Chére Q,

Ici il fait un temps invraisemblable. Il-y-a des fuites, j'ai mis des casseroles partout.

Dit red ik niet, lieve Q, een brief in het Frans. Ik heb m'n woordenboeken niet bij me. Opportunist die ik ben, ga ik er maar vanuit dat er bij jou iets is blijven hangen van de Hollandse lessen, die ik je gaf. (Méthode 90: Bram is een naam. Het is een voornaam. Het is de voornaam van een man. Bram heet officieel Abraham, etc.) Mocht je er niet uitkomen, zet dan die Vlaamse pastoor van je maar aan het werk. 't Regent hier dus, 't regent, de pannetjes worden nat. Ik verlaat m'n appartementje alleen om boodschappen te doen en waterverf te kopen. Aquarelleren staat momenteel in m'n vaandel geschreven. 's Avonds hang ik voor de televisie ('t Bloedschandaal) of lees wat poëzie. De tijd vliegt om. Gisteren (zondag) heb ik mijn oude tekenleraar opgezocht. Doe ik ieder jaar. Hij is over de negentig en het gaat niet goed met hem. Ik ben er niet helemaal zeker van of hij me herkende. Hij is een tweede vader voor me. Toen ik destijds onder zijn hoede kwam, trok ik alleen maar lijnen langs een lineaal. Hij leerde me hoe je je persoonlijkheid tot uitdrukking kan brengen met gebogen lijnen. Krommen. Ik had een vruchtentaart meegebracht, die door z'n jongste dochter met een vleesmes in punten werd verdeeld. Hij at alleen een vijg. Toen ik hem vroeg of hij veel pijn had, fluisterde hij: “Ziemlich”. Heel langzaam, met grote krachtsinspanning, tilde hij zijn linkerbeen over zijn rechter. Ik ving een glimp op van een vlekje vuurrood vel en moest onmiddellijk aan jou denken. Chamonix, '69. We deden het in de verse sneeuw, spiernaakt, tijdens je periode.