Tennis een op hol geslagen financiële draaimolen

FRANKFURT, 21 NOV. Recessie. Iemand in de tenniswereld moet er toch wel eens van gehoord hebben. Maar gemerkt heeft niemand er nog van. Hier groeien de bomen nog tot in de hemel en waarschijnlijk nog verder. Want de astronomische bedragen die er in deze wereldwijde sport omgaan zijn voor de gewone sterveling even moeilijk te bevatten als afstanden die in lichtjaren worden uitgedrukt. Hier doet niemand een stapje terug, maakt geen mens pas op de plaats en loert geen financieel verval. In het wereldje van grootverdieners wordt gewoonweg iedereen rijker, variërend van stinkend rijk tot lekker veel.

Mark Miles, de hoogste baas van de Association van Tennis Professionals (ATP), heeft er de laatste drie jaar een gewoonte van gemaakt tijdens het wereldkampioenschap in Frankfurt de jaarcijfers te presenteren vergezeld van een toekomstvisie. Hij kon kort en gelukkig zijn. Er is van alles meer gekomen. Meer toernooien, meer toeschouwers, meer televisie-inkomsten en meer prijzengeld. De verwachting voor volgend jaar luidt: nog beter. Het totaal aan prijzengeld gaat zelfs 25% omhoog. “Hoe het komt dat wij geen last hebben van de recessie? Goeie vraag”, zei Miles. “Omdat tennis een wereldwijde sport is. We zitten als één van de weinige sporten werkelijk in alle hoeken van de aarde. En als het in het ene land wat minder gaat, zoals nu in de Verenigde Staten, wordt dat gecompenseerd door de ontwikkelingen op andere plaatsen.”

In november en december ligt het geld voor de beste tennisprofs in Duitsland voor het oprapen. Tijdens twee toernooien is er in totaal 15 miljoen gulden te verdienen, ruim dertien procent van het totale jaarlijkse prijzenbedrag dat in de pot zit: 110 miljoen gulden. Op het ATP-wereldkampioenschap gaat de winnaar morgen weg met minimaal 1,6 miljoen gulden. Volgende maand in München is er bij de Grand Slam Cup, georganiseerd door de International Tennis Federation waaruit drie jaar geleden de ATP ontsprong, bijna elf miljoen gulden te verdienen. Bedragen die zijn ontstaan in een concurrentieslag van de twee organisaties om toch maar de beste spelers bij het eindejaarsfeest te krijgen. En aan de andere kant van de wereld, in New York, spelen de beste vrouwen (die jaarlijks "slechts' 43 miljoen prijzengeld te verdelen hebben) van dit moment hun met 5,4 miljoen gulden gedoteerde Masterstoernooi.

Boris Becker en John McEnroe hebben bij verschillende gelegenheden hun walging uitgesproken over de geldsmijterij. Becker heeft zelfs een keer geweigerd aan de Grand Slam Cup deel te nemen, om zijn afschuw over de belachelijk hoge prijzengelden te demonstreren. Maar het was al even belachelijk dat spelers het zich kunnen permitteren niet eens meer in te schrijven voor toernooien waar een hoofdprijs van een kleine vier miljoen gulden gereed ligt. Toch zegde 's werelds nummer één Jim Courier af. “Het past niet in mijn programma”, legde hij begin van de week nog eens uit. “Als het nu in Florida was zou ik nog wel meedoen.” Om voor een kans op een hoofdprijs van vier miljoen de oceaan over te steken ging hem te ver. Dat het winnen van een partij al twee ton oplevert telt niet meer.

Hij sloeg dit jaar al 2,9 miljoen gulden aan prijzengeld bij elkaar en Ion Tiriac, de Roemeense manager van onder anderen Boris Becker, rekende vorige week in het Duitse blad Tennis Magazin voor dat topspelers tachtig procent van hun inkomen halen uit reclamecontracten en demonstratietoernooien. Volgens die berekening komt Courier dit jaar uit op 10 miljoen gulden, 25 keer zoveel als de nieuwgekozen president van de Verenigde Staten Bill Clinton jaarlijks tegemoet kan zien. Jim Courier sloot onlangs een nieuw contract af met de het sportmerk Nike dat hem naar schatting 43 miljoen gulden oplevert in zes jaar. In ruil daarvoor moet hij zich op de baan vertonen in een outfit van een ijscoman (kaki-short waarin het zweetspoor wel erg zichtbaar is, gestreept shirt met rode mouwen, witte baseballpet) die vergeten was dat zijn tenniskleding in de was was en daarom maar in deze leisure wear opdraaft.

Maar ook Becker (die zich dit jaar schaarde bij de vier spelers die in hun carrière alleen aan prijzengeld in officiële toernooien meer dan achttien miljoen gulden hebben verdiend) draait ondanks zijn principes over de exorbitante inkomens dapper mee in de op hol geslagen financiële draaimolen. Het Italiaanse sporkledingbedrijf Lotto kocht hem onlangs weg bij Fila voor een vergoeding van naar schatting 7,2 miljoen gulden per jaar.

Voor Richard Krajicek liggen de bedragen nog aanzienlijk lager, maar de 20-jarige Hagenaar zal als hij na de Grand Slam Cup in München de balans opmaakt tot de vaststelling komen dat hij zo 1,6 miljoen gulden aan prijzengeld heeft verdiend. Omdat hij nog niet de lucratieve contracten van Becker en Courier heeft - daarvoor staat hij nog te kort in de top tien - zullen de bijkomende inkomsten niet zo excessief zijn, maar het is toch zeker het dubbele, waardoor hij wordt geschat op een kleine vijf miljoen inkomsten.

