V-raad verbiedt alle wapenleveranties aan partijen in Liberia

NEW YORK, 20 NOV. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft gisteren een wapenembargo afgekondigd tegen Liberia. De situatie in dit Westafrikaanse land is volgens de raad zo uit de hand gelopen, dat hij het nodig acht eenzelfde wapenverbod af te kondigen als tegen het voormalige Joegoslavië en Irak.

Het doel van de maatregel is om de gezamenlijke Westafrikaanse legermacht ECOMOG te steunen in haar strijd tegen rebellenleider Charles Taylor. Sinds Taylor drie jaar geleden in opstand kwam tegen het bewind van president Doe zijn er in de strijd om de macht in Liberia vele tienduizenden mensen omgekomen door het geweld en het gebrek aan voedsel.

In resolutie 788 worden alle strijdende Liberiaanse partijen opgeroepen een staakt-het-vuren in acht te nemen, hun wapens in te leveren en deel te nemen aan een vredesproces zodat er in Liberia vrije verkiezingen georganiseerd kunnen worden. Het afgekondigde wapenembargo geldt niet voor de ECOMOG.

Vooral de Verenigde Staten drongen er in de Veiligheidsraad sterk op aan de Westafrikaanse vredesmacht te steunen. Een ander permanent lid, Frankrijk, staat echter samen met enkele van zijn vroegere koloniën nogal behoedzaam tegenover de vooral door Nigeria beïnvloede ECOMOG. Volgens Parijs moet worden voorkomen dat Nigeria geheel de vrije hand krijgt in de vredesmacht. In tegenstelling tot de meeste leden van de Veiligheidsraad onthield de Franse vertegenwoordiger zich van kritiek op Taylor.

Sinds de dood van Doe in 1990 speelt de strijd in Liberia zich voornamelijk af tussen Taylor en ECOMOG, een vredesmacht van zo'n 12.000 militairen uit Nigeria, Ghana, Guinee, Sierra Leone, Gambia en Mali. Nigeria levert meer dan 7.000 manschappen en veel militair materieel.

De Veiligheidsraad heeft eerder een wapenembargo afgekondigd tegen de nu onafhankelijke vroegere Joegoslavische republieken, tegen Servië en Montenegro, Irak, Libië en Zuid-Afrika. Afgelopen maandag kondigde de raad een zeeblokkade af voor de aanvoer van onder andere wapens en olie naar Servië en Montenegro. (Reuter, AP, AFP)