De dreigende teloorgang van Sinterklaas; De heilige van de hoeksteen

Sinterklaas lijkt het veld al bijna geruimd te hebben voor de vreselijke Kerstman. Wie zich begint af te vragen hoe dat zo gekomen is, gaat het weldra duizelen. De factoren tuimelen over elkaar heen. Al heel gauw doemen de contouren op van het monsterverbond dat tot stand is gekomen tussen Zeitgeist en zowat de complete naoorlogse geschiedenis van Nederland.

Ik noem hier, dwars door elkaar heen, een aantal van die stille slopers van Sinterklaas. De gedachte van de Knecht, om mee te beginnen. Spoorloos, sinds in ieder van ons een laagje vakbondsdenken is gesedimenteerd; anti-hiërarchisch en historisch denkgoed houden elkaar hier bij de hand. Ook het idee van oordeel en beoordeling, van strenge doch rechtvaardige vaderlijkheid, en meer in het bijzonder het idee van morele beoordeling - benodigd om überhaupt te kunnen moraliseren, al is het maar voor de grap - is morsdood. Dreigen en straffen, het is al decennia uit den boze bij pedagogen.

De campagnes, in de jaren zeventig en tachtig, voor andere samenlevingsverbanden dan dat van het gezin - de commune (al dan niet geëvolueerd tot woongroep), het homovaderschap, het lesbisch huwelijk -, ze mogen volledig geslaagd heten. Wat nu een Eenoudergezin heet, was in mijn verre jeugd nog een Gebroken Gezin (bij mij op de middelbare school zat vroeger een (1) jongen in de klas met een Gescheiden Moeder en dat was Heel Erg, wij wisten het allemaal en bejegenden hem met de grootst mogelijke voorkomendheid!).

En dan dat vermaledijde zwart. Ik herinner me, begin jaren tachtig, hopeloze crèchevergaderingen waarbij besloten werd tot een veelkleurig Pietenleger (roze, blauw, groen, alles was goed zolang het geen zwart was); uiteraard was dat - zouden we nu zeggen - een witte crèche, met veel doodernstige linkse mensen. Het Sinterklaasfeest, stel ik me zo voor, zal op een boel lagere scholen en peuterdagverblijven wel helemaal niet meer gevierd worden, veiligheidshalve. Intercultureel, dat betekent - in verband met Sinterklaas - toch vooral: afschaffen.

Ach, en zo is er vast nog veel en veel meer. De vrouwenemancipatie (die niet zo heel veel moest hebben, vooralsnog, van de meeste vaders); het verscherpte oog voor incest, en de treurige nieuwe betekenis van het woord "dader' (ter aanduiding in de allereerste plaats van, alweer, de vader - het is een wonder, welbeschouwd, dat het toen in Oude Pekela clowns zijn geweest, en geen Sinterklazen); de niet meer zo grote autochtone kinderrijkdom, het vergrote allochtone aandeel - ja, dat is er allemaal.

En alsof dat nog niet genoeg is, is daar ook nog, in zijn laatste en meest desastreuze verschijning, de yup - de kerstyup. Kerst is het feest aan het worden van de mensen met geld te veel en tijd te weinig. Het feest van de niet-dichtende managers; het inspanningsloze feest.

Eh bien. Hiermee is tegelijk ook zicht verkregen op het eigenaardige gevoel van bedremmeldheid, ja zelfs van Unzeitgemässheit, dat zich meester heeft gemaakt van de verslagen Sinterklaasvierder. De vierder weet niet goed wat hij (m/v) met zichzelf aan moet: is hij een oude zak geworden, een brommende conservatief, een laudator temporis acti?

Of nog veel erger! - Dat ik me geroepen voel ten strijde te trekken tegen de Kerstman, en het op te nemen voor Sinterklaas, is dat geen blijk van biedermeierschap, gaat dat niet al de kant op van verheerlijking van het gezinsleven, is het eigenlijk geen smachten naar de veiligheid van het sobere gezin van vlak na de oorlog, en dus - vooruit maar - ook al bijna een stootje op de speelgoedtrompet van een piepklein, voorzichtig ethisch reveiltje?! Een roep om een soort patroonheilige die eigenlijk alleen nog maar de schutsman van het ergste soort christendemocraten zou kunnen zijn? Of is in mij alleen maar de heemschutter ontwaakt, de folklorist? Ach mensen, dat het zover met mij heeft moeten komen: op zijn minst een heemschutter, maximaal een Sinterklaasracist en een dito macho. En dat allemaal, terwijl het zo'n ontzettend leuk feest is.