Slavernij in de glazen stad

Wie illegaal geschonken thee wil drinken of bediend wil worden door een illegale buitenlander kan in Den Haag op ten minste 250 plaatsen terecht. In het Koerdische koffiehuis Bursa is de stemming dezer dagen gedrukt. De bezoekers, allen illegaal in Nederland, treuren om de dood van hun vriend en streekgenoot Abdurrahim Gürbüz. Zijn lichaam zal op hun kosten naar Turkije worden gevlogen. Gürbüz heeft jarenlang gewerkt in de kassen van het Westland. Duizenden mannen uit Turkije, Marokko, Egypte, soms uit Ierland, Polen en Joegoslavië hebben de export van Nederlandse groenten, fruit en bloemen bevorderd. Velen werkten er tien tot vijftien jaar.

Moeten zij nu weg? Staatssecretaris Kosto van justitie zegt in het openbaar dat ze geen schijn van kans maken op een verblijfsvergunning. Zijn ambtenaren komen tot een andere conclusie en overhandigen achter de schermen de ene na de andere zijn verblijfspapieren. Advocaten en welzijnswerkers noemen het beleid "ondoorgrondelijk'.

De kwekers in het Westland voelen zich bedreigd, zeggen zonder deze (goedkope) arbeidskrachten de kas te moeten sluiten. En een nieuwe ramp is al in aantocht: goedkope tomaten uit de kassen van Marokko.

De tuinders

Iedere dag weer draait voor Jos Kester (38) zo'n beetje alles om Gypsophila, beter bekend als gipskruid. Veel mensen vinden een boeket rozen maar niks als dat witte bloemetje er niet tussen zit. De Gypsophila moet geplukt en gebundeld worden voor transport naar de veiling. En dan maar afwachten wat het opbrengt. Het bedrijf met duizenden gipsbloemetjes op 10.000 vierkante meter, is slechts bereikbaar via een smal weggetje langs sloten, over een bruggetje zonder hekwerk.

Zijn moeder maakt in één van de kassen de bundels gereed. In een donker afgetimmerd gedeelte zitten twee mannen te genieten van hun theepauze. ""Eén is hier illegaal'', zegt de kweker desgevraagd. Kester is vrijgezel, woont in het ouderlijk huis met uitzicht op één van de drukke tweebaanswegen door het kassengebied. Trots deelt hij mee dat zijn opa in de jaren twintig ongeveer op dezelfde plek in Maasdijk als eerste begon met het kweken van anjers. Na een bezoek van minister-president Lubbers aan Poeldijk, waar de tuinders of kwekers - die begrippen worden door elkaar gebruikt - dit voorjaar de wacht werd aangezegd, besloot Kester met enkele collega's tot de oprichting van de "actiegroep verontruste bloemen- en groentekwekers', die nu zo'n 3000 grote en kleine ondernemers vertegenwoordigt.

Vorige maand nog meldde hij samen met een andere kweker twintig vacatures ""voor korte duur'' bij het Arbeidsbureau in Den Haag. Als voorwaarde werd gesteld dat de kandidaten ten minste een jaar ervaring hadden met het plukken van het witte kruid. Op 19 oktober jongstleden schreef het Arbeidsbureau dat niet aan de vraag kon worden voldaan. Met als aanvulling dat contacten waren gelegd met andere organisaties om hiervoor een speciaal project te beginnen. Kester kan daar niet op wachten en houdt de illegale arbeider dus nog even in dienst. Als het nodig is, zal hij in een drukkere periode gebruik maken van meer illegalen. ""Je hebt soms pieken in het voorjaar, wanneer de zon sterk wordt. Net vuur, dan gaat zo'n kas "in de hens', een rigoureuze oogst heb je dan. Maar dat betekent wel heel snel plukken, als het kan binnen twee weken'', zegt Kester en zijn ogen worden groot bij de gedachte. Zoals bijna overal in de tuinbouw is het uurloon dat hij betaalt afhankelijk van de prestatie, maar het kan gemakkelijk ook twaalf gulden bedragen. Netto.

Piet Zwinkels (38), actief lid van het CDA, heeft voor een andere aanpak gekozen. Samen met drie broers is hij verantwoordelijk voor ""misschien de grootste radijskwekerij van Europa''. Omzet ongeveer drie miljoen gulden per jaar. De kassen met een oppervlakte van zes hectare staan verspreid over vijf locaties in de omgeving van Monster. Zoals bijna alles in het Westland is ook dit een monocultuur: negen maal per jaar kan er worden geoogst. ""We hadden eerst sla en tomaten, maar dat spul bracht te weinig op. Je had toen de propaganda voor gezond eten, rauwkost werd populair, de beslissing om met radijs te beginnen was gauw genomen.''

Afhankelijk van de veilingprijzen en de belangstelling op de markt gaat het oogsten van de stevige rode bolletjes de ene keer voornamelijk machinaal (puntzakjes vol radijsjes voor de export naar bijvoorbeeld Engeland), de andere keer liggen de plukkers op de knieën om er met de blote handen bosjes van 20 stuks van te maken. In zo'n periode van soms enkele weken zijn ook in de kassen van Zwinkels en zijn broers gegarandeeerd enkele tientallen mannen te vinden die geen verblijfs- of vestigingsvergunning hebben en dus ook niet mogen werken in Nederland. Deze mannen komen bijna altijd uit Turkije, soms uit Egypte. ""De Marokkanen zijn de tuinbouw uitgeknikkerd'', deelt Zwinkels mee. De kwekers vinden de Marokkaan als arbeidskracht onbetrouwbaar. Vaak ziek, veel familiebezoek in verband met ziekte, bovendien stijgt het aantal diefstallen en vechtpartijen opvallend wanneer er Marokkanen in de kas zijn, zo luidt de ervaring.

