Hongarije heeft zich op Slowaken verkeken

BOEDAPEST, 21 NOV. Op het oog is er nog weinig aan de hand in de omgeving van Dunakiliti, een van de Hongaarse dorpen aan de zuidelijke oever van de Donau. Een zijarm van de rivier staat er weliswaar droog, maar dat is al enkele jaren zo, sinds de tijd namelijk dat Hongarije nog meedeed aan het gezamenlijke project om het delta-achtige stroomgebied van de Donau aan weerszijden van de Slowaaks-Hongaarse grens te kanaliseren en het water te gebruiken voor de opwekking van elektriciteit.

Twee jaar geleden staakten de Hongaren echter het werk aan het inmiddels zo beruchte Gabcikovo-Nagymarosproject en nu zijn bij Dunakiliti een afwateringskanaal en een paar arbeiders die toezicht houden op het daarin gebouwde pompstation nog de enige zichtbare resten van de vroegere Hongaarse inspanningen.

De gevolgen van de afdamming door Slowakije, eind vorige maand, van de belangrijkste toevoerstroom van de Donau, om die in een nieuwe, iets noordelijker gelegen betonnen bedding te leiden naar de waterkrachtcentrale in Gabcikovo, zijn des te dramatischer, niet alleen aan de Hongaarse kant, maar ook aan de noordelijke, Slowaakse oever. Waterputten in dorpen als Bodky zijn drooggevallen, in de oorspronkelijke rivierbedding stroomt niet meer dan eenvijfde van de vroegere hoeveelheid water, vissen sterven, het wild in de griendbossen zoekt een goed heenkomen.

Het verhaal is bekend: in 1977 ondertekenden de toenmalige communistische regeringen van Hongarije en Tsjechoslowakije een verdrag over de bouw van twee dammen in de Donau, enerzijds om de rivier beter bevaarbaar te maken, anderzijds om de waterkracht voor elektriciteitsopwekking te gebruiken. Onder druk van de in het vrijere Hongarije steeds sterker wordende milieulobby trokken de Hongaren zich op het eind van de jaren tachtig echter steeds verder terug uit het project, totdat de regering in Boedapest in mei van dit jaar het hele verdrag opzegde.

In Slowakije werd de afgelopen jaren, ondanks de gefronste wenkbrauwen in Praag, of misschien juist daarom, met verdubbelde kracht voortgebouwd. Voor de Slowaken bood Gabcikovo een welkome gelegenheid om de Tsjechen, de Hongaren, en eigenlijk de hele wereld te laten zien dat het agrarische, armere deel van de Tsjechoslowaakse federatie best in staat was een groot waterbouwproject van de grond te krijgen. Milieu-overwegingen speelden daarbij geen rol, ook niet toen het communisme verleden tijd was geworden. Voor de Slowaakse nationalisten, die dit jaar de verkiezingsoverwinning behaalden, werd het des te belangrijker om de beslissende fase, de afdamming van de Donau, nog af te ronden voordat het uiteenvallen van de Tsjechoslowaakse federatie, per 1 januari 1993, een feit zal zijn. Tot die tijd draagt de federatie immers nog formeel de verantwoordelijkheid voor eventuele internationale repercussies.

Die repercussies zijn niet uitgebleven. Hongarije maakte de afdamming van de Donau aanhangig bij de CVSE, de Europese Commissie en het Internationale Gerechtshof in Den Haag. Op 28 oktober werd in Londen een akkoord ondertekend door de Europese Commissie en vertegenwoordigers van Hongarije en Tsjechoslowakije waarin werd overeengekomen dat een tripartite commissie van experts op het gebied van milieu, hydrologie en waterbouw een uitgebreide studie doet. Voorts nam Tsjechoslowakije het op zich om te garanderen dat 95 procent van de oorspronkelijke hoeveelheid Donauwater in de oorspronkelijke Donaubedding zou terugkeren. Beide partijen beloofden bovendien zich neer te leggen bij de uitspraak die het Hof in Den Haag over de juridische aspecten van de zaak zou doen.

Na 22 november moet het Hof een “gezamenlijk compromis” opstellen, waarin de fundamentele geschillen zijn verwerkt. Bijvoorbeeld de vraag of het Hongarije, dan wel Tsjechoslowakije is dat zich heeft schuldig gemaakt aan schending van het uit 1977 daterende verdrag. Slowakije vindt immers dat de eerste verdragsschending is gepleegd door Hongarije, dat het werk aan de waterwerken eenzijdig heeft gestaakt.

