Tussen de scherven blauw glazuur klinkt gebed

“Het heidense verleden, dat alleen voor toeristen van belang is, wordt beter onderhouden dan ons eigen islamitische erfgoed,” zegt Fathi el-Houri, imam van een 15de-eeuwse moskee in Kairo die bij de aardbeving van 12 oktober zwaar beschadigd werd. De aardbeving heeft in Kairo vooral islamitische monumenten getroffen. Ook volgens Egyptische experts zijn de faraonische monumenten minder beschadigd omdat ze veel beter worden onderhouden dan de oude moskeeën en graftombes.

De oude volkswijk el-Gamaliya in Kairo, gelegen tussen de grote moskee van el-Azhar en de middeleeuwse stadspoort Bab el-Nasr. Een wirwar van steegjes waar je als buitenstaander binnen een minuut de weg kwijtraakt. Een eeuwenoude buurt die door overbevolking bijna uit zijn voegen barst. Haastig opgetrokken en meestal nog onafgebouwde betonnen flatgebouwen staan er zo dicht op elkaar dat er in de huizen en op straat nauwelijks zonlicht doordringt. Het leven speelt zich hier, voor velen noodgedwongen, 24 uur per dag op straat af.

Deze verpauperde wijk, met zijn slecht gebouwde en overvolle woningen is zwaar getroffen door de aardbeving van 12 oktober. Nog altijd zie je overal afgebroken balkons en enorme scheuren in de muren. Het meest getroffen zijn de tientallen islamitische monumenten: moskeeën, graftombes, scholen, karavanserais en woonhuizen die er in deze wijk nog staan.

Op één plek wordt de weg zelfs volledig geblokkeerd door een dwars over de straat gevallen minaret. Voorbijgangers klimmen er, schijnbaar onbewogen, overheen, zelfs ezelkarren nemen de hindernis, zij het met enige moeite. Vanuit de puinhopen aan de andere kant van de weg klinkt desondanks de oproep tot gebed. De Teim el-Rasafi moskee, of wat er van over is, is nog in gebruik.

Deze kleine moskee uit de vijftiende eeuw is een van de zwaarder getroffen monumenten. De aardbeving veranderde het bouwwerk vlak na het middaggebed op slag in een ruïne. De minaret, pronkstuk van Mamlukse architectuur, ligt nu in zes grote stukken op straat. Waar ooit een met koranspreuken versierde nis de gebedsrichting aangaf, gaapt een levensgroot gat.

Drie weken na de ramp is er nog geen enkel begin gemaakt met herstelwerkzaamheden. Wat er van de voorgevel rest wordt door een haastig opgetrokken, houten stellage gestut. Maar een klein deel van de vroegere centrale hal is schoongemaakt voor de gebedsdiensten. De meeste brokstukken liggen nog daar waar ze drie weken geleden zijn gevallen. Tussen de scherven van prachtige blauw geglazuurde tegels, de stukken marmer van het preekgestoelte en de versierde brokken balken spelen kinderen.

Slopen

Onlangs is de bouwinspectie van het ministerie van binnenlandse zaken de schade komen opnemen. Volgens hun rapport, dat voor Egyptische omstandigheden verrassend snel is verschenen, is de moskee, die wordt vermeld op de officiële lijst van islamitische monumenten, alleen door zeer ingrijpende restauratie nog te redden. Omdat er een direct gevaar bestaat voor verdere instorting adviseert men om de zaak maar helemaal te slopen. Voorlopig ziet het daar echter, ondanks dat risico, niet naar uit. “Deze plek is voor ons heilig. We willen hier ons geloof blijven beleven,” zegt Fathi el-Houri, de imam van de moskee. “We zullen ons niet laten verjagen, zelfs niet door de overheid.”

Het is de schuld van de regering, meent Fathi el-Houri. “Eerst heeft men alles op zijn beloop gelaten en nu het te laat is komt men met allerlei overhaaste maatregelen”. Hij kan zijn kwaadheid nauwelijks onderdrukken. “Vijf jaar geleden hebben Duitse experts een rapport gemaakt over de bouwtechnische toestand van onze moskee. Die bleek zeer slecht. Er zijn toen een aantal dringende aanbevelingen gedaan. Maar dat rapport is in de la verdwenen en er is niets gebeurd. Als er toen was opgetreden was de schade nu beperkt gebleven”.

Navraag bij het Duits archeologisch Instituut bevestigt dit. “De overheid is inderdaad een aantal malen gewaarschuwd dat de moskee in slechte bouwkundige staat verkeerde, aldus Nairy Hampikian, een van de opstellers van het rapport. Maar, voegt hij er bijna verontschuldigend aan toe, de Teim el-Rasafi moskee was niet de enige. Van de meer dan duizend islamitische monumenten verkeerde toen meer dan de helft in deplorabele staat. Door gebrek aan geld en coördinatie is maar een beperkt deel van onze aanbevelingen uitgevoerd”.

Veel harder is het oordeel van Neemat Ismail, hoogleraar islamitische architectuur aan de Universiteit van Helwan. “Ons islamitische erfgoed is systematisch verwaarloosd. Er is geen onderhoud gepleegd en maar een fractie van de gebouwen is gerestaureerd. En dat laatste dan ook nog vaak op een gebrekkige manier, zodat veel werk na een paar jaar alweer opnieuw gedaan moet worden. Allerlei instanties en organisaties hebben jaren geleden al de noodklok geluid. Er zijn plannen bedacht, beloftes gedaan en afspraken gemaakt. Maar in de praktijk is er de laatste dertig jaar niets gebeurd. De regering heeft gewoon gefaald.”