Zwinkels, die enkele jaren geleden nog optrad als zijn eigen koppelbaas (""Nee, ik had me niet ingeschreven, maar reed dus zelf met een busje langs de koffiehuizen''), besteedt het werk nu uit. De opdracht gaat naar een Nederlands loonbedrijf: ""Eén telefoontje en ze hebben mensen voor me.'' 's Morgens om zeven uur of 's avonds om acht uur, desnoods de hele nacht, het maakt niet uit. Het kan dus niet anders of ook deze koppelbaas werkt met illegale arbeiders. In Zwinkels' woorden: ""Voor dit werk zijn geen "goeie' mensen te vinden.''

Loonbedrijven en koppelbazen zijn er des te meer. In de afgelopen twee jaar lieten 150 Turkse en Marokkaanse mannen zich bij de Kamer van Koophandel registreren als loonbedrijf. Zaken doen met een dergelijke onderneming betekent in de meeste gevallen dat een contract wordt gesloten met een bepaling over de duur van het karwei. Dat kan voor een bedrag ineens, soms wordt een bruto uurloon vastgesteld. Waar de verantwoordelijkheid ligt wanneer bij een inval illegalen worden aangetroffen, daarover bevat het contract meestal ook wel een bepaling. De bedoeling is dat het loonbedrijf zich aansprakelijk weet. Inmiddels is gebleken dat de opdrachtgevers niet vrijuit gaan wanneer de koppelbaas de wettelijke regels overtreeedt. De belastingdienst en het administratiekantoor van de agrarische berijfsvereniging hebben hun aanslagen en naheffingen van tientallen miljoenen guldens rechtstreeks naar de kwekers gestuurd. Dat gaf veel onrust.

De baas van het loonbedrijf, die soms legaal, soms illegaal in Nederland verblijft, spreekt met zijn mensen de verdienste af. De kwekers zeggen dat het ze niets aangaat. Kester en Zwinkels menen te weten dat het uurloon in veruit de meeste gevallen neerkomt op tien tot twaalf gulden schoon. ""Er zullen nog wel koppelbazen lopen die zes gulden per uur betalen, maar dat aantal is echt te verwaarlozen. En sommige illegalen zeggen dat ze zwart betaald willen worden, maar dat gebeurt ook steeds minder. Zo iemand moet je dan betalen van je privé-inkomen; je kunt de omzet niet verantwoorden, daarmee kom je dus onherroepelijk in de knoei'', zegt Zwinkels.

De kwekers die een loonbedrijf inschakelen en het met de sociale lasten netjes willen regelen, dragen die premies sinds enige tijd zelf af aan het administratiekantoor. Zo houden de Gezamenlijke Uitvoeringsorganen (GUO), het administratiekantoor van de agrarische bedrijfsvereniging, de gegevens bij van duizenden illegalen. Zwinkels: ""We dragen die sociale premies nu zelf af omdat de koppelbazen ons daarmee hebben beduveld. In het begin kregen ze het hele bedrag. Ze lieten zich inschrijven bij het administratiekantoor en maakten de eerste weken ook netjes de premies over. Maar dat werd al gauw minder, totdat het helemaal stopte. De GUO stuurde aanmaningen, maar er kwam geen dubbeltje meer binnen. Het geld was op een zogenaamde G-rekening (geblokkeerd) apart gezet. Die rekening bleek echter leeggehaald. En nu worden wij daar op basis van verschillende wettelijke regelingen weer op aangesproken, dat werd dus te riskant.'' De GUO heeft inmiddels al dertig loonbedrijven failliet laten verklaren en vijf grote tuinders (Zwinkels: ""Nee, ik ben daar niet bij'') alsnog een aanslag van ruim 500.000 gulden gestuurd.

De radijskweker wil ons kennis laten maken met een nette koppelbaas: ""Kom, we gaan eens bij de buurman kijken.'' Op het erf staat een op zijn minst zeven jaar oude Mercedes 250 diesel. ""Zijn ze gek op, geeft aanzien denken ze. Gun ik ze graag hoor'', zegt Zwinkels. Bij de deur van de volgende kas toetst hij de code in van het elektronisch slot (""Kan de politie niet zomaar binnen lopen'') en trekt de schuifdeur open. Op een vorkheftruc zit Nemet Onuc, de koppelbaas. Sinds 1979 legaal in Nederland, zijn vader kwam hier vijftien jaar eerder als gastarbeider. Onuc heeft een man of zes meegenomen. De kas staat vol radijs. ""Tien gulden'', zegt Onuc op de vraag wat zijn mensen per uur verdienen. ""Een Turkse koppelbaas of voorman brengt niet alleen financieel voordeel mee. Er wordt ook beter gewerkt'', legt Zwinkels uit. ""Deze mensen accepteren van een landgenoot gewoon meer, zelfs wanneer die schreeuwt of een klap uitdeelt.'' En Onuc is niet bang voor een inval? ""Eén illegaal hier'', zegt hij lachend.

Ook Zwinkels is daar niet echt ongerust over, al blijft het vervelend, al die toestanden: ""De invallen zijn altijd op dinsdag en woensdag, dat weten we. Op maandag spreken ze af waar ze naar toe gaan en de donderdag en vrijdag worden gebruikt voor het verwerken van de gegevens. Per week doen ze twee of drie bedrijven. Soms gaan ze daarbij ruw te werk.'' Zijn oom, paprikakweker, heeft aan die inval een brief van de commandant van deze speciale eenheid overgehouden. Die schrijft: ""Uw bedrijf is nu gecontroleerd. Wij adviseren u met klem geen illegaal in ons land verblijvende vreemdelingen in dienst te nemen. Vroeg of laat komt u daarmee in de problemen.'' Lachwekkend vinden de kwekers het, hun probleem is toch juist dat ze het zonder illegalen niet redden? De vraag hoeveel illegalen in het Westland werken is niet precies te beantwoorden. De GUO houdt het op basis van de afgedragen premies op 3000. De kwekers zelf vinden ""acht tot tienduizend'' veel aannemelijker.

