Den Haag krijgt in Rotterdam aansluiting op hoge snelheidstrein

DEN HAAG, 21 NOV. Minister Maij (verkeer en waterstaat) wil de stad Den Haag een rechtstreekse aansluiting geven op de hoge-snelheidstrein van Parijs naar Amsterdam. Dit moet gebeuren door in Rotterdam treinstellen van de hoge-snelheidstrein aan en af te koppelen. De eigenlijke hoge-snelheidstrein zou moeten rijden over de nieuwe lijn van Rotterdam naar Amsterdam die het ministerie wil aanleggen.

Dit zei de projectdirecteur voor de hoge-snelheidslijn, K.H. van Hout, gisteren in Den Haag op een door de gemeente en de Kamer van Koophandel georganiseerd symposium. Den Haag wil dat de NS en het rijk terugkomen op hun voorkeur voor een nieuw aan te leggen lijn, die langs Zoetermeer moet lopen. In de visie van Den Haag zou de hoge-snelheidstrein gebruik moeten maken van de bestaande verbinding tussen Rotterdam, Den Haag, Schiphol en Amsterdam.

Het voorstel dat het ministerie van verkeer en waterstaat nu doet, is volgens Van Hout realistischer dan gebruikmaking van de bestaande verbinding via Den Haag. “Het is een oplossing waarbij niet Den Haag lijdt onder de belangen van Amsterdam, Rotterdam en Schiphol, maar ook Amsterdam, Rotterdam en Schiphol niet de dupe zijn van de belangen van Den Haag. Dus niet een of/of maar een en/en oplossing.” Bedoeling is minimaal vier keer per dag een trein vanuit Den Haag in Rotterdam te koppelen aan de hoge-snelheidstrein naar Parijs, evenveel als er nu rijden. De reistijd vanuit Den Haag naar Parijs wordt dan twee uur en drie kwartier, nu is dat ongeveer vijf uur en een kwartier. De trein zou moeten vertrekken vanaf het Centraal Station in Den Haag.

In een eerste reactie zegt de Haagse wethouder van ruimtelijke ordening en stadsvernieuwing, P.G.A. Noordanus, “een uitgestoken hand natuurlijk nooit te weigeren”. Volgens Noordanus is er echter “een dubbel voordeel te behalen” als de hoge-snelheidstrein gebruik maakt van de bestaande verbinding via Den Haag. De kosten zullen lager uitvallen en het geld zal worden gebruikt voor de verbetering van een bestaande verbinding, “wat ook leidt tot verbetering van het binnenlands treinverkeer”. Ook zou er op deze manier geld overschieten voor andere openbaar-vervoerprojecten, aldus Noordanus.