Tosca: geloofwaardige moord in de Janskerk

Voorstelling: Tosca van G. Puccini door stichting Suor Angelica, Utrechtsch Studenten Concert en div. koren o.l.v. Bruno de Greeve m.m.v. o.a. Henny Yana Diemer, Ireneusz Jakubowski, Jan Derksen, Bert Bijnen en Tom Haenen. Vormgeving: Jos Groenier; regie: Monique Wagemakers. Gezien: 17/11 Janskerk Utrecht. Herhalingen; 19, 21, 23, 25, 27/11 (alle uitverkocht).

Tosca, de opera waarvan de eerste acte speelt in een Romeinse kerk, wordt nu in Utrecht uitgevoerd in de Janskerk door vele amateurzangers en -musici en een aantal professionele solisten. Het publiek zit op een enorme schuine tribune die het schip van de kerk geheel vult, het gotische koor fungeert als het ideale podium èn decor. Daarheen kan aan het slot van de eerste acte een massale processie trekken: veel misdienaars met kaarsen, prelaten en een gemijterde bisschop. Terwijl het Te deum klinkt met begeleiding van het kerkorgel en een Utrechts studentenorkest in het transept zorgt de galmende en volumineuze akoestiek voor een overweldigend effect dat in het Amsterdamse Muziektheater ten eeuwige dage onmogelijk is.

De rest van Tosca ook in een kerk uitvoeren blijkt geen probleem. Voor de tweede acte - in het palazzo Farnese - wordt het koor met een rood gordijn afgeschoten. De derde acte - op het dak van de Romeinse Engelenburcht - wordt gerealiseerd met een bouwsel van trappen. Daarvan kan Tosca aan het slot naar beneden springen, als ze heeft ontdekt dat haar geliefde Cavaradossi is doodgeschoten en ze achterna wordt gezeten door soldaten die hebben bemerkt dat ze de politiechef Scarpia heeft vermoord.

De enscenering van Monique Wagemakers, regie-assistente bij de Nederlandse Opera en daar ooit verantwoordelijk voor fraaie en indringende uitvoeringen van Puccini's Madama Butterfly, volgt goeddeels de klassieke naturalistische lijnen. Maar vooral in de uitbeelding van de rol van Tosca valt toch iets bijzonders te ontdekken.

Henny Diemer, docente zang aan het Utrechts Conservatorium, typeert Tosca hier niet zoals gebruikelijk als vlammend, fel en temperamentvol, maar eerder als schuchter en kwetsbaar. In het libretto zijn daarvoor ook verschillende aanknopingspunten: haar obsessieve jaloezie kan men duiden als fundamentele onzekerheid, haar verraad van de ontsnapte gevangene Angelotti geeft evenmin blijk van standvastigheid. Dat Tosca dan, ondanks die momenten van zwakte, even later Scarpia doodsteekt werkt dan tegelijkertijd dramatischer, genuanceerder en geloofwaardiger uit. Diemer zingt hier een alleszins acceptabele Tosca. Haar mezzoforte heeft niet zoveel draagkracht maar haar stralende en zuivere fortissimo-noten hebben dat des te meer.

Ook de typering door Jan Derksen van Scarpia, ooit een van zijn glansrollen bij de Nederlandse Opera, is hier in acteren en zingen minder ruig en eenduidig dan vroeger. Derksen doet zich nu een stuk chiquer en geraffineerder voor, zodat de wreedheid van de marteling die hij Cavaradossi laat ondergaan des te sterker uitkomt.

De Cavaradossi van de Poolse tenor Ireneusz Jakubowski is wat al te bleek en onpersoonlijk maar hij compenseert dat wel met overtuigende zang. Tom Haenen heeft hier uiteraard weer de rol van de koster, net als vroeger bij de Nederlandse Opera en onlangs nog bij de Vlaamse Opera. Het Utrechtsch Studenten Concert levert onder leiding van Bruno Greeve een bewonderenswaardig aandeel in deze voorstelling, waarvan het goede ook is gelegen in de verbinding tussen traditie en toekomst en tussen amateurisme en (aankomend) professionalisme. De herhalingen zijn alle uitverkocht.