Nederland helpt Russen met huizen

Volgens George Kennan (NRC Handelsblad 14 november) kunnen de VS, nu het Russische opperbevel de terugtrekking van troepen uit de Baltische staten wil opschorten wegens gebrek aan huizen voor officieren in Rusland, een uitstekende bijdrage aan de stabiliteit in het Oostzeegebied leveren door mee te helpen aan de bouw van woningen voor deze officieren. Ik ben het daar van harte mee eens.

De opperbevelhebber van de GOS-strijdkrachten, generaal Shaposnakov, liet via een rapport in mei van dit jaar aan de Noord Atlantische Assemblee al weten dat het gebrek aan huizen voor Russische officieren en hun families het grootste probleem is bij de beloofde terugtrekking van militairen uit de voormalige Oostbloklanden. Hij noemde een aantal van 200.000 officieren. Dat is nog exclusief de 20.000 uit de Baltische staten die Kennan noemt.

Het is bekend dat er daarnaast nog zo'n 100.000 soldaten en 30.000 nabestaanden van soldaten die in Armenië en Azerbadjan bij etnische conflicten zijn gesneuveld, dakloos zijn. In NAVO-rapporten wordt gesproken over ca. 400.000 wooneenheden, waarin Rusland niet zelf kan voorzien. De ernst van de situatie werd op een NAVO-conferentie in juni op de marinebasis in Annapolis nog eens onderstreept door voormalig ambassadeur Yuri Vorontsov. “Het leger is nerveus”, zei hij “er gaan geluiden op over wapenbezit en verdediging van rechten. En dat is heel gevaarlijke praat.”

Het leek een doorbraak toen de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Baker, vorig jaar tijdens een speech aan de universiteit van Princeton verklaarde dat huisvesting van naar huis terugkerende ex-Sovjetmilitairen op de agenda van de internationale hulpverlening moest worden gezet. Dat was - het valt vrijwel exact na te gaan - een succes voor Nederland. Niet voor de regering, maar voor dr. Marlies ter Borg, voorzitter van de Stichting Building for Peace, een Nederlands particulier initiatief, die samen met Helena Agapova, journaliste bij de Rode Ster, het blad van de Sovjet-strijdkrachten, onvermoeibaar in Brussel en Washington aandacht voor het probleem was blijven vragen.

De Amerikanen belegden op 22 en 23 januari in Washington een conferentie waaraan vijftig landen deelnamen. Tot veler verbazing werd hulp toegezegd niet alleen voor technologie, maar ook voor huisvesting van militairen in de GOS-landen. Tijdens deze conferentie werden vijf werkgroepen ingesteld, waaronder één voor huisvesting, de "Sheltergroep'. Deze werd opgezet door Amerikanen en Duitsers. Er verscheen een actieprogramma dat eveneens het belang voor de politieke stabiliteit onderstreepte.

De Sheltergroep bracht op de tweede conferentie, in Lissabon, een wat vage vervolgrapportage uit. Maar één ding werd duidelijk: de oplossing van de woningnood in Rusland zou veel geld gaan kosten en geen van de landen deed financiële toezeggingen. Tegelijkertijd werd er vastgesteld dat hulp aan de Baltische staten prioriteit zou worden gegeven. Uit berekeningen in deze rapportage valt op te maken dat de kosten van huisvesting voor een gezin op 170.000 gulden werden geschat. Dat is veel, zelfs meer dan in Nederland voor sociale woningbouw wordt betaald. Mij is duidelijk geworden dat het hier niet gaat om, zoals het actieplan uitsprak, zoveel mogelijk technische assistentie en gebruik maken van de eigen mogelijkheden van land en bevolking. Gekozen is voor de Duitse aanpak: het met harde valuta neerzetten van woningen door buitenlandse ondernemers waarbij alle kosten tot en met de hotelkosten van de bouwvakkers worden meegerekend.

Bij de onderhavige huisvesting heeft de Nederlandse Stichting Building for Peace het voortouw genomen. Zij bouwt met wat steun van het ministerie van Defensie met haar Russische partners - technici van de Russische luchtmacht en de Nederlands-Russische joint-venture "Terra-Bloc Soviet Union' - een pilot-project van vijftig huizen in Monina, 45 km ten noordoosten van Moskou. Geen dure tweedehands appartementen zoals de Duitsers, maar eenvoudige huizen met gebruikmaking van in de omgeving aanwezig materiaal en met Russische arbeidskrachten. Naast economische hervormingen zijn mentale hervormingen in Oost-Europa van het grootste belang. Het particulier initiatief draagt daar op positieve wijze aan bij. Goede projecten uit deze sfeer verdienen dan ook meer overheidssteun.