jaar 4,5 procent zou bedragen. Sinds die tijd is er veel veranderd. Maar hoe leg je dat aan de mensen op de werkvloer uit?

Bestuurder F. Szablewsky van de Industriebond FNV heeft er het volgende op gevonden. Om de houding van de werkgevers te illustreren, schuift hij zijn stoel achteruit, legt zijn voeten op tafel, vouwt zijn armen over elkaar en trekt vervolgens een tevreden gezicht. “Zo hebben de werkgevers de afgelopen maanden gezeten”, zegt hij tegen de werknemers van de metaalbedrijven Bolnes en Wärtsilä in Krimpen aan de Lek.

De pakjes shag zijn zwijgend op de tafels in de kille kantine gelegd. Het is kwart over vier en de werkdag loopt ten einde. “De werkgevers hebben geen enkele positieve rol gespeeld en dat is logisch, want ze hebben geen belang bij uitbreiding van de werkgelegenheid”, voegt Szablewsky toe. Aan de andere kant van de formica tafels knikken vijftien mannen instemmend. “Werkgevers zijn niet te vertrouwen”, zegt een oudere werknemer. En Szablewsky beaamt: “Inderdaad, onze ervaring is dat ze niet te vertrouwen zijn.”

De houding van de overheid omschrijft Szablewsky als volgt: “Het kabinet strooit allerlei wilde verhalen rond. Alsof we in dezelfde tijd verkeren als toen de scheepsbouw naar de knoppen ging.” Zijn opmerking oogst wederom instemmend geknik. “Maar mannen, zo slecht gaat het niet. Al zijn we ons wel bewust van de problematiek.” Over de houding van FNV-voorzitter Stekelenburg is de districtsbestuurder kort. “Makkelijk praten, hij hoeft geen CAO af te sluiten.”

Ook de boodschap van werk vóór inkomen moet Szablonevsky "verkopen'. De FNV-bonden hebben besloten dat werkgevers en werknemers eerst voldoende afspraken over verbetering van de werkgelegenheid moeten maken. Daarna praten partijen pas over loonsverhoging. Zijn er goede afspraken over behoud van werk gemaakt, dan worden de lonen gematigd. Goed voor de verbetering van de kwaliteit van de samenleving, heet dat in FNV-kringen. Maar hoe leg je zo'n begrip uit?

De districtbestuurder heeft er over nagedacht. “Kijk, jullie hebben allemaal een baan. Maar anderen zitten zonder werk. Het gevolg is dat je straks alleen in de kroeg zit of met z'n tienen bij een optreden van Youp van 't Hek. Die andere mensen zijn immers werkloos en kunnen dat niet betalen. Dat is toch niet gezellig?” Weer knikken de mannen instemmend.

De ledenvergaderingen van de Industriebond FNV bij Bolnes en Wärtsilä vormen het begin van een hele reeks. Ondanks het feit dat de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) voor de metaal- en elektrotechnische industrie (200.00 werknemers) op 31 december afloopt en niet voor 1 maart 1993 mag worden vernieuwd, zijn de raadplegingen deze week van start gegaan. De districtsbestuurders die de bedrijven in moeten, hebben een harde kluif. Ze moeten oorzaak, uitkomst en gevolg van het centraal akkoord uitleggen.

De bestuurders van de Industriebond FNV hebben zich kennelijk voorgenomen de zaak zo eenvoudig mogelijk te houden. Szablonevsky houdt de volgende dag bij het staalbedrijf Nedstaal in Alblasserdam hetzelfde verhaal als bij beide metaalbedrijven in Krimpen aan de Lek. Ook bij Nedstaal legt hij de voeten op tafel en hekelt hij de houding van de overheid.

De leden bij Nedstaal zijn bereid om een procentje loon te laten liggen, mits daar goede afspraken tegenover staan. Een goed ouderenbeleid staat daarbij voorop. De regeling voor vervroegd uittreden - in de metaalindustrie Sum genoemd - moet worden verbeterd. En dat terwijl de kersverse voorzitter J.W. van den Akker van de werkgeversorganisatie FME in zijn jaarrede liet weten de regeling waarbij werknemers met een dienstverband van veertig jaar in de metaalindustrie vervroegd kunnen uittreden, te willen afschaffen.

Bij Bolnes en Wärtsilä is het inmiddels vijf uur geweest. Haastig stemmen de leden unaniem voor de CAO-voorstellen van de bond. Om kwart over vijf vertrekt immers de veerboot naar de wal. De beeldspraak van Szablewsky is dan nog lang niet uitgeput. Voor de blijvers vergelijkt hij de WAO-maatregelen van het kabinet met snelheidscontrole op de autoweg. “Dan krijg ik bij de oprit van de snelweg alvast een boete omdat anderen 140 kilometer per uur rijden.” En van het centraal akkoord blijft bij nader inzien ook weinig heel. “Allerlei bobo's onderhandelen twee maanden en als je dan ziet wat er uiteindelijk op papier staat ... Als ik werkgever was, had ik die mensen al lang ontslagen.” Grove handen met bruine nagels draaien een volgende sigaret. Achter de rookdampen knikken de mannen instemmend.