"Spelen met je hart, zoals de Belgen tegen Wales, daar gaat het om'

Bij Anderlecht en het Belgische elftal was PAUL VAN HIMST elegant als voetballer en week als mens. Als bondscoach blijkt hij gehard door het leven. Streng, maar vol begrip voor zijn spelers. Geen man van theorieën, maar van voetbal met een ziel. De Belgen varen er wel bij, deelname aan het wereldkampioenschap is nabij.

Het gezicht met die luie oogopslag wendt hij met de regelmaat van een klepel van links naar rechts. Links zitten de vertegenwoordigers van de Waalse pers, rechts die van de Vlaamse. Het is geen gebod, nauwelijks meer dan gebruik. Maar de vleugelverdeling leidt er wel toe dat bondscoach Paul van Himst (49) tijdens zijn persconferentie als een tennisscheidsrechter zijn betoog moet houden, afwisselend in het Nederlands en het Frans.

Van Himst kwijt zich met verve van zijn taak. Zonder een journalist tekort te doen, zonder te haperen, ontspannen verspreidt hij zijn mélange van woorden over het gezelschap. Van Himst is Brusselaar - eigenlijk afkomstig uit Zuun, Sint Pieters-Leeuw - en daarom zowat vanzelf tweetalig. Van huis uit beheerst hij beide talen. Zijn moeder sprak een beetje Frans, zijn vader beter, omdat hij als veehandelaar beide taalgebieden moest bestrijken. Paul werd door zijn ouders naar een Franse school gestuurd.

Walter Meeuws struikelde als bondscoach over het taalprobleem. Hij was niet buigzaam genoeg om zoals de minzame Guy Thys de kritische Franstalige pers te strelen en liet zich te veel leiden door zijn voorkeur voor Vlaamse spelers. Onder druk van de Waalse journalisten èn de Waalse sponsors van de nationale ploeg werd Meeuws door de Belgische voetbalbond begin 1990 de wacht aangezegd om weer plaats te maken voor de oude vertrouwde Thys. Een jaar later, in mei 1991, stelde bondsvoorzitter Michel d'Hooghe hoogst persoonlijk Van Himst aan als bondscoach. De meest gelauwerde voetballer van België, 81 interlands en viermaal gekozen tot Belgiës voetballer van het jaar. Een man die voor iedereen aanvaardbaar was.

“Als je tien stommen en doven hebt die twee keer zo goed spelen als tien Vlamingen en Walen, dan kies ik voor die stommen en doven”, zei Van Himst deze week in Humo. Het was zijn antwoord op de constatering dat hij een maand geleden voor de wedstrijd tegen Roemenië liefst tien Waalse spelers selecteerde. Voor het duel van afgelopen week had hij daarentegen twee Walen vervangen door Vlamingen. Het is hem allemaal om het even - ogenschijnlijk de geëigende karaktertrek van Paul (Pol voor de Brusselaars) van Himst. “Maar je moet wel tweetalig zijn. Als je je niet kunt verdedigen wanneer ze je attaquere, da's erg.”

Van Himst is geen man van uiteenzettingen. Over voetbaltheorie kan hij kort zijn. “Voetbal is geen mathematiek, zoals ik vaak van andere trainers hoor.” Hij zou gek worden als hij er ook nog boeken over diende te lezen. “Ik ben zelf lang genoeg voetballer geweest om het spel te zien en de spelers te begrijpen. Ik geloof dat ik de kwaliteiten van spelers goed genoeg kan onderscheiden om ze te laten spelen zoals ze moeten spelen.” Een tevreden glimlach glijdt over zijn gezicht. Hij oogt spanningbestendiger dan men van hem verwachtte toen hij door d'Hooghe overgehaald werd om bondscoach te worden. “Ik heb me nog nooit beklaagd. Vanaf de eerste dag. En toen wist ik nog niet hoe het zou gaan lopen.”

De aanstelling van Van Himst als bondscoach was in strijd met het streven van het Belgische bondsbestuur alleen gediplomeerde trainers (van de zogenoemde Heizelschool) een licentie te verstrekken. Van Himst is niet geschoold, alleen drie jaar trainer bij Anderlecht geweest. Hij valt in de categorie "teamchef' zoals Platini, Beckenbauer en straks Cruijff. Een man met een enorme staat van dienst, met uitstraling naar de spelers, de bond, de media en de publieke opinie.

Van Himst is geen rubberen pop, hij laat zich niet alles zeggen, voor wie dat in België nog verwacht. Of de spitsen van Wales hem niet tegenvielen woensdagavond tegen België? “Wales interesseert me niet”, kapt hij een vraag met een veronderstelde dubbele bodem af. “Dat is iets wat me tegenstaat. Niet rechtdoor vragen, toch proberen kritiek te geven als we gewonnen hebben. Dan ga ik van me af slaan, anders lig ik straks op straat”, licht hij later toe.