Van de ruim vierhonderd tennisprofs verdient meer dan de helft jaarlijks aan prijzengeld tussen de 90.000 en 180.000 gulden, ruim een kwart (onder wie Haarhuis, Siemerink, Nijssen en Eltingh) tussen de 180.000 en 360.000 gulden, tien procent tussen de 360.000 gulden en 9 ton, vier procent tussen de 9 ton en 1,8 miljoen en één procent boven de 1,8 miljoen gulden.

Mark Miles deed dan ook enigszins meewarig over de kritiek die tennisprofs hebben op het puntensysteem van de ATP dat hen dwingt veel te spelen en op soms idiote tijdstippen. Drie jaar geleden scheurden zij zich los van de ITF met als bedoeling beter voor zichzelf te gaan zorgen. Er werd een systeem opgezet dat toppers verplichtte veel te spelen, omdat anders onherroepelijk de plaats op de ranglijst in gevaar zou komen. Toernooidirecteuren zijn daardoor vrijwel verzekerd van deelname van grootheden. Afhankelijk van het prijzenbedrag dat ze kunnen opbrengen, want met de hoogte daarvan hangt het aantal te verdienen ranglijstpunten samen. “Tennisfans willen kwaliteit zien, toernooidirecteuren willen het brengen en voor spelers is er steeds meer te verdienen. Ik was verrast toen ik deze week hoorde van de kritiek die Jim Courier heeft op deze methode. We zijn natuurlijk bereid om naar de spelers te luisteren, maar je moet wel twee keer nadenken voordat je iets aan dit systeem verandert”, aldus Miles.

In 1993 wordt het aantal toernooien opgevoerd tot 87 in 34 landen. Nieuw zijn onder andere Peking, Dubai, Jakarta en Kuala Lumpur. En als bewijs dat de wereldeconomie geen invloed heeft op de tenniswereld kondigde Miles aan dat de IBM zijn naam voor nog eens drie jaar aan de ATP Tour heeft verbonden. Ondanks de enorme verliezen die het bedrijf lijdt: 4,98 miljard gulden in het derde kwartaal, waardoor wereldwijd 40.000 banen geschrapt moesten worden.

Maar zelfs de Europese Gemeenschap, waarvan de aangesloten landen hun inwoners toch regelmatig moeten verzoeken de broekriem wat aan te halen, verbindt haar naam aan een poenig toernooi: het European Community Championship in Antwerpen behoort met zijn twee miljoen gulden aan prijzengeld tot de twintig best betalende toernooien ter wereld.

Sponsors beschouwen het tennis duidelijk als een ideale sport voor naamsverbinding. Alle tennisorganisaties (de ITF, de ATP en de vrouwenfederatie WTA) is er veel aan gelegen een uitstekend imago overeind te houden. Niet voor niets geeft de ATP cursussen aan profs, waarbij ze onder meer wordt geleerd zich positief, sportief te gedragen op de baan en ook in de daarop volgende, altijd verplichte persconferenties. Gepolijste uitspraken zijn er dan ook niet van de lucht. Dat beeld moet worden uitgedragen. Tennis is een sport waar je naar toe gaat met je nette pak aan, waar je je meisje, je vrouw, je vriend en je zakenrelaties mee naar toe kunt nemen. De entourage deugt er bijna altijd. Op televisie is een tennisbaan in Kuala Lumpur niet te onderscheiden van een baan in de Verenigde Staten.

De televisie speelt een enorme rol in de heersende geldgekte in de tennissport. Zeer duidelijk zichtbaar is die rol in Duitsland. Het bedrag dat in dit land voor tenniswedstrijden wordt betaald is voor de ATP vijftig procent van de totale opbrengst. Tennis heeft als voordeel dat er op de oneven setstanden steeds gepauzeerd wordt, gaatjes die prachtig zijn te vullen met commercials. Sat 1 kocht de rechten voor alle ATP-toernooi van 1993 tot 1995. Ufa (Bertelsmann/RTL plus) heeft zich voor een bedrag van naar verluidt 360 miljoen gulden tot 2000 het recht verworven de Duitse kampioenschappen, de Davis Cup en de Federation Cup uit te mogen zenden.

Dat daar een soepele houding van de hele tenniswereld tegenover moet staan laat zich raden. In Frankfurt is er na de middagpartij een pauze van zestig minuten voorzien, anders zou de eerste partij van de avond wel eens gelijk kunnen vallen met het veelbekeken Sat 1-Glücksrad (Rad van Fortuin). En dat die match steeds de hoofdpartij moet zijn wordt gewoonweg geregeld, want niemand haalt het nog in zijn hoofd het speelschema door iets banaals als een eerlijke loting te laten bepalen. Boris Becker, die zich ooit daarover opwond, heeft zijn verzet ook op dat punt gestaakt. Ook al loopt het tennisprogramma soms door tot ver na middernacht, niet het meest ideale tijdstip voor de topsporter. “Money makes the world go round”, zei Becker erover. Het is een realiteit in het tennis, maar dan ook zo ongeveer de enige realiteit waarmee die sport het contact nog niet heeft verloren.