Fodor behoudt alleen expositiefunctie; Amsterdam krijgt beleidscentrum beeldende kunst

AMSTERDAM, 21 NOV. Amsterdam krijgt een nieuw centrum voor beeldende kunst dat zal beslissen over de gemeentelijke kunstopdrachten en -aankopen en dat ook de projectsubsidies toekent. De kunstuitleen in de hoofdstad zal beter worden gestroomlijnd door de oprichting van één centrale organisatie. Dat staat in de Notitie Beeldende Kunst 1993-96 van wethouder E.C. Bakker (cultuur), die gisteren door B en W is goedgekeurd. De raadscommissie voor cultuur vergadert half december over de voorstellen.

Het Stedelijk Centrum Beeldende Kunst, dat in 1994 moet beginnen en waarschijnlijk op de Overtoom gevestigd wordt, zal een verregaande zelfstandigheid krijgen. De gemeenteraad stelt het bestuur aan, dat op zijn beurt de verschillende adviescommissies benoemt. Voor de subsidiëring van incidentele projecten stelt de gemeente een budget ter beschikking dat geleidelijk oploopt tot twee miljoen gulden in 1994. Het totale budget voor beeldende kunst in Amsterdam bedraagt 9,6 miljoen. De wethouder wil af van "lokaal protectionisme': bij projecten, opdrachten, of subsidies mogen woonplaats of herkomst van kunstenaars geen rol meer spelen, maar telt alleen de vraag of de Amsterdamse cultuur erbij is gebaat.

Omdat de jaarlijkse aankopen ten behoeve van de collectie van het Stedelijk Museum vaak in depots verdwijnen, zal een onderzoek worden gedaan naar een betere benutting van het aankoopgeld. In afwachting daarvan zullen in 1993 geen aankopen worden gedaan.

De huidige organisatie van de kunstuitleen, die is verdeeld over zes verschillende organisaties, is te duur en niet altijd efficiënt, constateert Bakker. Daarom zullen ze worden gebundeld in één instelling, waarin de huidige artotheken en de Stichting Beeldende Kunst zullen deelnemen. Daarvoor is volgend jaar een bedrag van 2,5 miljoen ter beschikking gesteld, in 1994 twee miljoen en een miljoen in 1995 en 1996. Op den duur moet de nieuwe Kunstuitleen Amsterdam grotendeels kostendekkend werken.

Volgens de wethouder zal nog nader worden overlegd over de plaats waar en de manier waarop de functie van Museum Fodor, dat per 1 januari wordt opgeheven, zal worden voortgezet. Bakker had in juni bij de behandeling van het Amsterdamse Kunstenplan 1993-96 toegezegd 275.000 gulden te reserveren om een deel van de functie van Fodor, dat vooral als platform dient voor jonge Amsterdamse kunstenaars, te behouden. De wethouder wil dit bedrag bestemmen voor tentoonstellingen van beeldend kunstenaars die zich onderscheiden binnen de Amsterdamse cultuur, maar elders nog niet volop in de aandacht staan. De exposities zullen worden georganiseerd door het Stedelijk Museum, maar waarschijnlijk niet n het Stedelijk. De directeur van het Stedelijk was, als hoofd van de dienst musea voor moderne kunst, in het verleden ook verantwoordelijk voor Fodor. Bij de presentatie en bij internationale uitwisselingen kan volgens de nota het nieuwe centrum een rol spelen.

Drie instellingen krijgen de komende vier jaar extra geld: De Appel (drie ton per jaar), Montevideo/Time Based Arts en de architectuurstichting Arcam (beide een ton per jaar). De kunstenaarsverenigingen die vanaf juni 1993 niet langer in de Nieuwe Vleugel van het Stedelijk Museum mogen exposeren, krijgen 130.000 gulden per kunstenplanjaar en een eenmalig bedrag van 120.000 gulden voor vervangende tentoonstellingsruimte. De gemeente onderzoekt nog de mogelijkheid om een permanent expositiecentrum in de voormalige bank van lening in de Nes in te richten.

Volgens Bakker wordt menig in opdracht van de gemeente gemaakt kunstwerk op straat aan het oog onttrokken door geparkeerde auto's en andere obstakels. Hij wil dat de kunst in de openbare ruimte beter zichtbaar wordt voor het publiek. De complete collectie zal daarom kritisch onder de loep worden genomen.