België kan, na vijf overwinningen, kwalificatie voor het wereldkampioenschap nauwelijks nog ontgaan. Nog vijf punten, rekent hij uit, eerst uit tegen Cyprus en Wales en dan thuis tegen Far Oer, en de Belgen kunnen in 1994 naar de Verenigde Staten. Een opmerkelijke ontwikkeling, zeker gezien het spel dat België vóór de wedstrijd van woensdag tegen Wales liet zien. In de thuiswedstrijd tegen Roemenië werden de Belgen bijna vernederd door virtuoos Hagi en de zijnen, om uiteindelijk toch met 1-0 te winnen. En daarvóór in de uitwedstrijd tegen Tsjechoslowakije speelden de Rode Duivels uiterst defensief. Maar ook toen ontsnapten ze en won de ploeg zowaar met 2-1.

“Puur defensief spelen is niet mijn eerste liefde”, zegt de man die als nummer 10 bij Anderlecht een adept was van mooi, strelend voetbal. “Maar ik heb er de spelers voor. Waarom zou ik dat dan niet doen? En soms heb ik niet de spelers om aanvallend te spelen. Tegen Wales hebben we op de aanval gespeeld. En goed. Zo compleet als in de tweede helft heb ik nog nooit een Belgisch elftal zien spelen. We missen echte scorende puntspelers, zoals Nederland. Maar van de andere kant zijn we in alle andere soorten goed vertegenwoordigd. Defensief zijn we sterk met doelman Preud'homme, Grün, Albert en Emmers als deze weer terug is van zijn blessure. Met spelers als VanderElst, Degryse en Scifo zijn we sterker dan menig andere landenploeg. En wacht op Goossens, hij is 19 jaar, een echte spits. Als hij zich bij Standard blijft ontwikkelen, zijn we nog verder.”

In anderhalf jaar heeft Van Himst de generaties in elkaar doen overlopen. De oude kern, met de karaktervoetballers, aangevuld met jonge talenten. “Het was afwachten of de jonge spelers zich konden aanpassen aan de stijl van de ouderen. Ik mag nu zeggen dat ik verrast ben dat het zo snel is gegaan. Een speler als Albert heeft zich zo snel ontwikkeld als voetballer, dat hij niet alleen hard is maar ook kan meevallen. Hij is zowat de beste stopper van Europa. Ik wilde bendevorming. Geen negatieve mensen in de groep. Spelers die op de bank zitten kunnen negatief zijn. Zoals Nilis, die verwachtte woensdag te spelen. Ik heb met hem gesproken. Hij heeft het begrepen. Hij kent het belang, hij kent mij.”

Van Himst glundert als hij wordt geconfronteerd met de veronderstelling dat België zich heeft ontpopt tot een van de sterkste voetbalnaties van Europa. “Wie ben ik om dat tegen te spreken? Onze competitie is zeker een van de sterkste. En niet alleen omdat er, zoals u zegt, veel buitenlanders in spelen. Zeker, veel Nederlanders en Afrikanen. Maar ze spelen niet zoals in Italië alleen op cruciale posities. Er is veel Belgisch talent. Onze beloften (de nationale jeugdploeg, red.) hebben nog nooit zo'n goed elftal gehad. Ze behoren tot de beste van Europa. Bij Standard spelen jongens van 19, Goossens, Genaux en Léonard in het eerste elftal. Bij Anderlecht zijn Albert, Walem en Crasson belangrijke spelers. Er is talent op alle niveau's.”

Over Scifo kan hij lyrisch worden. “Ik ben zijn trainer, maar toen ik nog geen trainer was was ik al supporter van hem. Tegen Roemenië was hij niet zoals hij moest zijn. Dat wist ik. Ik zag hem op trainingskamp komen met een bleek gezicht. Het valt niet mee in Italië, zoals Enzo bij Torino, elke week een hoofdrol te moeten vervullen en dan weer hier te presteren. Vraag het Van Basten, Gullit en Rijkaard. Scifo kan nog zo goed spelen, als hij geen spelers om zich heen heeft die hem steunen, heeft zijn spel geen effect. Woensdag kreeg hij vaak wel die steun. En dan is Scifo Scifo.”

Met de Siciliaan heeft Van Himst een bijzondere band. Toen Van Himst bij Anderlecht trainer werd van de jeugd, kwam er een eind aan een doffe periode in zijn leven. Hij was op een nare manier vertrokken bij zijn lievelingsclub en naar het plaatselijke RWDM afgezakt. De grote Van Himst kwam niet meer toe aan een succesvol afscheid. Na een slot in mineur bij Eendracht Aalst was hij uitgevoetbald. Hij voelde zich stram en stijf, kreeg last van oude blessures hem toegebracht door onverlaten op het veld en zakte thuis weg in zijn stoel. Hij wilde niemand meer zien. Fietsen met zijn trouwe vriend Eddy Merckx was het begin van zijn wedergeboorte. En toen hij eindelijk bij Anderlecht mocht terugkeren, ontdekte hij Scifo.

