De natuur hield zich niet aan de wetten van het socialisme

Geloof in technologie en vooruitgang, in maakbaarheid van mens en samenleving hebben een verwoestende uitwerking gehad op de natuur in de voormalige Sovjet-Unie. Het Aralmeer is daarvan het sprekendste voorbeeld. “Als het met het Aralmeer is afgelopen, is het met half Oezbekistan ook gedaan.”

Soeriman is geboren en getogen aan zee, in de Oezbeekse vissersplaats Moejnak aan het Aralmeer. Water is altijd zijn wereld geweest. Hij woont er nog steeds. Moejnak is alleen geen havenstad meer. Het is nu een dode stad, het Pompeï van Centraal-Azië. Alleen de rietstengels, een gestrand schip of een verdwaalde visser herinneren er nog aan vroeger tijden. Zelfs het kanaal, dat medio jaren zeventig is aangelegd naar de datsja waar de Oezbeekse partijsecretaris Rasjidov zijn eigen bootje had afgemeerd, ligt er tegenwoordig droog bij.

Wanhopig probeert Soeriman het tij te keren, alsof hij het water letterlijk terug wil trekken. Soeriman is werkloos. Al zijn tijd kan hij daarom in de milieubeweging steken. Alleen als die “gehoord wordt, kan het Aralmeer gered worden van de ondergang”. “Want als het met het Aralmeer is afgelopen, is het met half Oezbekistan ook gedaan”, kortom, met een gebied twaalf keer zo groot als Nederland. “Eerherstel”, dat is, geheel in lijn met het idioom van de perestrojka, zijn trefwoord. Zijn medeburgers hebben niettemin een ander oordeel. Soeriman is gewoon “geschift”, vinden ze. Ook dat spoort met een trend, de trend om de ogen te sluiten voor problemen die de dagelijkse strijd om het bestaan te zeer overstijgen.

Maar Soeriman heeft wel gelijk. Want de consequenties van de verwoestijning van Oezbekistan zijn nu al ongekend. De kindersterfte rondom het Aralmeer is zes keer zo hoog als in het Europese deel van de voormalige Sovjet-Unie. Meer dan tachtig procent van de vrouwen die er kinderen baren - en dat zijn er veel in dit gebied waar de vruchtbaarheid der vrouwen drie keer zo hoog is als elders; maar liefst veertig procent van de bevolking is er jonger dan achttien jaar - lijdt aan een ernstige vorm van bloedarmoede. Hepatitis is een wijdverspreide ziekte. Astma, hoe dan ook een populaire ziekte in de oude Sovjet-Unie, eveneens. En tyfus? Die ziekte zal de komende vijf jaar verviervoudigen, is de voorspelling.

Ooit was het Aralmeer een der grootste binnenzeeën ter wereld. Een zee bijna net zo groot als de hele Benelux. Alleen de Kaspische Zee, Lake Superior in Canada en het Victoriameer in Afrika waren uitgestrekter. In het Aralmeer mondden de Amoedarja en Syrdarja uit, twee rivieren die voor heel Centraal-Azië van levensbelang waren. De Amoerdaja en Syrdaja zorgden voor het water dat de omgeving voor haar landbouw nodig had. Het Aralmeer op zijn beurt gaf werk aan duizenden vissers en aanverwante beroepsgroepen.

Zo ging het leven tot 1960 zijn gangetje. Totdat de Moskouse planners het gebied in de vaart der volkeren omhoog wilden stoten en, terwille van een monocultuur in katoen en rijst, opdracht gaven tot gigantische irrigatieprojecten. Deze megalomanie heeft de twee rivieren de afgelopen dertig jaar letterlijk leeggezogen. De economische dogmatiek van Moskou heeft het Aralmeer in dertig jaar ongeveer 65 procent van zijn water en veertig procent van zijn areaal gekost. De kustlijn is honderd kilometer zee-inwaarts getrokken. Een proces dat tot nu toe niet is gestuit. Het waterpeil in de zee, dat sinds 1960 al met dertien meter is gezakt, zakt nog steeds jaarlijks met dertig centimeter.

En of dat nog niet genoeg is, het water dat voor de irrigatie wordt afgetapt, is nu ook al niet meer voldoende om de katoen-plantages van voldoende water te voorzien. De meeste velden krijgen maar tweederde van de hoeveelheid water die ze nodig zouden hebben. De gemiddelde temperatuur, waaronder de gewassen moeten groeien, is bovendien met drie graden Celsius gestegen. Door dit tekort aan water, de jarenlange overdaad aan herbiciden of pesticiden en door de klimatologische veranderingen is het land nu grotendeels verzilt.

De economische gevolgen hiervan zijn niet gering. Hele steden en dorpen hebben hun reden van bestaan verloren. De visfabriek in Moenjak wordt nu bijvoorbeeld draaiende gehouden met de schaarse vangsten uit de rivier en de resterende moerassen dan wel vis die van heinde en verre moet komen. De katoenteelt staat wegens gebrek aan water ook onder druk. Om over de rijstvelden nog maar te zwijgen.