Inmiddels zijn de meesten er van overtuigd dat het zo niet langer gaat: ""Als je ziet hoe die mensen wonen, dat kan niet.'' Ze zien wel iets in het Zwitserse systeem. Je laat mensen uit Turkije, Marokko of Egypte negen maanden werken en dan moeten ze weer terug. Dat kan vier jaar achter elkaar, waarna ze iets meer rechten krijgen. Bijvoorbeeld dat er een heel jaar aaneengesloten kan worden gewerkt. Als dat achter de rug is, breekt een periode aan van vijf jaar die kan uitmonden in een vergunning tot permanente bewoning, die overigens minder rechten geeft dan de huidige vestigingsvergunning. Zwinkels: ""We zijn hierover nu in gesprek met de politiek, maar weet je waarom dit systeem in Nederland niet zomaar kan worden ingevoerd? Ons controle-apparaat functioneert niet goed genoeg. Het Zwitserse systeem werkt alleen wanneer alle betrokkenen scherp worden gecontroleerd.''

Terug bij Kester aan de keukentafel, waar zijn vader een appeltje schilt. Onlangs sprak hij een aantal collega's na hun recente bezoek aan Marokko. Zijn stem daalt iets: ""Mijn collega's zijn zich werkelijk doodgeschrokken. Met eigen ogen zagen ze daar wat al heel snel de grootste bedreiging voor het Westland kan gaan worden.''

Een delegatie van twintig Nederlandse kwekers liep door splinternieuwe tomatenkassen in het Noord-Afrikaanse land. Opgezet en geleid door Marokkaanse ondernemers, vaak met behulp van mensen die in het Westland het handwerk hebben geleerd. Deze kassen met een totaaloppervlak van 1000 hectare bevatten geen glas maar (goedkopere) kunststof.

""Alles wat daar stond was prima in orde, uiterst moderne bedrijven. Intussen gaan er al verhalen dat Nederlandse tomaten toch iets minder van kwaliteit zouden zijn. Nog even, dan kunnen de kwekers hier het wel schudden'', zegt Kester. Naast de kassen is nog eens 10.000 hectare Marokkaanse grond gereed gemaakt voor de tomaten van onder de blote hemel. ""Deze ontwikkeling zal vergaande gevolgen hebben voor de tomatenkwekers hier. Wat denk je, dat daar een uurloon van twaalf of veertien gulden zal worden betaald? Voor vier gulden per dag vinden ze toch direct iemand die de tomaten gaat plukken? En wie protesteert, vliegt er uit.'' Hij vindt het hoog tijd voor een Europees beleid, natuurlijk in het bijzonder om de Nederlandse export te beschermen. Want Frankrijk en Duitsland zijn al volop begonnen aan de import van de Marokkaanse tomaat.

Zijn collega Piet Zwinkels legt het vakblad Groente en Fruit op tafel: een controleur brengt daarin rapport uit van zijn bezoek aan de groothandel in Duitsland. De Marokkaanse tomaten zagen er volgens hem goed uit en brachten 2,74 gulden per kilo op. Voor de - veel minder gewenste - Nederlandse tomaat wilden de Duitse handelaren niet meer dan 1,25 gulden per kilo betalen. ""Hier kunnen we dus echt wakker van liggen'', zeggen de kwekers somber.

Vergunning tot verblijf

Abdurrahim Gürbüz is niet meer. Eerder deze week kreeg hij onder de douche een hartstilstand en nu ligt hij opgebaard in een Haagse rouwkamer. Zijn vrienden en streekgenoten uit Karakoçan zijn bijeen gekomen in een koffiehuis om hem te herdenken. Maar ook om geld in te zamelen voor zijn weduwe en haar kinderen. Voor hen is in Turkije geen enkele opvang nu de kostwinner weg is.

Gürbüz (42) kwam al in 1975 naar Nederland. Hij had ooit een verblijfsvergunning, maar door een verblijf in het buitenland raakte hij die weer kwijt. Zijn laatste aanvraag bij het ministerie van justitie om opnieuw in aanmerking te komen voor een vergunning tot verblijf moest nog behandeld worden.

Het ministerie van justitie gaf in 1991 aan het Nederlands Centrum voor Buitenlanders in Utrecht te kennen dat zij een onderzoek wilde naar de positie van de slachtoffers van de regularisatieregeling van 1980. Bij die regeling werden zulke strenge criteria gehanteerd dat vele illegale buitenlandse werknemers geen vergunning kregen. Justitie deelde mee dat alsnog ""op individueel niveau naar oplossingen zou worden gestreefd''. Er werden nieuwe criteria vastgesteld, volgens welke iemand ca. 6 jaar of meer in Nederland moet hebben gewoond, in die periode lange tijd "wit' hebben gewerkt (d.w.z. voor hem zijn premies afgedragen, belasting betaald) en de aanvrager mag zich niet schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten, dan wel ooit als illegaal het land zijn uitgezet. Ook het hebben van ""een band met Nederland'' - bijvoorbeeld wanneer vrouw en/of kinderen hier wonen - vergroot de kans op een gunstige beslissing.

Onder de bezielende leiding van de hodja, hun geestelijk leider, hebben de mannen in het koffiehuis al vijftienduizend gulden opgehaald. Ruim de helft is nodig om het lichaam van Gürbüz, alsmede twee familieleden naar Turkije te brengen.

Had Gürbüz kans gemaakt op een vergunning tot verblijf? Sinds eind vorig jaar de nieuwe afspraken als uitgangspunt dienen, is reeds veertig procent van de aanvragen gehonoreerd. Dat is weliswaar nog geen regularisatie, maar het komt toch aardig in de buurt. De gang van zaken bij de afhandeling van deze verzoeken brengt aanvragers en advocaten echter tot grote wanhoop. Er is geen peil op te trekken welke afwegingen de staatssecretaris en zijn ambtenaren maken bij het verstrekken van een vergunning.

