BROOKLYN BOVEN

Brooklyn. People and Places, Past and Present door Grace Glueck en Paul Gardner 256 blz., geïll., Harry N. Abrams 1991, f 87,50 ISBN 0 8109 3118 4

When You're From Brooklyn, Everything Else Is Tokyo door Larry King (verteld aan Marty Appel) 235 blz., Little, Brown and Company 1992, f 55,- ISBN 0 316 49356 2

Wie New York zegt, bedoelt doorgaans Manhattan. Daar, op dat volgepakte eiland van precies 58 vierkante kilometer, voltrekt zich de grootstedelijke boogie-woogie die de stad tot een mythische metropool maakt. De overige vier stadsdisctricten, waarvan Brooklyn de belangrijkste is, worden meestal over het hoofd gezien. Queens, de Bronx, Richmond, ze staan letterlijk in de schaduw van Manhattans skyline.

Onterecht, oordeelt natuurlijk iedereen die wél in groot-New York, maar niet op Manhattan is geboren. Dat second city syndrome leeft in Brooklyn verreweg het sterkst. Zo zullen ze je daar altijd vertellen dat een op de zeven Amerikanen in Brooklyn is geboren, of heeft gewoond, familie kent, danwel de plek bezocht heeft door in een verkeerde metro te springen. En was het stadsdistrict rond 1890 met de opening van de fameuze Brooklyn Bridge niet in New York opgenomen, dan zou het met zijn 2,6 miljoen inwoners de vijfde grootstad van de Verenigde Staten zijn geweest. Wereldberoemde burgers heeft Brooklyn, tot zijn niet geringe trots, natuurlijk ook: Danny Kaye, Barbra Streisand, W. H. Auden, Walt Whitman, Henry Miller, Mae West, Norman Mailer, Woody Allen en Larry King, ze groeiden allemaal op in de straten van Brooklyn.

Recentelijk verschenen twee boeken die samen de portee van het arbeideristische Brooklyn, als contrapunt bij het gefortuneerde Manhattan, mooi weten samen te vatten. Wat Larry Kings boek met de hilarische titel When You're From Brooklyn, Everything Else Is Tokyo aan, laten we zeggen, intellectuele beelden en sociologische diepgang mist, kunnen we in het rijkelijk met foto's gelardeerde Brooklyn. People and Places, Past and Present terugvinden.

Dat laatste boek, vaardig geschreven door Grace Glueck van The New York Times kunstredactie en de auteur Paul Gardner, biedt een chronologisch overzicht van geschiedenis en ontwikkeling. Het geeft Brooklyn zijn plaats in de geschiedenis als aanlegpunt tussen de Oude en de Nieuwe Wereld, een sfeer die het stadsdistrict, zij het in afgebladderde vorm, ook nu nog uitademt.

Hier, in Brooklyn, is Amerika begonnen.

IMMIGRANTEN

Geen wolkenkrabbers, maar laagbouw van elegante brownstones bepalen het gezicht. De statige landhuizen van de wijk Bay Ridge, langs de Shore Parkway, herinneren aan de koloniale tijd, op een aristocratische wijze die je elders alleen nog in het Diepe Zuiden aantreft. De daaropvolgende vloedgolf aan immigranten beklijft in de karakteristieke volkswijken waar afwisselend Russen (""Little Odessa by the Sea''), Ieren, Duitsers en Italianen zijn samengeklonterd. Die werden op hun beurt gevolgd door Puertoricanen, Syriërs en Hatianen, maar allemaal kozen ze het spoor van de Brit Henry Hudson die in september 1609 het anker van zijn Half Moon liet zakken, om vervolgens handel met de Canarsees-Indianen te drijven.

""There goes the neighborhood'', zei volgens de overlevering de eerste Indiaan die de boot zag aanmeren. Hij had gelijk. Immers, niet lang daarna kwam de Hollandse West Indische Compagnie op bezoek, die de vruchtbare streek direct maar Breukelen doopte. Het land kochten ze voor 4800 dollar aan goederen, tweehonderd keer de prijs die werd betaald voor het eiland Manhattan. Om kolonisten te enthousiasmeren werd in het thuisland gewag gemaakt van het ""beste klimaat ter wereld'', waarna vooral gereformeerde boerenfamilies spoorslags naar Amerika's oostkust vertrokken.

