EEN MONUMENT VAN MONSTERLIJKE ARROGANTIE EEN MONUMENT VAN MONSTERLIJKE ARROGANTIE

The View from No. 11. Memoirs from a Tory Radical door Nigel Lawson 1064 blz., geïll., Bantam Press 1992, f 75,80 ISBN 0 593 0221 81

Sinds de val van Margaret Thatcher heeft een reeks ministers uit haar kabinetten zich gehaast zijn politieke memoires te schrijven. Toen ze eindelijk bevrijd waren van Haar dwingende ogen, konden ze niet wachten hun eigen stukje belangrijkheid in het wonder van de Thatcher-revolutie te claimen, dan wel daar op spectaculaire wijze afstand van te nemen. Willie Whitelaw en Peter Carrington, Nicholas Ridley en Cecil Parkinson, Ian Gilmour en Geoffrey Howe, Alan Clark en Nigel Lawson hebben zich allemaal aan het bureau gezet om hun grieven van zich af te schrijven, cq. zich te rechtvaardigen, cq. oude rekeningen te vereffenen.

Lord Whitelaw en Lord Carrington hebben er niet echt een bloedbad van gemaakt. Daar zijn ze te saai, dan wel te sluw, dan wel te deftig voor. Toen een Conservatieve partijgenoot beleefd tegen Whitelaw zei dat hij diens memoires ""interessant' gevonden had, deinsde Thatchers vaderlijke raadgever ontzet achteruit. Interessant? Dat was bepaald niet de bedoeling geweest.

Cecil Parkinson had op het laatste partijcongres de handen vol aan het signeren van zijn boek. Zo te zien waren de kopers vooral dames, die minder geïnteresseerd leken in Parkinsons ""van arbeidersjongen tot minister'-carrière, dan wel in wat hij zelf verkiest aan te duiden met ""de Sarah Keyes-affaire': de overspelige verhouding met zijn secretaresse, waaruit een dochter werd geboren.

Geoffrey Howe is nog aan het schrijven, net als de "verrader' van Irakgate, Alan Clark. Naar verluidt heeft het Howe - ""poor old Geoffrey' - heel wat moeite gekost een uitgever te vinden die voldoende geïnteres-seerd was in de diepste gedachten van de ex-minister van buitenlandse zaken. Clarks kaarten liggen beslist beter: weliswaar een staatssecretaris, maar één die het politiek bedrijf eigenlijk als iets verachtelijks beschouwt. In een voorpublikatie heeft hij al verschrikkelijke dingen gezegd over zijn vroegere baas, minister van defensie, Tom King (""geen hersens', ""een schreeuwlelijk', ""wist niet waar het over ging', etcetera) en Clarks betrokkenheid bij de Britse wapenleveranties aan Irak maakt zijn manuscript alleen maar aantrekkelijker.

MEEST SCHAAMTELOZE

Maar het dikste, het sappigste, het meest schaamteloze en bij tijden het meest slaapverwekkende politieke dagboek dat nu op de markt is, moet dat van Nigel Lawson, Thatchers arrogante minister van financiën, zijn. Lawson is de man die in de battle of wills met zijn premier over de gewenste economische koers voor Groot-Brittannië onvermijdelijk toch de zwakste bleek en eieren voor zijn geld koos door ontslag te nemen. Hij is ook degeen die na zijn vertrek de schuld kreeg van het creëren van een kunstmatige boom, die onafwendbaar leidde tot de diepste en langdurigste recessie die Engeland sinds de jaren dertig heeft meegemaakt.

In zijn The View from No. 11. Memoirs from a Tory Radical legt Lawson 1064 pagina's lang uit waarom de wereld dat toch een beetje verkeerd heeft begrepen. Het is een tragiek dat de meeste mensen te dom zijn om zijn brille bij te houden. Een béétje schuld, à la, maar het gaat toch werkelijk te ver dat Major cum suis drie jaar na zijn vertrek nog geen ander excuus voor de economische misère hebben gevonden dan alleen zijn, Lawsons, handelen. Zoals hij onlangs in een interview zei: door zijn studie taalfilosofie in Oxford kan hij zeer goed vaststellen wanneer mensen nonsens verkondigen, en gewoonlijk laat hij ze dat weten ook.

