G-7 bespreekt export van technologie naar Iran

BONN, 21 NOV. De Verenigde Staten hebben zich gisteren ingespannen zes andere geïndustrialiseerde landen te overreden een verbod in te stellen op de levering van alle technologie aan Iran die eventueel ook voor militaire doeleinden zou kunnen worden gebruikt. De Amerikaanse regering maakt zich grote zorgen dat Iran met de hulp van leveranties uit het Westen een militaire dreiging wordt, zoals in de jaren tachtig met Irak is gebeurd.

Functionarissen van de "Groep van Zeven' - de VS, Canada, Duitsland, Framkrijk, Groot-Brittannië, Italië en Japan - hadden gisteren een ontmoeting op een geheime plaats in Bonn met als onderwerp "coördinatie van controle op wapenexport'. Volgens een Amerikaanse zegsman zijn alle zeven landen het eens dat geen nucleaire componenten aan Iran mogen worden geleverd. Dat verbod uit te breiden tot technologie die zowel voor civiele als militaire doeleinden kan worden gebruikt, ligt echter moeilijker. Vooral Japan aarzelt volgens de Amerikaanse zegsman om de verkoop van technologie aan Iran aan banden te leggen. Maar de Amerikaanse opstelling gaat ook verder dan de Europeaanse.

In het bijzonder de bloeiende Duitse handel met Iran baart Washington zorgen. Een woordvoerder van het Duitse ministerie van economische zaken wees gisteren echter op de strikte Duitse controle op de export van wapens en produkten die kunnen worden gebruikt om wapens te maken. Duitsland is de afgelopen jaren gedwongen zijn toezicht op de wapenexport aanzienlijk te verscherpen na onthullingen dat Duitse bedrijven onder andere een chemische-wapenfabriek in Libië hadden helpen bouwen en Irak hadden geholpen met zijn nucleaire bewapeningsprogramma. (AP)