Mr. M. Mons werkt bij een Haags advocaten-kollektief waar nu 150 aanmeldingen liggen van illegalen die "witgewassen' willen worden. De advocaat is inmiddels het spoor volledig bijster geraakt. Moeiteloos haalt hij uit zijn praktijk voorbeelden aan van mensen die een verblijfsvergunning kregen zonder te voldoen aan de "officieuze' criteria van het ministerie. Hij verwijst naar een cliënt die in 1985 twee keer werd uitgezet. De Staat heeft deze vreemdeling gedurende zijn (illegaal) verblijf dus niet ongemoeid gelaten. Toch kon de man enkele weken geleden een verblijfsvergunning in ontvangst nemen. Mons typeert het beleid van staatssecretaris Kosto als "ondoorgrondelijk'.

De Haagse advocaat staat niet alleen. In een artikel in het blad Rechtshulp verwijten drie juristen het ministerie onduidelijkheid. ""In oktober 1991'', schrijven zij, ""is op beperkte schaal bekendheid gegeven aan de tijdelijke, bijzondere maatregel. Deze regeling is per 1 juni 1992 door Justitie weer stopgezet''. De drie constateren dat eerdere regulariseringen met betrekking tot illegaal in Nederland verblijvende buitenlanders steeds in grote openheid naar buiten zijn gebracht. ""De voorwaarden waren toen duidelijk geformuleerd. De huidige regeling is nergens gepubliceerd en de beslissingen worden niet gemotiveerd. De onduidelijkheid die hieruit voortvloeit leidt in de praktijk tot grote onzekerheid'', aldus de auteurs.

Een aantal rechters schraagt het negatieve oordeel van deze advocaten; zij kaptittelden in hun vonnissen de staatssecretaris. Neem de zaak van Soleiman Abdallah. Op 11 oktober 1991 is zijn verzoek tot verblijf afgewezen door de staatssecretaris van justitie. Daarop vraagt Abdallah een verbod tot uitzetting aan totdat een beslissing is genomen over zijn herzieningsverzoek. Hij meent te weten dat de staatssecretaris een nieuw beleid heeft geformuleerd (de vijf criteria). Op grond hiervan zou hem alsnog ""om klemmende redenen van humanitaire aard"' een verblijfsvergunning kunnen worden verleend, denkt Abdallah. Hij is immers langdurig illegaal in Nederland.

Tijdens het kort geding tegen de staat (10 juni 1992) voert hij aan van juni 1977 tot heden in Nederland te hebben gewoond. Als tweede argument zou volgens hem moeten gelden dat hij bij vier verschillende werkgevers in de tuinbouw in loondienst is geweest. De belastingen zijn steeds afgedragen en sinds 1979 is Abdallah verplicht verzekerd via het ziekenfonds. Hij verwijst naar een aantal beslissingen waardoor illegalen wegens humanitaire redenen een vergunning kregen en doet een beroep op het gelijkheidsbeginsel.

De landsadvocaat stelt in navolging van staatssecretaris Kosto dat er geen ""samenstel van concrete beleidsregels'' is waaraan de zaak-Abdallah kan worden getoetst. Alle verzoeken van vreemdelingen die jarenlang illegaal in Nederland hebben gewerkt worden steeds individueel beoordeeld, legt de landsadvocaat uit. In sommige gevallen kan die toetsing ertoe leiden ""dat in het verblijf moet worden berust''. Voor Abdallah zijn er echter geen klemmende redenen van humanitaire aard en op het gelijkheidsbeginsel kan volgens de landsadvocaat ook geen beroep worden gedaan.

De rechter komt vervolgens tot een interessante uitspraak. Zij stelt vast dat ""recentelijk in een groot aantal gevallen is bezien of op grond van langdurig verblijf in Nederland een vergunning tot verblijf wegens klemmende redenen van humanitaire aard kan worden verleend'' en wijst de landsadvocaat er vervolgens op dat onder zulke omstandigheden ""het recht eist dat beleidsmatige uitgangspunten worden geformuleerd op basis waarvan individuele beoordeling zal plaatsvinden''. Eerst beleid formuleren en dan pas individueel toetsen, is haar boodschap.

""Zulks'', legt de rechter uit, ""ter vermijding van willekeur en ongelijke behandeling in gelijke gevallen''. Zolang er geen uitgangspunten zijn vastgelegd, is volgens haar het gevaar van willekeur reëel. Ze vindt het van doorslaggevend belang dat de overheid Abdallah ""ongemoeid heeft gelaten''gedurende zijn langdurig verblijf in ons land. Voorts heeft hij belasting betaald waardoor hij in de woorden van Kosto heeft voldaan ""aan allerlei verplichtingen jegens andere onderdelen van de overheid''. De rechter geeft Abdallah toestemming hier de beslissing op zijn verzoek af te wachten.

Volgens mr. Mons leidt de aanpak door Justitie tot een vorm van rechteloosheid voor illegalen. Hij verwijst naar de zaak van de gebroeders Akdeniz.

Muzafer Akdeniz was illegaal in Nederland en werd tijdens een inval op het werk door de politie meegenomen en het land uitgezet. De volgende dag keerde hij per trein terug om weer aan het werk te gaan. Tijdens de inval zat zijn broer Ekren op de wc; hij is niet meegenomen. Beiden wilden gebruik maken van de "witwas-regeling'. De voorwaarden werken in het nadeel van Muzafer. Immers, Ekren heeft een illegaal maar "ononderbroken' arbeidsverleden; hij krijgt dus een verblijfsvergunning. Muzafer heeft een ònderbroken arbeidsverleden en krijgt derhalve géén vergunning. Waaruit Mons slechts de conclusie kan trekken dat hoe langer iemand illegaal in Nederland is, des te groter zijn kansen worden om te mogen blijven.

De Haagse advocaat kent ook voorbeelden waarin een "brutale' buitenlander het ministerie voor een voldongen feit plaatst en zo laat struikelen over de eigen regels. Cenghiz uit Turkije, illegaal in ons land, liet zijn vrouw en kinderen overkomen. Die waren hier dus ook illegaal. Toen de kinderen eenmaal een paar jaar op school zaten, kreeg hij aantoonbaar "banden met Nederland'. Voor het ministerie werd kennelijk voldaan aan de ""klemmende redenen van humanitaire aard'' want hij kreeg een vergunning.