Lawsons boek laat zich op twee niveaus lezen: als een handboek politieke staatshuishouding in de jaren tachtig en als een kijkje achter de voordeuren van Downingstreet nummers 10 (ambtswoning van de premier) en 11 (ambtswoning van de Chancellor) in de zes jaar dat Thatcher en Lawson daar elkaars buren waren. Geïnteresseerden in het eerste niveau kunnen hun hart ruim 800 pagina's lang ophalen. Geen vergadering met vertegenwoordigers van de Bank of England, geen bijeenkomst met topambtenaren van de Treasury wordt de lezer bespaard, de money supply-standaards (M0 t/m M5) vliegen hem om de oren. ""Het lijken de notulen van een stedelijk gasbedrijf wel,' schreef één criticus hier onaardig.

Desondanks: als ik getrouwd was met meneer Duisenberg of meneer Schlesinger zou ik het perfecte Kerstcadeau voor mijn echtgenoot gevonden hebben, temeer omdat ik zou vermoeden dat hij wel zou willen lezen dat Lawson meent dat de jaarlijkse begrotingsceremonie met het voorafgaand poseren met het rode koffertje ""de afgunst wekt van mijn collega's van financiën over de hele wereld'.

Mevrouw Lubbers kan haar echtgenoot gelukkig maken met het feit dat die in Lawsons memoires genoemd wordt als bemiddelaar tussen de Europese Gemeenschap enerzijds en de fel anti-Europese sentimenten van Margaret Thatcher anderzijds. Volgens Lawson bedacht Geoffrey Howe, minister van buitenlandse zaken, dat Lubbers de man was die Thatcher zou kunnen overhalen het driefasenplan van Jacques Delors op weg naar monetaire en politieke eenwording in 1989 niet bij voorbaat af te wijzen. Lubbers was ""binnen de Gemeenschap degeen die nog het meest weghad van een bondgenoot voor Margaret,' schrijft Lawson. ""Bovendien vond ze zijn rugged good looks en persoonlijke charme aantrekkelijk.'

KLEINE RAMP

Helaas liep de listig beraamde Brits-Nederlandse minitop op Chequers voor Howe en Lawson uit op een kleine ramp: Thatcher gaf alleen maar Lubbers op zijn kop omdat Nederland zich in haar ogen niet hard genoeg gemaakt had voor modernisering van NAVO, en toen het gesprek uiteindelijk ook nog naar de Europese Monetaire Eenwording kon worden gestuurd, kreeg Lubbers maar één keer de kans om uit te leggen dat lidmaatschap van het Europese Monetaire Systeem Groot-Brittannië juist een betere kans zou geven zich te verzetten tegen de voorgestelde volledige monetaire eenwording. Dat deed hij met de van nu af aan onsterfelijke woorden: ""Je kunt natuurlijk autorijden zonder gordel om, maar over het algemeen is het toch beter zo'n ding wel om te hebben.'

Maar voor niet-economen en niet-politieke beroemdheden ligt de fascinatie van het boek in die meer dan honderd pagina's die verslag doen over de periode waarin Lawson in toenemende mate strijd voerde tegen Margaret Thatcher en haar economisch adviseur Alan Walters over de wenselijkheid van het onderbrengen van het pond sterling in het Europese Monetaire Systeem, uitmondend in zijn ontslag op 26 oktober 1989. Er is Lawson veel aan gelegen te demonstreren dat zijn superioriteit minstens gelijkwaardig was aan die van Margaret Thatcher, al moet zelfs hij erkennen dat zij premier was en niet hij.