Dat speelse van die 16-jarige mijnwerkerszoon uit de Borinage gaf hem weer vreugde in het leven. Ooit kwam Van Himst zelf als achtjarig jongetje aan de hand van zijn vader bij Anderlecht om te laten zien wat hij al kon met een bal. Dat was zoveel dat hij direct werd aangenomen en mocht meespelen met jongens die een stuk ouder waren dan hij. Op 16-jarige leeftijd kreeg "Polleke' een plaats in het eerste elftal van Anderlecht en een jaar later stond hij al in de nationale ploeg.

Onder leiding van trainer Sinibaldi speelde Anderlecht mooi voetbal. Latijns van inslag, al hadden ze daar in het Astridpark zelf geen naam voor. De bal moest rondgaan totdat hij in het doel verdween. Met de komst van Jan Mulder kwam er meer kracht in de ploeg. Met de buitenkant van de rechtervoet bediende Van Himst Mulder of schoot hij de bal er zelf in. Beroemd waren zijn slaloms, niet zozeer op snelheid als wel op techniek. Voetbal door Van Himst was ogenstrelend, maar hij was een zeur, een zeveraar. Dat straalde van hem af.

Hij kon naar het buitenland om daar te voetballen en meer geld te verdienen. “Naar Spanje en Frankrijk, ja. Waarom ik het niet gedaan heb? Ik hoorde bij Anderlecht, ik hoorde in Brussel. Ik had drie kinderen. Daar kon ik niet bij weg. En om ze mee te nemen. Dat zou Arlette, mijn vrouw, nooit goed gevonden hebben. Ik bleef liefst in mijn omgeving. Ik ben honkvast, begrijpt u.” Of zoals zijn vrouw pleegt te zeggen: “Gij, als het bij u brandt, blijft ge nog zitten.”

Van Himst was “een week mens”. “Ik heb veel geleerd van Hollanders, leren incasseren. Maar als je intrinsiek anders ben, valt er niet veel te veranderen.” Hij kon niet van zich afbijten. Bij Anderlecht, bij zijn Anderlecht, werd hij zelfs na drie jaar als trainer door zijn "vader' en voorzitter Constant VandenStock ontslagen. Het heeft lang geduurd voordat hij weer over deze klap heen was.

Daarom: bondscoach worden? Nooit. Van Himst was een groothandel in koffie Brésor begonnen en beloofde zijn compagnon nooit meer in het voetbal terug te keren. Hij kotste van het plastic wereldje. Zoals hij daar was behandeld. Bondsvoorzitter d'Hooghe slaagde er evenwel na lange gesprekken in Van Himst toch te strikken als bondscoach. “Het was een riskante stap. Want voor je het weet lig je er weer uit. Ik kon mijn zaak niet opofferen. Ik was veel op reis, dan kon ik er toch veel voetbalwedstrijden bijdoen. Maar toen Frank, mijn zoon, zijn carrière als beroepsrenner zag mislukken en hij in de zaak wilde komen kon het. Mijn dochter en zoon kunnen nu veel werk overnemen. Ik kan nu wedstrijden bezoeken, naar Roemenië en Tsjechoslowakije gaan. En het bevalt me. Zo kan ik nog wel langer dan het wereldkampioenschap coach blijven.”

Van Himst lijkt gehard. Hij is niet meer zo stuurs en kortaf zoals hij als speler en trainer van Anderlecht placht te zijn. “Van Merckx heb ik gehoord dat de pers belangrijk is, dat u die vriendelijk moet benaderen.” Merckx en Van Himst, ze zijn haast onafscheidelijk. Dezelfde luie oogopslag, dezelfde Brusselse inslag. Aandoenlijk is de manier waarop de legendarische wielrenner woensdagavond na de triomf op Wales de legendarische voetballer in de ontvangstruimte van het VandenStock-stadion tegemoet treedt. Een stevige hand, gulle lach en een blik van verstandhouding. Twee succesvolle kameraden.

Voetbaltheorieën, systemen en tactiek zijn niet zijn favoriete gespreksonderwerpen. “Spelen met je hart, zoals woensdag de Belgen dat hebben gedaan, daar gaat het om.” Dat zachte in hem. Gelukkig maar. “Terry Yorath, de trainer van Wales, dat is een sympathieke man. Dat ze er nog zijn in het voetbal. Ik hoorde dat hij vorig jaar zijn zoon heeft verloren. Ze voetbalden in de tuin, de jongen had talent, hij zou een contract bij Leeds tekenen. Hij was pas vijftien jaar. Ineens zakte hij in elkaar. Zo ineens overleden. Verschrikkelijk. En hij is zo'n aardige man.”