Dit in tegenstelling tot de zoon van meneer Günez. Die moet, zo schatten de juristen in, even een omweg maken.

Vader Günez kreeg per 11 maart 1992 een verblijfsvergunning. Voor zijn zoon werd dit verzoek afgewezen. Hij was volgens de ambtenaren te kort in Nederland om te worden "witgewassen'. Vader en zoon accepteren dit niet en zijn naar de rechter gestapt. De kans is groot dat de rechter geen beletsel ziet om de zoon terug te sturen. Hij is immers volwassen en kan zich zelfstandig vestigen.

Nu hij een verblijfsvergunning heeft, wil vader Günez zijn vrouw en andere kinderen naar Nederland halen. Dat kan met een beroep op gezinshereniging. Als de volwassen zoon in Turkije aankomt kan hij nog net afscheid nemen van zijn moeder, zijn broers en zusters. Juristen die de praktijk enigszins kennen verwachten dat vader Gunez daarop bij de rechter met grote kans op succes een beroep gaat doen op omstandigheden van ""kennelijk onevenredige hardheid''. Immers, nu zit zijn zoon moederziel alleen in Turkije. Dat is een omstandigheid die iedere rechter tot de uitspraak zal brengen dat de zoon weer naar ons land mag komen.

Het Koffiehuis

Eén van de tweehonderdvijftig illegale horecabedrijven in het bewakingsgebied van de politiepost Van der Vennestraat in de Haagse Schilderswijk is het koffiehuis Bursa. Er komen, zegt een regelmatige bezoeker, "gematigde' Koerden uit Oost-Turkije. Hij wijst op een belendend koffiehuis waar iets radicaler PKK-sympathisanten bijeen komen.

De hele avond zwaait de deur van Bursa open en dicht. In het pas verbouwde pand staan meer dan honderd Turkse mannen, oud en jong. Ze dragen colberts, en overhemden zonder das. Ze drinken koffie, thee of spa. Sterke drank wordt er niet geschonken. Aan een enkel tafeltje, gedekt met een wollen kleedje, zitten mannen te kaarten. Gelachen of geroepen wordt er nauwelijks.

Een Nederlandse welzijnswerker die vaak in Bursa komt, glimlacht bij de vraag of er veel illegalen aanwezig zijn. Hij antwoordt met enig gevoel voor Oosterse retoriek: ""Als je hier op zondag, wanneer het echt erg druk is, een hand vol rijst door de zaak gooit, is de kans dat een enkele korrel op het hoofd van een legaal terechtkomt, heel klein.'' En dat geldt volgens hem ook wanneer die handeling wordt herhaald op een zondagmiddag als iedereen buiten loopt.

De man die bedient is illegaal in Nederland. Tot voor kort was het koffiehuis zelfs eigendom van een illegaal. "Toeristen', zoals de Koerden zonder spoor van ironie zeggen. ""De legalen'', zegt iemand aan tafel ""negeren de toeristen.'' Anderen vallen hem bij: ""Alleen toeristen helpen andere toeristen als ze in de problemen zitten. Wij hebben geen sociale dienst om op terug te vallen. Toeristen moeten werken.'' De uitbater van het koffiehuis helpt veel van zijn klanten aan werk in het Westland, maar wil niet als koppelbaas aangesproken worden.

Mahir Gursoy zit al acht jaar in de tomatenpluk. Zijn handen zijn grauw, dikke zwarte randen onder de kapotte nagels. Hij verdient twaalf gulden per uur en werkt acht uur per dag. Vorig jaar ontving hij elf gulden, daarvoor negen. Zijn baas neemt er in drukke periodes soms drie illegalen "bij'.

Mahir deelt een kamer met een lotgenoot en betaalt honderdvijftig gulden per maand voor zijn bed. Zijn vrije tijd brengt hij door met domino en kaartspelen. Op vrijdagavond gaat Mahir een paar uur naar het koffiehuis en dan naar bed. Zaterdag gaat hij naar de markt, groenten kopen. Het is zijn enige uitje. Echt uitgaan is er voor hem als illegaal niet bij, constateert hij berustend. Bovendien, Nederland is duur. Hij en de andere gasten in Bursa zeggen voor hun levensonderhoud ongeveer 1500 gulden per maand kwijt te zijn. Een oudere landgenoot zegt: ""Ik ga nooit naar een café, te duur. Wanneer ik gezellig wil drinken koop ik een kratje bier en nodig een vriend uit op mijn kamer.''

Van het Turkse nachtleven weten de mannen in Bursa niks. Er waren ooit twee boten waarop danseressen optraden. Naar verluidt werd er ook gegokt en gehandeld in wapens. De boten zijn weggesleept na invallen van het Koffiehuis Interventie Team (KIT) van de Haagse politie.

Het is alweer een jaar geleden dat de politie bij Bursa binnenstapte. De schrik slaat Ilhan Akkaya bij dergelijke controles om het hart. Ilhan is illegaal en werkt als chauffeur voor een koppelbaas. De laatste inval die hij meemaakte was vijf maanden geleden: ""Zij kloppen en meteen naar binnen. Niet goed hè. Ik had net een kopje soep opgeschept.'' Hij kon een papier laten zien waaruit bleek dat hij bezig was met een procedure om gelegaliseerd te worden. Dat was voldoende om hem met rust te laten. Akkaya's stiefzoon werd wel gepakt.

Om negen uur doet de Turkse televisie uitgebreid verslag van de acties tegen de Koerden. Heel Bursa zit aan het toestel gekluisterd. We stappen op en lopen via de Paul Krugerlaan naar een andere "Turken-zaak' in de wijk; deze is legaal.

