Vertrek van Eerste Legerkorps houdt niemand uit de slaap

APELDOORN/EDE, 20 NOV. Van de inkrimping van de Nederlandse krijgsmacht en de afschaffing van de dienst- of opkomstplicht ligt men in de "garnizoensplaatsen' niet echt wakker.

Het nieuws dat de staf van het Eerste Legerkorps (407 personeelsleden) uit Apeldoorn verdwijnt, heeft daar niet tot spoedoverleg van B en W geleid. De verantwoordelijk wethouder spreekt weliswaar van een “flink verlies”, maar wekt de indruk dat hij moeilijk kan zeggen dat het hem niks doet.

Zo denkt men er ook op het Edese gemeentehuis over, laat een woordvoerder weten. “Veel militairen die hier wonen, werken toch al elders.” En om eerlijk te zijn heeft Ede een oogje op een paar van de nu door Defenisie gebruikte terreinen. Die liggen namelijk midden in het centrum. “Waar ruimte komt zetten we meteen huizen neer.”

Ede (100.000 inwoners) is al sinds het begin van deze eeuw zo'n echte garnizoensplaats. Defensie is er nog steeds de grootste werkgever: 4 procent van de beroepsbevolking is militair. Daarnaast zijn er constant zo'n 1.000 dienstplichtigen in opleiding. Maar van hen moeten de winkeliers het niet hebben, laat F. Rijsemus, voorzitter van de Edese middenstandsvereniging, weten. “Ze kopen niks.”

Het zijn vooral de kroegen die in Ede de nadelige gevolgen zullen ondervinden van de afschaffing van de dienstplicht en het vertrek van militairen naar Duitsland, beseft P. de Kroon. Hij is eigenaar van een aantal cafés en woordvoerder van de plaatselijke horeca rond het Museumplein, het enige uitgaanscentrum - Ede is in feite altijd een dorp gebleven. De Kroon schat dat de dienstplichtige militairen goed zijn voor 10 tot 15 procent van de door-de-weekse omzet. Ze plegen hun bier immers per meter te drinken. Toch zal De Kroon niet echt rouwig zijn als deze inkomsten verdwijnen. “Het is niet altijd even leuk de heren in de tent te hebben”, zegt hij voorzichtig, “ze zijn vaak, uh, nogal luidruchtig.” “Ze komen hier niet eens binnen”, zegt de uitbater van restaurant De drie Musketiers in Stroe, een andere plaats waar honderden dienstplichtigen gelegerd zijn. “Hoe eerder ze de dienstplicht afschaffen, hoe liever.”

Rijsemus is vis- en wijnhandelaar in Ede en levert dagelijks aan de restaurants van de kazernes. “De plaatselijke foodsector zal het wel merken”, zegt hij. Maar als we hem mogen geloven ligt men daar niet wakker van. “Het was toch al minder dan vroeger. Militairen eten 's avonds thuis of ze pakken een croquetje. En officiersfeesten hielden ze al nauwelijks meer.” Zelfs voor een verhuizing van de "beroeps' is Rijsemus niet bang. Hij is er namelijk van overtuigd dat de wel koopkrachtige beroepsmilitairen in Ede zullen blijven wonen.

Volgens luitenant-kolonel R. Bremer, woordvoerder van het Eerste Legerkorps, stonden de betrokken militairen niet echt verbaasd te kijken van het nieuws. “We weten onderhand dat er veranderingen op til zijn. Nu wordt het menens, da's duidelijk.” Over verhuizen naar Duitsland denkt nog bijna niemand. “Dat wordt toch zeker 1995 en veel mensen zijn dan misschien niet eens meer hier in functie.”