De ex-Chancellor, de langst zittende in die functie sinds Lloyd George, schrijft uitvoerig over zijn persoonlijke verhouding met "Margaret'. Te uitvoerig soms, zoals wanneer hij beschrijft hoe ze na een bijzonder geslaagde (natuurlijk!) begrotingspresentatie laat in de avond bij buurman aan de tussendeur tussen de nummers 10 en 11 aanbelde, terwijl de Chancellor al naar bed was gegaan. Lawson moest haastig iets aanschieten, want hij slaapt - deelt hij de lezer mee - altijd naakt. De gedachte aan al dat briljante vet in een haastig omgeslagen sjamberlock, leunend tegen de deurpost in ontspannen gekout met buurvrouw Thatcher die vooral niet binnen mag komen... Zoals de Britten dan zeggen: the mind boggles!

Lawson had in 1983, bij zijn benoeming als Chancellor, nog getolereerd dat Margaret hem had opgedragen dat hij zijn haar moest laten knippen. ""Wanneer de ogen van de wereld op je gericht zijn en men hangt aan elk woord dat van je lippen rolt,' legde Lawson deze week in een interview uit, ""ach, dan is het misschien wel van belang dat je niet zulk lang haar hebt.' Hij heeft zijn haar inmiddels overigens weer laten uitgroeien tot de vroegere weelderigheid: Lord Lawson of Blaby kan onmogelijk tot de kaalkoppen in het Hogerhuis gerekend worden.

AFGEDANKT SPEELGOED

His Lordship bevestigt in zijn boek nog eens de toenemende hoogmoedswaanzin en uiteindelijke isolement van zijn Leidster: de manier waarop ze Geoffrey Howe, die ze niet langer vertrouwde, in bijzijn van anderen vernederde en behandelde als een afgedankt stuk speelgoed; de wijze waarop ze zich onder vier ogen uitte over de Duitsers - ""werkelijk angstaanjagend' - en de arrogantie waarmee ze haar eigen gelijk poneerde als onaantastbaar. Afgezien van hun inhoudelijk verschil van mening over de gewenste economische koers, is het duidelijk dat de twee enorme ego's van Thatcher en Lawson op den duur dreunend moesten botsen.

Na het monument van arrogantie dat Nigel Lawson met zijn The View from No.11 heeft gedeponeerd, is het wachten nu op de memoires van Barones Thatcher zelf. Niet alleen kan die zich verweren tegen de tekening die Lawson en anderen van haar hebben gegeven, maar ook moet ze er in zien te slagen postuum nog superieurder over te komen dan His Lordship. Dat zal moeite kosten. Zeker na strofen als ""Ik zei tegen de Koningin, de enige tegenover wie ik mijn hart werkelijk in het volste vertrouwen kon uitstorten, ... '.

Maar misschien kan de Barones op haar beurt toelichten of alles waar is wat Lawson voor zichzelf claimt: dat hij de term Thatcherisme heeft verzonnen, dat Margaret Thatcher jaloers was op zijn triomfantelijk succes in de verkiezingscampagne van 1987, dat hij door Thatcher gedwongen is een achteraf onberaden renteverlaging door te voeren, en dat hij het was, die vroeger dan al zijn collega's inzag welke briljante koers de regering in de jaren tachtig diende te voeren. En zou zij net als haar voormalige Chancellor ook vinden dat John Major als aankomend staatssecretaris niet tegen zijn taak was opgewassen? Had zij eveneens Norman Lamont niet hoog zitten? Meent zij ook dat Lawsons grote gelijk niet altijd begrepen is door zijn collega's? En zou zij net als hij een stukje van zijn erfenis, drie miljoen werklozen, ook ""teleurstellend maar niet wijzend op falen' wensen te noemen?

""Wat een monsterlijk boek van een door zichzelf geobsedeerd iemand', schreef Roy Jenkins, zelf een veelschrijver van politieke dagboeken en ook al een ijdeltuit, dit weekeinde bijna apoplex van woede in een vernietigende kritiek in de Sunday Telegraph. Jenkins is alleen maar een verre voorganger van Lawson op de post van Chancellor en hij wortelt als ex-Labour-minister en voormalig Europees Commissaris in Brussel in volstrekt andere aarde dan Zijzelf met de Ogen van Caligula en de Mond van Marilyn Monroe. In afwachting van Haar Visie, is dit voorproefje voorlopig interessant en wekt honger naar het hoofdgerecht.