Nederlanders streden onder leus 'No Pasaran'

En gij ... wat deed gij voor Spanje? Nederlanders en de Spaanse burgeroorlog 1936-1939. Verzetsmuseum, Lekstraat 63, Amsterdam. Tot 24 januari 1993. Openingstijden di. t/m vrij. 10.00-17.00, za. en zo. 13.00-17.00 uur

AMSTERDAM, 21 NOV. Sinds de jaren dertig zijn er vele oorlogen en burgeroorlogen gevoerd, maar waarschijnlijk geen enkele - met uitzondering van de Tweede Wereldoorlog - trok internationaal zo sterk de aandacht als de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Een paar honderd, grotendeels communistische Nederlanders die daardoor hun nationaliteit verloren, trok naar Spanje om als militaire of medische vrijwilligers deel te nemen aan de strijd tegen het fascisme van Francisco Franco y Bahamonde, kortweg Franco (1892-1975).

Over hun lotgevallen en de reacties in Nederland op de strijd op het Iberisch schiereiland is deze week in het Verzetsmuseum in Amsterdam - op de vrouwengalerij van de voormalige synagoge in de Lekstraat - een tentoonstelling geopend. Veel materiaal van 55 jaar geleden is er te zien: foto's, krantenknipsels, brochures en affiches voor humanitaire hulp. Ineke Deurwaarder, coördinatrice van de expositie, is er trots op dat zoveel bijeen is gekomen. Onder andere uit oude krantenarchieven als ook over het "Hollandse hospitaal' in Villanueva de la Jara en over de Nederlandse compagnie in Spanje, "De Zeven Provinciën'.

De burgeroorlog in Spanje was het gevolg van de spanningen die na de val van de Spaanse monarchie in 1931 tussen het toen aan de macht gekomen republikeinse, anticlericale en linkse regime en de rechtse, nationalistische opstandelingen ontstonden. Met Duitse en Italiaanse hulp won "caudillo' Franco de strijd nadat de Sovjet-Unie tegen het eind van de burgeroorlog haar steun aan het linkse volksfront had gestaakt.

Aan de kant van Franco's tegenstanders stonden de "Internationale brigades' waarin zo'n 35.000 buitenlanders (onder wie veel Amerikanen en 600 Nederlanders) voor de republiek en onder haar leus "No pasaran' hebben gevochten. Gruwelijk was de oorlog: enerzijds door de vervolging van arbeidersbewegingen en linkse intellectuelen en anderzijds door de vele excessen tegen geestelijken, priesters en nonnen. Van de Nederlandse vrijwilligers sneuvelde ruim de helft en zat een aantal - na Franco's overwinning - nog jarenlang in Spaanse krijgsgevangenschap.

In Nederland bestond voor hun deelname aan de strijd, uitgezonderd in zeer linkse politieke en culturele kring, in de regel weinig sympathie. Toch slaagden hulporganisaties er in 1937 en 1938 in om 145.000 gulden (in tegenwoordige waarde ruim 2 miljoen gulden) voor de nood aan republikeinse kant bijeen te brengen. De tentoonstelling laat zien hoe hard daarvoor gewerkt werd, als ook hoezeer de oorlog behalve internationaal bekende auteurs als Aldous Huxley, Ernest Hemingway, Heinrich Mann en George Orwell, ook Nederlandse kunstenaars in beweging bracht. Zoals de cineast Joris Ivens (wiens Spaanse aarde dit weekeinde in de Amsterdamdse bioscoop Desmet wordt vertoond), de schrijvers Lou Lichtveld, Jef Last, Anton Constandse, de schilders Peter Alma en Bertus van Lier, de graficus Gerd Arntz, de beeldhouwer Hildo Krop en de fotografen Carel Blazer en John Fernhout.

Politiek hield Nederland zich afzijdig. Niet alleen omdat de meeste politici aan een "binnenlands' conflict als dat in Spanje hun handen niet wilden branden, maar ook omdat de christelijke partijen - in tegenstelling tot de communisten, sociaal-democraten en de links-liberalen - in Franco toch het minste van twee kwaden zagen. Met gevolg dat Nederland na diens overwinning in 1939, een van de eerste Europese landen was dat het nieuwe bewind in Spanje erkende.