Landbouwakkoord: wereldmarkt wint

BRUSSEL, 21 NOV. Ook gisteravond op hun gezamenlijke persconferentie in Brussel herhaalden de Europese commissarissen Andriessen (handel) en MacSharry (landbouw) het nog maar eens: een evenwichtig onderhandelingsresultaat is altijd een kwestie van geven en nemen. Wie op welke onderdelen in het bilaterale handelsakkoord tussen de EG en de VS heeft gewonnen of verloren, is nog niet zo eenvoudig aan te geven. Het ligt er ook aan, welke uitgangspunt men kiest.

Toen zes jaar geleden de zogeheten Uruguay-ronde in het kader van de GATT (Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel) van start ging, eisten de Amerikanen dat alle landbouwsubsidies zouden verdwijnen. Dat is in de nu gesloten overeenkomst in ieder geval niet gebeurd.

Volgens de afgelopen voorjaar afgesproken hervorming van het EG-landbouwbeleid zullen de graanprijzen de komende drie jaar met een derde dalen. Brussel zal de boeren daarvoor compenseren door directe inkomenssteun op hun bankrekening over te schrijven.

Met dat gewijzigde subsidie-mechanisme heeft Washington nu ingestemd. Vandaar de conclusie van Andriessen en MacSharry dat het EG-landbouwbeleid nieuwe stijl internationale erkenning heeft gekregen. “We hebben in feite de vrijheid gekregen om door te gaan”, aldus Andriessen.

Pijnlijk punt voor de EG, vooral voor de grootste Europese landbouwnatie Frankrijk - maar ook voor Nederland als het om de zuivelsector gaat die bij de hervorming van EG-landbouwbeleid nog buiten schot bleef - betreft de reductie van de gesubsidieerde export. Die moet in een periode van zes jaar - dat is de looptijd van de nu gesloten handelsovereenkomst die vermoedelijk op 1 januari 1994 ingaat - uitkomen op 21 procent. Dat is iets minder dan de 24 procent die secretaris-generaal Dunkel van de GATT had voorgesteld en waarbij de VS zich hadden aangesloten. Maar als het aan de EG had gelegen, was er helemaal geen afspraak gemaakt over vermindering van de export.

Toch ziet MacSharry ook op dit onderdeel lichtpuntjes, die hij met name de Franse boeren niet wil onthouden. De beperking raakt alleen uitvoer die met behulp van exportsubsidies tot stand komt. Vrije export blijft ongemoeid. En de vermindering van de gesubsidieerde export zal in een nog te sluiten GATT-akkoord niet alleen voor de Gemeenschap gelden maar ook voor alle andere landbouwexporterende landen in de wereld. Dat zal een stabiliserend en mogelijk prijsverhogend effect op de wereldmarkt hebben.

Dat laatste betekent dan weer dat de doelstelling dichterbij komt van de hervorming van het EG-landbouwbeleid om door middel van een forse prijsverlaging het Europese graan concurrerend te maken op de wereldmarkt. Via die omweg stijgen de exportkansen van de EG-graanproducenten, en zo blijft de overeenkomst met de VS dus binnen “het raamwerk” van de in mei overeengekomen landbouwhervorming, redeneert MacSharry.

Het Europees-Amerikaanse landbouwconflict heeft zich de afgelopen maanden toegespitst op de oliehoudende zaden. Van oudsher kunnen Amerikaanse producenten bij wijze van uitzondering hun oliehoudende zaden zonder importheffingen kwijt op de EG-markt. Probleem is echter dat Brussel in de jaren zeventig is begonnen om de soja-boeren in de eigen Gemeenschap flink te subsidiëren. En niet zonder succes, zoals de Amerikanen tot hun woede hebben ervaren. Ze kunnen minder kwijt op de Europese markt en daarom eisten ze dat Brussel zich zou vastpinnen op een produktiebeperking tot niet meer dan 9 miljoen ton per jaar.

MacSharry is niet akkoord gegaan met zo'n volumebeperking. In plaats daarvan is gekozen voor een minimumnorm voor braaklegging van grond waarop oliehoudende zaden wordt verbouwd. Uitgegaan wordt van 5,128 miljoen hectare. Volgens de EG-landbouwhervorming, waaraan ook Parijs zijn zegen heeft gegeven, zal dit jaar 15 procent van de akkers uit produktie worden genomen (teneinde de overschotten te verminderen). Maar voor de komende jaren is nog geen percentage vastgelegd. De invulling daarvan zal afhankelijk zijn van de vraag- en aanbodverhoudingen op de markt. Het kan meer zijn maar ook (veel) minder.

Met de Amerikanen is nu afgesproken dat - anders dan bij de granen - bij de oliezaden altijd ten minste 10 procent van de grond braak zal liggen. In zeker opzicht overschrijdt die afspraak de grenzen van het Brusselse hervormingsakkoord. Maar volgens de ruwe rekensom dat één hectare ongeveer 2,45 ton oliezaad oplevert, mag de EG met een totale oppervlakte van 5,128 miljoen hectare minus 10 procent nog steeds 11,3 miljoen ton oliezaden produceren van de Amerikanen. Dat is veel meer dan 9 miljoen ton waarover Washington eerder sprak. Bovendien heeft MacSharry bedongen dat oliehoudende zaden die bestemd zijn voor industriële verwerking, buiten de braaklegging mogen blijven.