Riool slibt dicht met vet en kattekorrels

AMSTERDAM, 21 NOV. Met een lange stang slaat L. Rijkers een flinke brok vet in het riool aan stukken. De medewerker van de Riolering en Waterhuishouding in Amsterdam (RWA) staat gebogen over een verstopping in de twee meter diepe put. Als de klus is geklaard, laat zijn collega G. de Voer een brede pijp in de put zakken, waarmee de resten uit het riool worden gezogen.

De riolen in de hoofdstad kampen met een toenemend aantal verstoppingen door aangekoekte kattekorrels en gestolde proppen vet. Steeds vaker legen bewoners hun frituurpan in de gootsteen of keren hun kattebak om boven het toilet. De calamiteitendienst van de RWA moet gemiddeld vijf keer per dag uitrukken om te voorkomen dat het riool dichtslibt. Volgens Rijkers heeft de toenemende vervetting van het rioolsysteem te maken met de eetgewoonten in de stad: “De inwoners bakken en frituren steeds meer.”

De Voer en Rijkers gaan tijdens hun avonddienst de zogenoemde "klachtenroute' af. Rioleringen waarvan bekend is dat de aangesloten bewoners veel vet gebruiken, worden met een hogedrukspuit gereinigd. Soms is de toestand zo alarmerend dat de gebruikelijke schoonmaakmethode niet voldoet. Dan schakelen zij medewerkers in die gespecialiseerd zijn in het werken met de kettingfrees: een lange slang met kettingen die de gestolde vetballen en gritbergen losslaat.

Het afval dat de RWA uit de rioleringen opzuigt, wordt gescheiden opgeslagen in de combiwagen die voor de werkzaamheden wordt gebruikt. Volgens Rijkers wordt het vet gerecycled. “Het gaat bijvoorbeeld naar fabrieken waar ze diervoeding in blik maken.”

Vorig jaar is een wet van kracht geworden die restaurants verplicht een vetput aan te brengen, waarin water van het vet wordt gescheiden. Op afgesproken tijden leegt de RWA tegen betaling de vetput. Niettemin lozen veel restaurants en andere eetgelegenheden nog steeds illegaal hun vetten in het rioleringssysteem.

Volgens R. de la Chambre, chef reiniging van de RWA, kost het de gemeente drie ton per jaar aan extra onderhoud om het vet en kattebakgit op te ruimen. Dat is exclusief de kosten voor het reinigen van de rioolgemalen, waar volgens hem steeds vaker de pompen afslaan door de opeenhoping van het vuil. Hij overweegt zelfs de grote flatgebouwen in de stad te voorzien van een vetput.

Net voordat Rijkers en De Voer gaan eten, besluiten ze achter de keuken van het Lucasziekenhuis te controleren of de vetput nog niet vol is. Zodra het deksel van de put gaat, stijgt een zure lucht op uit het donkere gat. De Voer roert met een stang door de roomkleurige, troebele massa op de bodem terwijl zijn collega met een zaklamp bijlicht. “Je kunt er een roomboterfabriek mee beginnen, het smaakt alleen iets anders.”