Aan één van de bekendste kruispunten, de Zevensprong genaamd, tegenover het Maasbach-imperium staat café "Voorheen De Oude Vink'. Coby, blond en struis, bedient vanachter de bar. De lambada klinkt vele decibels te hard. Er hangt een dartsboard, er staat een kastje met trofeeën. Behoudens de twee vriendinnen van Coby aan de bar, zijn er geen Hagenaars in de zaak. De bezoekers hier dragen dure, leren jacks, snelle jasjes, jeans. Ze drinken bier en spelen biljart.

Ook jonge Turken doen van alles om in Nederland te kunnen blijven. Door schijnhuwelijken bijvoorbeeld. Volgens de welzijnswerker, die uit angst voor represailles zijn naam niet in de krant wil, worden voor deze transacties bedragen van tien- tot dertigduizend gulden neergeteld. ""Veel Hindoestaanse vrouwen uit de Surinaamse gemeenschap trouwen met Koerden of Turken. De politie weet dat en stelt, wanneer ze voor legalisatie naar het bureau komen, allerlei strikvragen. Ik wijs ze er steeds op dat ze de kleur moeten weten van het behang in de slaapkamer. Maar zo vindingrijk als ze zijn in het bedenken van listen om hier te blijven, zo nonchalant zijn ze waar het dit soort zaken betreft.'' Ook komt het voor dat vrouwen wel het geld incasseren, maar bij het huwelijk niet komen opdagen. Geld weg, nog steeds illegaal.

De Marokkaan Abdullah Chanouf is nooit in "De Oude Vink' geweest. Een arrangement als een schijnhuwelijk was voor hem niet nodig. Zonder extra kosten heeft het ministerie van justitie hem enige maanden geleden legaal verklaard. Hij wil het verhaal van zijn leven in Nederland wel vertellen. We worden vriendelijk uitgenodigd in zijn woning aan de Reggestraat. In een karig gemeubileerde huurkamer staat Chanouf ons te woord; hij heeft een wit, geborduurd schedelkapje op en draagt een lichtblauwe djellaba.

Chanouf is geboren in 1936 in het dorpje Bogliva in het Rifgebergte. In 1970 kwam hij, illegaal, naar Nederland. Zijn eerste werkgever was een houthandel bij Utrecht. ""Teveel machines, te lawaaiïg'', zegt Chanouf.

Met zichtbaar plezier herinnert hij zich hoe hij op een zomerse dag naar het station Hollands Spoor in Den Haag ging. Van landgenoten had hij wel eens iets gehoord over de tuinen bij Den Haag. ""Ik hou van tuin, in Marokko ook in tuin gewerkt.'' Zomaar, spontaan vraagt een voorbijganger hem of hij naar Wateringen moet. Hij weet het niet, heeft nog nooit gehoord van Wateringen maar het lijkt hem wel in orde. Daar aangekomen loopt hij de hele, warme morgen door het dorp. Moe gaat hij onder een boom zitten. Chanouf heeft honger en vraagt de passerende SRV-man om eten. Hij krijgt wat brood en melk, zet zich terug zijn boom en dut een beetje weg. Even later stopt er iemand op een brommer: Scheelt er wat aan? Nee, zegt Chanouf, alleen een beetje moe.

Later die dag belandt hij in het aangrenzende Poeldijk. Daar raakt hij in gesprek met een paar Italiaanse vrouwen. Of zij weten wie er een werknemer kan gebruiken? Een van de vrouwen belooft het te vragen aan haar man die op een districtskantoor van een bank in het Westland werkt: ""Kom morgen maar terug.''

De volgende dag loopt hij op eigen houtje binnen bij de kweker Nico Goejenbier. Die laat hem zijn paprika's zien en vraagt of Chanouf weet hoe hij daar mee om moet gaan. De bezoeker plukt ze heel voorzichtig en slaagt voor de test. Goejenbier timmert een hokje van drie bij vier meter af in de schuur, dat mag Chanouf voor 100 gulden per maand huren.

Hij werkt op zo'n twee hectare in de prei, sla, tomaten, paprika's, druiven en pepers. De eerste tijd zestien uur per dag. Als de sla er uit moet, vraagt de tuinder hem om meer werkkrachten te regelen. Chanouf haalt ze bij de moskee. Ze werken 's avonds, dan is het de beste tijd om de sla er uit te halen. Soms gaan ze hele nachten door.

In het begin krijgt hij vijf gulden per uur, later twee kwartjes meer. En na een korte vakantie (in de rustige tijd als de tuinder geen loon hoeft te betalen) krijgt hij zes gulden. Soms geeft Goejenbier hem vijf- of zeshonderd gulden voor de vakantie. In 1983 staat zijn loon op een tientje per uur. Daarbij is alles inbegrepen, ook het vakantiegeld.

Chanouf weet dat je in Nederland ook als illegaal gewoon kinderbijslag kunt ontvangen, dus dat regelt hij voor zijn zeven kinderen in Marokko. Als hij naar de dokter moet, schrijft de tuinder een kort briefje dat Chanouf inderdaad voor hem werkt. Abdullah noemt zijn baas een goede man: ""Wel een beetje weinig betalen, want 14 of 15 gulden per uur was toch ook redelijk?''.

Zes, zeven dagen per week wordt er gewerkt. Zaterdagmorgen tot twaalf uur, dan gaat hij naar de moskee in Den Haag. ""Daar ook beetje vlees kopen.'' Hij kookt zelf, op een elektrisch plaatje in een ander deel van de schuur. Chanouf vindt dat hij het goed heeft gehad. ""In Monster was een tuinder die vier gulden per uur betaalde.''

Al vaker heeft Chanouf bij het plukken last gekregen van zijn knieën. Maar in 1986 wordt de pijn ondraaglijk. Zijn knieën blijken scheef te groeien van de kou en van de ongemakkelijke houdingen bij het plukken. Uit de koude, soms nog bevroren grond moet hij prei trekken. De prei moet in een bad met lauw water ontmodderd worden. Hij moet zich aan de rand van een tafel vastgrijpen om niet flauw te vallen. In zijn kamer demonstreert hij hoe dat ging. Twee knie-operaties zijn nodig. Hij trekt zijn djellaba op om het litteken te tonen dat als een witte duizendpoot over zijn knie kronkelt. Chanouf kan niet meer werken. Tijdens zijn ziekte ontving hij 450 gulden per maand, nu hij definitief is afgekeurd wordt iedere mand een WAO-uitkering van 1200 gulden overgemaakt.

