Ramingen van CPB zijn zo slecht nog niet

De begroting die werd ingediend op de derde dinsdag in september leek te mooi om waar te zijn. De vermindering van het financieringstekort lag op schema, de lasten konden iets worden verlicht en er waren geen extra ombuigingen meer nodig. Commentatoren die er snel bij waren, wezen in op het ontbreken van reserves voor mogelijke tegenvallers. Maar niemand ging zover, te betogen dat alles veel te rooskleurig was voorgesteld. Voor het eerst sinds het bestaan van dit kabinet bestond niet de neiging het beeld dat minister Kok schetste onderuit te halen. Het werd door de werkelijkheid zelf onderuitgehaald. Vrij onverwacht kwam er een herschikking van de wisselkoersen, die de gelden ten opzichte van enkele belangrijke geldeenheden opdreef en daarmee onze concurrentiepositie verzwakte. Deels in verband hiermee werden de conjunctuurverwachtingen voor de naaste toekomst flink naar beneden bijgesteld. Het herstel werd weer een jaar vooruitgeschoven.

Toen moesten de berekeningen op hoofdpunten worden herzien. Bij gebrek aan reserves betekende dit dat er toch wel belangrijke extra bezuinigingen moesten komen en dat de inkomensvorming een flinke deuk opliep. Wat was de rol die het Centraal Planbureau (CPB) hierbij speelde en welke les is daaruit tetrekken.

Het CPB zag zich in het licht van de nieuwe verwachtingen genoodzaakt, zijn ramingen in pessimistische zin te herzien. Was het dus eigenlijk de schuld van het CPB dat de begrotingscijfers al snel achterhaald bleken? Wat hebben we aan een instelling die binnen enkele weken zo sterk van mening verandert? Kan de minister van financiën daar zijn begroting van laten afhangen? Deze geluiden werden hier en daar vernomen. Het zal echter duidelijk zijn dat dit de oude misvatting is waarbij de boodschapper van onheil de schuld krijgt van dat onheil. De rol van het CPB spitst zich toe op de samenstelling van de Macro-Economische Verkenning (MEV), die als onderbouw van de begroting de vermoedelijke ontwikkeling van de nationale economieconjunctuur in het komende jaar raamt.

Uiteraard kent de begroting een uitgaven- en een inkomstenkant. De laatste bestaat voornamelijk uit de belastingopbrengsten. Voor de uitgavenkant is het CPB niet in de eerste plaats nodig. Uitgaven zijn beleidsbeslissingen of vloeien daaruit voort. Zij zijn slechts ten dele direct afhankelijk van de conjunctuur. De belastingopbrengsten kunnen worden gedefinieerd als tarief maal conjunctuur. Het tarief is ook weer een beleidsbeslissing, die voor het CPB alleen maar een uitgangspunt vormt.

Wat overschiet als bij uitstek het gebied waarop de ramingen van de MEV zich bewegen, is de andere factor van de belastingopbrengsten: de conjunctuur. De MEV verschijnt sinds 1966 en had een voorloper die sinds 1961 werd gepubliceerd. Sindsdien zijn beide zijden van de begroting dus verankerd. Hoe deed de minister van financiën dat vóór 1961? Hij deed eigenlijk iets wat niet kon. Hij overzag wel de uitgavenkant, maar niet één van de componenten van de inkomstenkant.

Maar nu blijkt die vroeger onkenbare component ook erg onzeker te zijn. We mogen aannemen dat het CPB bij de afsluiting van de berekeningen de betrouwbaarste en recentste uitgangspunten gebruikt en dat zijn rekentechniek voor het ramen van de afhankelijke grootheden ook de beste is. Als de keuze gaat tussen verschillende ramingen met uiteenlopende kwaliteiten, moeten we natuurlijk de minst slechte kiezen. Maar we hebben maar één raming, waarvan we mogen aannemen dat die zo goed is als de weerbarstigheid van de toekomst toestaat.

Wat gebeurt er wanneer we die raming verwerpen omdat zij niet feilloos is? Dan is het alternatief dat we volledig in den blinde tasten. We zitten in een stikdonkere kamer met een heel klein en flakkerend lichtje. Daar is de keus tussen: een uiterst slecht licht of volstrekte duisternis, tussen een heel klein beetje houvast of helemaal geen houvast. Het gaat om het kleinste kwaad.

Natuurlijk zijn er incidenteel wel eens betere ramingen geweest dan die van het CPB. Men weet nooit hoe een koe een haas vangt. Door de jaren heen heeft niemand het echter over de hele linie beter gedaan. En nu maar hopen dat de meest recente ramingen weer snel achterhaald worden, maar dan in gunstige zin.