Op het ministerie van buitenlandse zaken in Boedapest, dat overigens uitkijkt over de omstreden rivier, realiseert men zich dat de zaak juridisch heel ingewikkeld is geworden. Staatssecretaris János Martonyi: “Misschien zijn we in het begin te weinig bereid geweest om tot een compromis te komen, maar anderzijds: zelfs als Hongarije het verdrag van 1977 onwettig heeft opgezegd dan is er aan Tsjechoslowaakse kant nu al sprake van twee grove schendingen van het internationale recht, eerst doordat eind oktober de Donau werd afgedamd en ten tweede omdat de 95 procent van het rivierwater waarvan sprake is in de Londense overeenkomst nog steeds niet in de oude bedding is teruggebracht, ondanks de Hongaarse protestnota's daarover”.

“Bovendien”, zegt Martonyi, “je kunt je natuurlijk afvragen hoe rechtsgeldig een verdrag is dat werd ondertekend door regeringen die niet op democratische wijze tot stand zijn gekomen. Je moet niet vergeten dat dat project ons, Tsjechoslowakije en Hongarije, eigenlijk door de Sovjet-Unie is opgedrongen. De leuze daar was: "De natuur is er om overwonnen te worden'. Nou, dat is inderdaad hier en daar in Oost-Europa wel gebeurd. In de late jaren tachtig begon Hongarije zich langzamerhand het gevaar voor het milieu te realiseren. Na de veranderingen van 1989 hebben we gedacht dat, net zoals de nieuwe, democratisch gekozen Hongaarse, ook de nieuwe Tsjechoslowaakse regering wel van gedachten zou veranderen over Gabcikovo. De ontwikkelingen tussen Tsjechen en Slowaken zorgden er echter voor dat het project in Slowakije steeds meer als een symbool van onafhankelijkheid ging fungeren waar de federale regering niets meer over te zeggen had. Hongarije redeneerde: "OK, we hebben een boel geld verloren, maar het gaat om komende generaties'. De Slowaken hadden daar geen moeite mee, die kijken alleen naar de energie-opbrengst, die overigens maar twee tot drie procent van het verbruik uitmaakt. Met energiebesparende maatregelen win je vaak twintig tot dertig procent!”

Hongarije is, zo valt ook op het wat groezelig ogende ministerie voor milieu te horen, voortdurend door Tsjechoslowakije (zoals officieel nog steeds wordt gezegd, maar bedoeld wordt: door Bratislava) voor voldongen feiten geplaatst. “We hebben”, zegt Sándor Keresztes, de Hongaarse minister van milieu, “de problemen wel op tijd zien aankomen, maar we zijn er steeds vanuitgegaan dat we met politieke middelen de zaak wel konden oplossen. En zelfs toen we in mei dit jaar het verdrag opzegden, dachten we dat de Slowaken op hun beurt dan wel met de bouw zouden stoppen.”

Het lijkt er dus op dat Boedapest een ernstige politieke calculatiefout heeft gemaakt, niet alleen met betrekking tot de binnenlandse situatie in Tsjechoslowakije, maar ook wat betreft de steun uit het buitenland. Minister Keresztes zegt althans dat Hongarije de indruk had gekregen dat de politici in West-Europa “de zaken niet zo somber zagen”, met andere woorden, dat er wel middelen zouden zijn om de Slowaken af te brengen van voltooiing van het project. “Het probleem was ook dat de werken tot een bepaald punt moesten worden voortgezet, maar op een gegeven moment waren er geen middelen meer om hen te stoppen.”

Ook met de voorlichting over de voortgang van het project is het een en ander misgegaan, geeft Keresztes toe. “In 1989, '90 was Gabcikovo-Nagymaros een "hot issue' in heel Hongarije. Nu kun je de bevolking in twee groepen verdelen: de ongeveer 120.000 mensen in de 25 tot 30 dorpen langs de Donau die er zeer nauw bij zijn betrokken en de rest van de bevolking die heel andere dingen aan het hoofd heeft. We zijn twee maanden geleden een informatiecampagne begonnen met films die de ernst van de situatie onderstrepen, want ik geef toe, in het begin is de intensiteit van onze voorlichting onvoldoende geweest.”

Hongarije kan weinig anders doen dan hopen dat onderzoeken van de tripartite commissie gunstig uitvallen en dat er een compromis wordt gevonden waardoor de Donau in elk geval meer water krijgt. Keresztes: “Wij willen dat het grootste deel van de Donau terugkomt in de oorspronkelijke bedding. De meest gevoelige gebieden zitten nu zonder water. Aan de vegetatie kun je op het ogenblik natuurlijk nog niet veel zien, pas in het voorjaar zullen de gevolgen van de daling van het grondwaterpeil zichtbaar worden. Maar de lange-termijneffecten zullen pas na jaren of zelfs decennia merkbaar worden”.