Chanouf verwacht niet al te lang meer tussen de half dichtgetimmerde huizen te moeten wonen. Hij staat immers al twee jaar ingeschreven bij een woningbouwvereniging. Bij ons vertrek wil hij nog iets grappigs laten zien. Zijn paspoort komt op tafel. ""Kijk, in juni 1992 moest ik Nederland verlaten. Dat staat hier: aanzegging. En in juli kreeg ik bericht dat mijn verblijfsvergunning klaar lag.'' Dat heeft hem heel gelukkig gemaakt, want hij wil nooit meer terug naar Marokko.

Op verzoek van de bezoekers is de naam van het illegale koffiehuis gewijzigd.

De Sociale Verzekeringsbank

Verwarring op het hoofdkantoor van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) in Amstelveen. Woordvoerder W. Thoen meende dat het deze instelling niet uitmaakt of iemand legaal of illegaal in ons land is. Maar bij de beoordeling of iemand recht heeft op kinderbijslag (of AOW) wordt sinds kort wel degelijk naar de verblijfstatus gevraagd. De aanvrager moet bovendien een machtiging tekenen die de SVB toestaat "inlichtingen bij derden' in te winnen. Eén van die "derden' is vrijwel zeker de vreemdelingenpolitie.

De SVB in Den Haag gebruikt een dergelijk formulier. Thoen: ""Dat is bedoeld om aanvullende informatie te krijgen. In alle grote steden wordt dan naar de verblijfstatus gevraagd.''

Iedereen die in Nederland werkt en woont, kan kinderbijslag aanvragen. Gekeken wordt naar de werkgeversverklaring, of daadwerkelijk premies worden afgedragen en of iemand woont waar hij zegt te wonen.

Dat gaat volgens Thoen in 99,9 procent van de gevallen zonder problemen. Hij beklemtoont dat bij de eerste beoordeling niet gekeken wordt naar illegaal of legaal verblijf. ""We zijn geen opsporingsapparaat, maar voelen ons natuurlijk wel gehouden aan een juiste uitvoering van de wetten.'' Als iemand opgeeft dat vrouw en kinderen in Marokko of Turkije verblijven, wordt een aanvullend onderzoek ingesteld. Met behulp van een uitgebreid vragenformulier of door een medewerker van de buitendienst langs te sturen. Tevens wordt contact gezocht met zusterorganisaties in het land van herkomst: op een bepaalde naam worden gegevens gevraagd zonder zelf informatie te geven. Dan worden die gegevens vergeleken. Daarom duurt het soms lang voor een buitenlander de kinderbijslag krijgt overgemaakt.

In het eerste kwartaal van dit jaar ging er voor 7 miljoen gulden aan kinderbijslag naar Marokko. Het betrof 2364 huishoudens, dat betekent 2961 gulden per gezin per kwartaal. Hoeveel kinderen dat zijn is niet te berekenen omdat er ook bij zijn die dubbele bijslag ontvangen (wegens verblijf buitenshuis bijvoorbeeld). Naar Turkije werd in april 3 miljoen gulden overgemaakt voor 1845 huishoudens. Dat is gemiddeld 1626 gulden per gezin per kwartaal. In totaal werd in het eerste kwartaal 13 miljoen gulden naar het buitenland overgemaakt. Niet bijgehouden wordt hoeveel kinderbijslag Turkse en Marokkaanse gezinnen in Nederland ontvangen. De Sociale Verzekeringsbanken keerden in het eerste kwartaal van 1992 in totaal circa 1,8 miljard gulden uit aan kinderbijslag. In het jaar 1991 werd 6,5 miljard gulden uitbetaald.

Het KIT

De Haagse hoofdcommissaris J.L. Brand telde eerder dit jaar 250 illegale horecavestigingen in "het bewakingsgebied' van het politiebureau aan de Van der Vennestraat (Schilderswijk). Een aantal van deze ondernemingen maakt zich volgens hem schuldig aan: Het op ruime schaal overtreden van de drank- en horecawet; het zich niet houden aan de sluitingstijden; het uitbaten zonder vergunning; het op grote schaal overtreden van de wet op de kansspelen; de handel in hard-drugs; het ontduiken van de belastingen; het verhandelen van gestolen waar; het tewerkstellen van illegalen tegen zeer lage lonen en het plegen van fraude met sociale uitkeringen.

In februari 1992 heeft de gemeentepolitie van Den Haag het Koffiehuis Interventie Team (KIT) opgericht. Daarin werken samen: de douane, de afdelingen fraude, vreemdelingendienst, bijzondere wetten en verdovende middelen van de gemeentepolitie en ambtenaren van de afdeling vergunningen. Volgens Brand stond bij de totstandkoming van het KIT de aanpak van de drugshandel centraal.

Het KIT stapte binnen in twintig koffiehuizen in de Schilderswijk. De meeste bleken eigendom te zijn van Turken, Marokkanen en Surinamers. Er werden 161 processen-verbaal uitgeschreven. Bij de invallen trof de Vreemdelingendienst 73 illegale buitenlanders aan. Dertien hadden vervalste verblijfsdocumenten. Van de gecontroleerde koffiehuizen schonken er twaalf bier en gedestilleerd zonder de benodigde vergunning. Het team nam 54 gokkasten in beslag; 25 werden vernietigd, hetzij omdat er mee geknoeid was, hetzij omdat er geen vergunning voor was. In vijf panden werd gestolen waar aangetroffen. In totaal werden twee vuistvuurwapens gevonden. In acht gelegenheden werden soft-drugs verkocht, vier kilo marihuana werd in beslag genomen, alsmede 17 bolletjes cocaïne en heroïne.