Nog steeds zijn er enkele Hollandse boerderijen middenin Brooklyn te vinden, compleet met kerkhofjes, maar veel plezier van de oversteek hebben deze landverhuizers niet gehad. In 1674 namen de Engelsen zonder slag of stoot het bestuur over, en dat bleef zo tot de Amerikaanse revolutie van een eeuw daarna. Maar, noteren de schrijvers van Brooklyn. People and Places, Past and Present: ""In de ontwikkeling van Brooklyn vormt de religieuze vrijheid die onder Hollands bestuur is ontstaan, nog steeds de oorsprong van de assimilatieve samenleving die Brooklyn is, en die de meest uiteenlopende persoonlijkheden en etnische groepen heeft verwelkomd, de mensen die Brooklyn uiteindelijk zijn identiteit hebben gegeven.'' Daarom ook, is de stad altijd een verzamelplaats geweest voor bolsjewieken, anarchisten, socialisten, athesten, moslims, gereformeerden, orthodoxe joden èn bohémiens.

Dat is de geschiedenis.

NUMERO UNO

Hoe het is om op te groeien in Brooklyn lezen we in Larry Kings jeugdherinneringen. King kennen we als de anchorman van CNN, en dan vooral als de interviewer die immer voor zijn beurt spreekt. Hoogst irritant, maar Amerikanen kan het niets schelen. Zelfs al zijn ze presidentskandidaat: zowel Bush, Perot als Clinton kropen op hun knieën naar de studio, om zich door Amerika's interviewer numero uno diep-menselijk te laten ondervragen. Larry King is nu eenmaal een Brooklyn-guy, en dat heeft zo zijn consequenties. ""Verlegenheid bracht je niet ver in die stad'', vertelt hij direct al ongevraagd in zijn boek. ""In Brooklyn leer je overleven - niet in de zin van onsterfelijkheid, maar in een speak-up-for-what-you-want-manier.''

Het is ook met die blik dat hij ons van het omslag van alweer zijn zevende boek toegrijnst, en het is in streetwise-taal dat zijn relaas is gesteld: ""Een jongen van Brooklyn is een Amerikaan van de eerste generatie, trots en eerlijk, maar vaak een slachtoffer van zijn eigen gebrek aan manieren.''

Eenmaal daar geboren, zegt King, kunnen ze zich in het geheel geen andere stad voorstellen. De wereld stopt eenvoudigweg bij de Brooklyn-brug.

Daarbuiten is alles minder.

""Hoewel het per sneltrein naar Manhattan een ritje van minder dan een half uur bleek, was het wel een reis naar een ander universum'', schrijft King, ""De gebouwen waren te groot, de mensen onpersoonlijk, en iedereen had altijd haast.'' Dat klinkt als een provinciaal die naar de grote stad komt. Thuis, dat is de driehoek tussen de JFK-luchthaven, Coney Island en de onderste tong van Manhattan. Honderd-en-zevenennegentig kilometer in het vierkant. En hoewel grote delen van Brooklyn er inmiddels uitzien als Belfast-in-oorlogstijd, stelt King pertinent: Love it or loathe it.

Larry King werd er op 19 november 1933 als Lawrence Harvey Zeiger geboren. Met het zakencentrum op Manhattan, was Brooklyn inmiddels de stad van de zware industrie, wel omschreven als Amerika's ""biggest hardware store''. Een scheepsdokkencultuur, zoiets als het Rotterdam van de Oostkust. Zijn vader, uitbater van een buurtkroeg, was uiteraard een emigrant. In 1920 was hij vanuit Rusland via Ellis Island naar de Verenigde Staten gekomen. Zoals een op de zeven nieuwlichters destijds, kwam hij in Brooklyn terecht. Toen de kleine Larry zes jaar was, overleed zijn vader. Opgroeien deed King met zijn jongere broer en het archetype van een jiddische mamma. ""Larry, ik ben het'', belde ze hem jaren later minstens twee keer per week op. King was inmiddels getrouwd, en had een onbenullig koudje opgelopen. ""Luister, je hoeft niets te zeggen, maar vertel me, kookt ze wel goed genoeg voor je? Zeg alleen maar ja of nee.'' Geen wonder dat er, na het huwelijk met zijn schoolvriendinnetje Frida Miller in 1951, nog vijf andere huwelijken zouden volgen. Maar zijn liefde voor Brooklyn, die is levenslang gebleven.