Sphinx

Woede overheerst dan ook bij veel Egyptenaren. “Waarom hebben de faraonische en christelijke monumenten relatief veel minder schade geleden?” zo vroeg een commentator in het populaire weekblad Rose el-yusuf zich af, om vervolgens zelf het antwoord te geven. “Omdat de regering er blijkbaar meer geld voor over heeft om het de toeristen naar de zin te maken dan dat zij zich bekommert om het lot van hun eigen bevolking.” Ook Fathi el-Houri ergert zich daar aan. “Het heidense verleden, dat alleen voor toeristen van belang is, wordt beter onderhouden dan ons eigen islamitische erfgoed.”

Een bezoek aan de belangrijkste faraonische monumenten in de omgeving van Kairo lijkt hun gelijk te bewijzen. Van de sphinx, die wegens uitgebreide restauratie-werkzaamheden al ruim een jaar in de steigers staat, zijn alleen wat losse stukken naar beneden gevallen. De daarachter gelegen grote piramide lijkt de aardbeving zelfs geheel ongeschonden te hebben doorstaan. Ook alle graven in de omgeving van Saqqara en Memphis zijn normaal voor toeristen toegankeijk.

In het zeshonderd kilometer ten zuiden van Kairo gelegen Luxor, waar de gelijknamige tempel en het beroemde dal der koningen jaarlijks miljoenen toeristen trekken, is de zichtbare schade minimaal. Alleen een geoefend oog ziet hier en daar een scheurtje dat er voor de ramp nog niet was. “De geringe schade wordt voor een deel verklaard doordat we hier ver verwijderd zijn van het epicentrum,” aldus de woordvoerder van de oudheidkundige dienst ter plekke. Maar hij waarschuwt wel dat “over de interne toestand van de gebouwen en de eventuele schade aan fundamenten en ondergrondse ruimtes nog niets valt te zeggen. Het onderzoek daar moet nog beginnen”.

Het zwaarst getroffen faraonische monument is de tempel van Kom Ombo diep in het zuiden van Egypte. Een klein deel van het middenstuk van de tempel is compleet ingestort.

Aswan-dam

Van de honderdtwintig monumenten op de voorlopige lijst van beschadigde historische bouwwerken die door de Egyptische dienst van Oudheden op 17 oktober werd gepubliceerd, stammen er slechts vijftien uit de faraonische periode. Verder gaat het om islamitische en Koptische monumenten. De opsomming van beschadigingen is indrukwekkend: scheuren in voorgevels, afgebroken muren, omgevallen minaretten tot en met, zoals in het geval van de Teim el-Rasafi moskee, volledig ingestorte gebouwen. Van het beroemde Koptische museum in het zuiden van Kairo zijn muren ingestort. Als gevolg van de bouw van de Aswan-dam blijken de fundamenten van de meeste gebouwen bovendien nog veel erger door het stijgende grondwater te zijn aangetast dan werd vermoed. “Dat heeft zeker bijgedragen tot de relatief grote schade aan deze gebouwen, met name die in de lager gelegen delen van de binnenstad,” aldus Ismail.

Van de tientallen Middeleeuwse gebouwen aan weerszijden van de beroemde Muiz el-Din Allah straat, die dwars door het oudste deel van Kairo loopt, is het merendeel zichtbaar beschadigd. Overal liggen brokken van kantelen en losgetrild stucwerk. De minaret van de dertiende-eeuwse Salah el-Din moskee, de enige uit de periode van de Ayyubiden, helt zo sterk over dat menigeen vreest dat hij de winter niet zal overleven.

De komende winter wordt door velen met angst en beven tegemoet gezien. “De regen sijpelt tussen de scheuren door. Het voegsel en de zandsteen worden vochtig en zetten uit, waardoor de stenen nog verder naar buiten worden gedrukt. Muren die nu nog overeind staan, zullen alsnog sneuvelen.” Deze en andere gevolgen werden na de ramp in de krant el-Ahram geschetst door Saleh Lasmia, een Egyptische onderhoudsexpert. In datzelfde artikel werd de vloer aangeveegd met de schattingen van de schade, zoals gedaan door de oudheidkundige dienst van Egypte. “Ahmed Bakr, de directeur van deze dienst, heeft het over hooguit tien islamitische monumenten die geheel gesloopt zullen moeten worden. Het dubbele aantal is een veel realistischer schatting, maar dan moet de overheid nu drastische maatregelen nemen,” aldus deze krant. En dat laatste verwacht eigenlijk niemand. Want dergelijke maatregelen kosten geld, heel veel geld, en dat heeft het straatarme Egypte niet. Alle hoop van de regering is dan ook gevestigd op financiële hulp uit het buitenland. Een aantal landen, waaronder de Verenigde Staten, heeft al steun toegezegd, maar hoeveel geld er beschikbaar komt en waaraan dat besteed zal moeten worden, is nu nog volstrekt onduidelijk.

In de arme wijken wordt de regering met argwaan aangehoord. El-Houri: “Ik geloof geen enkele belofte van de regering meer.” De toezegging dat er haast gemaakt zal worden met het herstel wordt in de arme wijken nauwelijks serieus genomen. “Op de plekken waar de toeristen komen, ja, daar is men snel begonnen. Om ons bekommert niemand zich. De enige die tot nog toe iets hebben gedaan zijn islamitische vrijwilligers”.

Fundamentalistische moslims waren inderdaad de eersten die na de aardbeving met de hulpverlening begonnen. Sinds de aardbeving is de toon van de vrijdagse preken in de moskeeën dan ook verhard. Steeds vaker wordt daarin openlijk opgeroepen tot verzet tegen de regering. “Het ziet er naar uit dat de aardbeving veel Egyptenaren rechtstreeks in de armen van de radicale moslims heeft gedreven”, was het commentaar in de landelijk verschijnende krant el-Akhbar.