Eén horeca-ondernemer besloot op vrijwillige basis tot de sluiting van het koffiehuis. Drie uitbaters stopten omdat de lasten te hoog werden. Eén horecagelegenheid waar hard-drugs werden verhandeld, moet een jaar lang gesloten blijven, één waar soft-drugs verkocht werden, moet negen maanden dicht. Een gelegenheid die zich herhaaldelijk niet aan de sluitingstijden hield is een week dicht geweest. Aan zes ondernemers werd voor drie miljoen gulden aan boetes en aanslagen opgelegd. Als alle twintig ondernemingen doorgelicht zijn, verwacht de politie dat het totaalbedrag aan boetes en naheffingen zo'n 8,5 miljoen gulden zal bedragen.

Hoofdcommissaris Brand stelt nadrukkelijk dat "overlast' het uitgangspunt is, er mag niet worden gedacht dat de politie jacht maakt op illegalen. ""Bovendien moeten wij ook bedenken hoe we ze kwijt kunnen raken, het aantal cellen legt nu eenmaal beperkingen op.'' De Bijstand

In een onlangs verschenen rapport vat de Sociale Dienst van de gemeente Den Haag de situatie aldus samen: ""Illegalen kunnen niet meer terug, of door feitelijk gebrek aan geld, of omdat ze daar (in het land van herkomst) als mislukkeling zullen worden aangewezen. Ze klampen zich vast aan het idee dat als ze maar lang genoeg blijven, er wel een kans op legalisatie is.''

Volgens directeur S. van Driel heeft de Sociale Dienst in samenwerking met de Vreemdelingendienst een sluitend systeem ontworpen, waardoor het feitelijk onmogelijk is dat illegalen een bijstandsuitkering ontvangen. Tegelijk stelt hij vast dat de illegalen hierdoor in een zeer marginale positie komen omdat ze, zonder werk, niet verzekerd zijn van een financieel bestaansminimum. Ze moeten dan terugvallen op legale en illegale landgenoten. En aangezien de banden tussen legalen en illegalen niet bepaald hecht zijn, zullen de illegalen een beroep doen op lotgenoten die nog enig inkomen hebben. Deze landgenoten leven meestal ook al op het minimum.

De huisarts

Het Gezondheidscentrum Schilderswijk is gevestigd in de Koningstraat. Huisarts J. van Rens heeft 4500 patiënten, van wie er driehonderd illegaal in ons land zijn; iets meer Turken dan Marokkanen. Niet lang geleden bezocht hij één van zijn patienten thuis. ""In een kamer lagen vijf mensen. Ze betaalden 175 gulden per maand. Voor een matras dus.''

De jonge illegalen werken volgens Van Rens twee tot drie jaar keihard, soms tachtig uur per week. Hun klachten noemt hij vooral psycho-somatisch: rugpijn, hoofdpijn, duizeligheid, maagpijn. Het middel Zantac tegen maagpijn kennen ze allemaal. ""Onlangs hebben we ontspanningsfysiotherapie opgezet voor Turkse vrouwen, dat zouden we eigenlijk ook moeten doen voor de mannen die hier illegaal zijn'', meent Van Rens. De Belastingdienst

De vierde juni 1991 was een belangrijke dag voor illegalen die in Nederland aan de slag willen. Op deze datum stuurde minister Hirsch Ballin van justitie mede namens de staatssecretarissen van binnenlandse zaken en financiën een brief aan de Tweede Kamer. Het leek de bewindslieden wenselijk dat aan illegalen niet langer een sofi-nummer werd verstrekt, zoals tot dan op grote schaal voorkwam.

Op 12 november 1991 ontvingen de directeuren van de belastingkantoren in het land een brief van hun baas, directeur-generaal der belastingen C. Boersma. Hij formuleerde de nieuwe belemmering voor illegalen enigszins cryptisch. In zijn brief stond niet gewoon: Voortaan geen sofi-nummers meer verstrekken aan mensen zonder verblijfspapieren. Nee, hij verleende de plaatselijke directeuren - en daarmee ook de lagere ambtenaren - ontheffing van de wettelijke voorschriften die hen tot geheimhouding verplichtten. Hierdoor kunnen belastingambtenaren nu de vreemdelingenpolitie bellen met de vraag of de heer X, aanvrager van een sofi-nummer, bij de dienst bekend is en of hij inderdaad beschikt over een verblijfsvergunning.

De Vreemdelingendienst

Directeur Grootaerts van de Vreemdelingendienst kent de nieuwste officiële cijfers (20.000) voor zijn stad, maar zou niet verbaasd zijn als in Den Haag 30.000 mensen illegaal blijken te verblijven. GG & GD komen zelfs tot 50.000 illegalen. ""Zeker 5000 illegalen hadden een sofi-nummer'', constateert de Vreemdelingendienst.

Tijdens een van de politie-acties trof hij vijf Nigerianen in een drie-kamerwoning; vier illegalen verbleven in een caravan tussen de kassen.

De dienst heeft de illegalen naar werkzaamheden ingedeeld:

- Westland: Tuinbouw door Turken, Marokkanen, Oosteuropeanen.

- Oostland-Pijnacker: Idem.

- Visverwerking Scheveningen: Hoofdzakelijk Marokkaanse vrouwen.

- Confectie Amsterdam en Rotterdam: Turkse vrouwen.

- Horeca- en shoarmazaken: Turken, Marokkanen en Egyptenaren.

- Chinese restaurants: Illegale Chinezen.

- Marokkaanse meisjes die in de huishouding werken.

De onverwachte maar frequente invallen veroorzaakten volgens Grootaerts dat de Turkse gemeenschap zich anders organiseert; ze willen nu ook van hun illegaal hier verblijvende landgenoten af. Bij Marokkanen is dat veel minder het geval.

De Vreemdelingendienst heeft als prioriteit gesteld om toezicht te houden op:

- vreemdelingen in samenhang met criminaliteit,

- diegenen die overlast veroorzaken,

- werkgevers van illegalen,

- uitgeprocedeerde vreemdelingen, en

- diegenen die illegalen huisvesting verlenen.