CONEY ISLAND

Kings herinneringen, en de prenten in Brooklyn, vormen een combinatie met de allure van een lezing met lichtbeelden.

Daar heb je Coney Island, het romantische paradijs voor cheap thrills, gelardeerd met badderende plezierzoekers en achtbanen. Verderop Nathan's, de "Famous Frankfurter & Soft Drink Stand' - misschien de enige snackbarnaam die onderdeel is van Amerika's collectieve geheugen. Geen presidentskandidaat heeft Brooklyn bezocht zonder hier even halt te houden. ""Zo ferm en sappig heb ik ze,'' schrijft King over de hot dogs van Nathan's, ""nergens meer gegeten. Met mosterd en zuurkool, en een zacht broodje dat als een enveloppe om deze heerlijkheid zat gesloten. De geur van een Nathan's hot dog was het equivalent voor een volkslied van Brooklyn.''

Volgt honkbal, natuurlijk. De Brooklyn Dodgers: ""Het stadion aan Ebbets Fields, daar kon je de slechtste zitplaatsen van heel Amerika krijgen. Maar rond de spelers hing een aura: "Wij horen hier thuis', straalden ze uit. Anders dan de New York Yankees, waar de beste plaatsen altijd "naar die Wall Street-types' gingen, waren de Dodgers geworteld in de buurt. We dachten dat ze met een broodtrommeltje naar het stadion kwamen en na de training weer naar hun bescheiden Brooklyn-huisjes wandelden. Als ze weer eens verloren, joelden we ze uit, maar één ding wisten we zeker: ze waren van ons.''

Boksen. Sugar Ray Robinson heeft één keer een man in de ring doodgeslagen: Jimmy Doyle. Het feit dat het slachtoffer de neef was van de biljarthal-eigenaar bij King om de hoek, maakte deze in één klap een illustere buurtbewoner, gaf hem een respectabele reputatie voor het leven.

Naar de tandarts, ging je met z'n allen tegelijk. Avondjes uit idem, bij voorkeur een optreden van Frank Sinatra. Het opheffen van maagdelijkheid, dat ging ook al in clubverband. ""Op een avond gingen we met zijn zessen, alle leden van onze jeugdclub The Warriors, naar een prostituée. We vonden een klassieke dame. Eén met een gouden hart. Toen iemand van ons al binnen 90 seconden zijn climax bereikte, liet ze die jongen nog drie kwartier blijven, omdat ze wist dat hij anders bij ons voorgoed zijn gezicht zou verliezen.''

Zo mijmert King verder, en schetst een Amerika dat niet meer bestaat. Hij weet dat zelf ook, natuurlijk. Zelf woont hij sinds jaar en dag elders. Voor zijn boek ging hij terug richting Brooklyn.

""Zeg,'' vroeg hij de taxi-chauffeur, ""hoe noemen ze deze buurt vandaag-de-dag.''

Antwoord: ""Dood.''

Het keerpunt loopt parallel met het vertrek van de Dodgers, eind jaren vijftig, naar Los Angeles. Wie zich thans na vijven rond Coney Island ophoudt, zal het niet meer kunnen navertellen. De interraciale spanningen zijn inmiddels vastgelegd in de films van Spike Lee, zodat de schone stoepjes-sentimenten uit Elia Kazans verfilming van A Tree Grows in Brooklyn ook op het witte doek door de bittere werkelijkheid zijn ingehaald. Evenals bij de Cosby Show trouwens, want de familie Huxtable was ook al in een utopistisch aftreksel van Brooklyn gevestigd. Maar goed, die ontnuchtering geldt inmiddels alle grote steden in Amerika. Brooklyn kan zich er ten minste nog op beroepen het verloren paradijs in aanleg gekend te hebben.

    • Rob van Scheers