Nieuw hoogtepunt in koude oorlog tussen leger en regering; Desi Bouterse is niet echt weg

ROTTERDAM, 21 NOV. Met de ontslagaanvraag van legerleider Bouterse gaan de gedachten van de meeste Surinamers terug naar Kerstmis 1990. Ook toen gaf de bevelhebber er de brui aan. Bouterse voelde zich in zijn hemd gezet door de toenmalige president Shankar die op Schiphol geen hand uitstak toen de legerleider door de politie werd afgeschermd van de pers en als een misdadiger naar een transitruimte werd geloodst. Nog geen week later volgde de "telefooncoup', waarmee waarnemend bevelhebber Iwan Graanoogst de regering van Shankar naar huis stuurde.

Achter elke stap van Desi Delano Bouterse (45) gaat altijd weer iets anders schuil. De onberekenbaarheid van "De Bevel' houdt Suriname al sinds de eerste militaire machtsovername van 25 februari 1980 in haar ban.

Na de coup van 1980 liet hij linkse militairen opsluiten die volgens hem een contracoup in de zin hadden. Later verzoende hij zich weer met hen om gezamenlijk met ultra-linkse politici een "revolutionaire' koers in te zetten. Daarmee voorkwam Bouterse dat hij met door hem beloofde verkiezingen zijn macht zou moeten opgeven.

In maart 1982 overleefde Bouterse op het nippertje een contracoup van democratisch gezinde militairen. Aan het eind van dat jaar leken de democratische krachten in Suriname na massale acties van vakbonden, bedrijfsleven en studenten het pleit te winnen. Maar Bouterse, in het nauw, greep op 8 december hard in. Vijftien prominente oppositieleiders werden in fort Zeelandia, het militaire hoofdkwartier, op brute wijze vermoord. Bouterse was "de Leider van de Revolutie' wiens portret alle openbare gebouwen sierde. De voormalige sportinstructeur verkeerde met "groten' als Fidel Castro en Moammar Gaddafi. En de macht smaakte hem steeds zoeter.

Toen in de loop van 1983 een militair ingrijpen dreigde door Brazilië, dat zich zorgen maakte over Cubaanse invloed, stuurde Bouterse subiet de ambassadeur van Cuba het land uit. En korte tijd later knoopte hij even gemakkelijk gesprekken aan met de "oude' etnische politieke partijen over herstel van de democratie. De verkiezingen in 1987 leverden een vernietigende nederlaag op voor de inmiddels door Bouterse opgerichte Nationaal Democratische Partij (NDP). Maar de overlevingsstrateeg pur sang had in de grondwet wel een politieke waakhondfunctie voor het leger bedongen. De "telefooncoup' van december 1990 was volgens de legerleider dan ook helemaal geen staatsgreep maar een "constitutionele interventie''.

De huidige president Ronald Venetiaan is geen Shankar. “Ik kan me niet voorstellen dat u me die vraag stelt”, zei hij in juni tegen deze krant op de suggestie dat ook hij ooit na een telefoontje vanuit de kazerne het presidentieel paleis zou moeten verlaten. Dank zij zijn inspanningen kwam Suriname uit het internationale isolement. Met Nederland werd een Raamverdrag gesloten over nauwe samenwerking, ook met de Verenigde Staten en Venezuela werden de banden aangehaald. Onder deze omstandigheden is een nieuwe militaire coup uiterst riskant.

Het vertrek van Bouterse markeert een hoogtepunt van een maandenlange koude oorlog tussen regering en legertop. De nieuwe minister van defensie Gilds, afkomstig uit de sociaal-democratische coalitiepartij die altijd de hardste kritiek op de legertop leverde, ging de confrontatie niet uit de weg. Hij las Bouterse en de zijnen twee maanden geleden ongenadig de les toen zij weigerden acte de présence te geven bij het bezoek van een Amerikaanse militaire missie. Gilds is hard bezig geweest de greep van Bouterse op de krijgsmacht te verminderen. Hij laat zich adviseren door diens voormalige compaan Arty Gorré, een "model-militair' die met zijn oude kameraden lijkt te hebben gebroken en al geruime tijd wordt genoemd als mogelijke opvolger van de bevelhebber. Het naar schatting ruim vierduizend man sterke leger moet in de plannen van de Surinaamse regering tot een derde worden ingekrompen. De eerste concrete stappen zijn gezet. De grondwet is gewijzigd, waarmee de legale basis voor militaire inmenging in staatszaken is komen te vervallen. Het ministerie van defensie, onder Bouterse een leeg kantoor, is gerevitaliseerd en werkt nu samen met de eerste Nederlandse militaire attaché die sinds 1982 weer in Parmaribo is gedetacheerd. De financiële administratie van het leger wordt van het militaire kampement teruggebracht naar het ministerie van defensie.

Pijnlijk voor Bouterse is ook het verbod om het leger te gebruiken als politiek forum. Militairen mogen in het kampement geen politieke uitspraken meer doen. De gekrenkte legerleider trad het verbod deze week met voeten, toen hij in gevechtstenue tegenover zijn manschappen uitspraken van Surinaamse politici in het blad Vrij Nederland over zijn persoonlijke rijkdom hekelde en tegelijk de gelegenheid aangreep de regering-Venetiaan de mantel uit te vegen. Zijn felle reactie leek niet zozeer ingegeven door de inhoud van de beweringen - over zijn illegaal vergaarde miljoenenvermogen is al veel gesproken en geschreven - als wel door het feit dat ze voor het eerst met naam en toenaam aan enkele Surinaamse prominenten konden worden toegeschreven. Dit keer belde niet de bevelhebber naar de president maar omgekeerd: midden in zijn toespraak werd Bouterse telefonisch op het matje geroepen.

Suriname zonder "De Bevel' is nog geen Suriname zonder Bouterse. De scheidende luitenant-kolonel heeft zijn militaire macht gebruikt om een politiek en zakelijk imperium op te bouwen. Hij heeft volgens ingewijden belangen in mijnbouw, visserij, horeca, kippenfokkerij tot en met de internationale drugshandel.

Wat beoogt Bouterse werkelijk? Ooit koesterde hij de droom als nationaal leider in de voetsporen van wijlen Jopie Pengel te treden. Die ambitie lijkt hij nog steeds niet te hebben opgegeven. Als ere-voorzitter van de NDP, met twaalf zetels vertegenwoordigd in het parlement, heeft hij een machtig politiek platform om als burger een gooi te doen naar het presidentschap. Het nationale trauma van de "Decembermoorden' vormt echter nog altijd het grootste obstakel voor zijn ambities. De Surinaamse kiezer wenst geen leider met bloed aan de handen. Hoe gevoelig de kwestie voor Bouterse is, bleek deze week uit zijn tirade in de kazerne tegen de "CIA-trawanten' die op 8 december in Paramaribo hun doodgeschoten familieleden zullen herdenken, met toestemming van de president.

Zijn positie als legerleider verschafte Bouterse een drukmiddel om bij de burgerregering amnestie af te dwingen en zo strafrechtelijke vervolging voor de executies te ontlopen. Heeft hij met zijn vertrek dit drukmiddel opgegeven? “Ik ben niemands knecht en niemand is mijn meester”, dreigde Bouterse woensdag in de Memre Boekoe kazerne.

Zijn voormalige Mulo-directeur, wijlen pater Smeets, zei eens over hem: “Desi kan absoluut niet tegen zijn verlies. Dat is zijn grote handicap.”