Pestvogels

Ik zeg: “Eén keer in mijn leven heb ik gelogeerd bij Paul Knolle en wel in verband met een literaire activiteit in Enschede.

Maar Paul is tevens voorzitter van de Dutch Birding Association, gespecialiseerd in zeldzaamheden. En uitgerekend dat weekend werden in Enschede pestvogels ontdekt, een stuk of veertig, met z'n allen in een stel kale bomen op de hoek van de Toekomststraat, later in een lijsterbes. Een tikje kleiner dan ik gedacht had, maar waanzinnig subtiel van kleur. Randje geel, vlekje rood, spatje wit. Toen heb ik gezien waarom ze bessen eten. Om decoratieve redenen! Zuiver om het effect van zo'n knalrooie bal in de snavel!''

“Vond je dat niet zonde”, vraagt Jacob.

Ik zeg: “Ik neem aan het eind van de middag de trein naar huis. Ik stap over in Utrecht. Ik loop op het perron een jongen tegen het lijf die ik ken van de Hollandse Kade. Pestvogels in Enschede, roep ik. Pestvogels in Woerden, roept hij terug. Hij had ze die dag ook gezien. Min of meer in de achtertuin”.

Hm, deed Jacob.

Ik zeg: “Waarom zonde?”

“Pestvogels in de Toekomststraat in Enschede”, legt hij uit. “Die droom je je toch in Siberië? In de onbedorven taiga?”

Ik zeg: “Nee hoor. Daar ben ik heel makkelijk in. Als pestvogels genoegen nemen met de Toekomststraat in Enschede, doe ik dat ook”.