Stemmen is het antwoord op terrorisme; De mythe van Sendero wordt steeds dunner

LIMA, 20 NOV. Hoewel in de hoofdstad Lima nog steeds bommen ontploffen en in andere delen van Peru moordaanslagen worden gepleegd lijkt het tij te keren voor de maoïstische guerrillabeweging Sendero Luminoso ("Lichtend Pad'). Een zogenoemde paro armado ("gewapende staking') die de beweging voor woensdag en gisteren had uitgeroepen in de hoofdstad is vrijwel zonder gevolgen gebleven. Intussen gaat de decimering van Sendero door, dankzij effectievere acties van het leger, burgerwachten op het platteland en in toenemende mate ook het aangeven van vermoedelijke terroristen door de bevolking.

Tijdens de paro armado zou niemand naar zijn werk kunnen gaan zonder het risico te lopen als "verrader' te worden vermoord, dicteerde Sendero. Desondanks bruisten grote delen van Lima van de activiteit en was het effect van de staking alleen enigszins merkbaar in de uitgestrekte sloppenwijken die de hoofdstad omringen. Daar is de aanwezigheid van Sendero dan ook nog het grootst.

Dit soort gewapende stakingen heeft in het verleden voor Sendero nooit tot doorslaande successen geleid. Een inwoner van Lima antwoordde gisteren op de vraag of hij niet bang was te worden vermoord omdat hij gewoon naar zijn werk was gegaan: “Bang wel, maar we moeten ook eten”. Uit de hoofdstad kwamen de afgelopen dagen alleen meldingen van bomaanslagen in het kader van het offensief dat Sendero heeft ontketend om de verkiezingen van aanstaande zondag te verstoren. In de provincie Ayacucho in het Andes-gebergte werden wel mensen doodgeschoten wegens het doorbreken van de paro armado.

Toch is de situatie in Peru veranderd na de opzienbarende arrestatie van Sendero-leider, Abimael Guzmán, op 12 september. De Peruanen lijken minder bang te zijn voor het terrorisme. Op de plek waar dinsdagavond in de Limeense wijk Miraflores een zware bom ontplofte die tot nu toe aan ten minste drie mensen het leven heeft gekost, verdrongen inwoners van de wijk zich om de microfoons van de toegesnelde binnen- en buitenlandse pers om vooral duidelijk te maken dat zij zich niet laten intimideren. Komende zondag gaan stemmen is het beste antwoord op het terrorisme, zo was de vrijwel eensgezinde boodschap.

Daarmee lijkt het huidige offensief van Sendero een averechts effect te krijgen. De beangstigende mythe is verdwenen. Maar de reeks bomaanslagen onderstreept ook, dat de terreurorganisatie nog lang niet is verslagen. Waarnemers speculeren over het feit dat het militaire commando van Sendero is overgenomen door de gedoodverfde opvolger van de inmiddels tot levenslange gevangenisstraf veroordeelde Abimael Guzmán, Julio César Mezzich, die in de afgelopen jaren vooral actief is geweest bij acties van Sendero op het platteland.

De balans in de nu twaalf jaar oude strijd lijkt evenwel door te slaan naar de kant van de Peruaanse staat. Dat is in eerste instantie te danken aan het superieure recherchewerk van de kleine, maar uiterst effectieve anti-terreureenheid van de Peruaanse politie, DINCOTE. Het waren rechercheurs van DINCOTE onder leiding van hun chef, generaal Antonio Vidal Herrera, die Guzmán alsook de meeste leden van het Centraal Comité van Sendero achter de tralies hebben gekregen, en de organisatie voor het moment van hun leiderschap en inspiratie hebben ontdaan.

Ook de nieuwe "anti-subversie-strategie' van de strijdkrachten lijkt zijn vruchten te gaan afwerpen. Werkte het leger aanvankelijk vooral volgens de tactiek van de verschroeide aarde - waarbij vele onschuldige slachtoffers zijn gevallen - nu wordt geprobeerd juist de hulp van de bevolking te krijgen. Een voorbeeld daarvan zijn de zogenoemde rastrillajes, massale huiszoekingen door leger en politie in de Limeense wijken.

Als de zoekactie voorbij is, verschijnen vrachtwagens van het leger die voedsel en kleding uitdelen. Militaire artsen onderzoeken zieke kinderen, de legerkapper knipt gratis en een bataljon helpt het buurtcomité met het plaatsen van een dak. Op die manier leiden de huiszoekingen niet tot het versterken van de haat tegen en angst voor leger en politie, maar tot een zekere bereidheid van de plaatselijke bevolking een handje te helpen.

Het aantal aangiftes door sloppenwijkbewoners van verdachte personen is aanzienlijk gestegen, evenals het aantal soplones, verklikkers die al dan niet tegen beloning de beschuldigende vinger uitsteken. Vooral de vrouwen in de sloppenwijken zijn hierin instrumenteel. Daarbij komt nog een zeker effect van een recente wet die berouwvolle terroristen clementie belooft indien ze zich aan de autoriteiten overgeven.

Als gevolg hiervan is het aantal arrestaties in Lima op verdenking van terrorisme fors toegenomen, zeggen de autoriteiten, hoewel exacte cijfers niet te krijgen zijn. Steevast worden de verdachten in de klassieke, maar in Peru niet autenthieke streepjespakken met nummers aan de pers voorgeleid, waardoor de argeloze televisiekijker de indruk krijgt dat het nu wel afgelopen moet zijn met Sendero.

In het Andes-gebergte zijn het vooral de zogenoemde rondas campesinas burgerwachten van de boerenbevolking, die een belangrijke bijdrage leveren aan de strijd tegen Sendero. Aanvankelijk alleen uitgerust met stokken, hooivorken, machetes en zelfgemaakte vuurwapens, hebben vele burgerwachten nu de beschikking gekregen over Winchester-geweren die door het leger worden verstrekt. De belangrijkste drijfveer van de boeren lijkt een jarenlang geaccumuleerde haat te zijn tegen de veelal gruwelijke acties van Sendero. Is de hoofdstad vooral het toneel van bomaanslagen, in de bergen gaat het vaak om massa-executies in dorpen die door Sendero als vijandig worden beschouwd.

Voorspoedig verloopt vooral het gevecht tegen de tweede guerrillabeweging van Peru, de op Cuba georiënteerde MRTA. Ook MRTA-leider Victor Polay is (weer) achter de tralies en in de Peruaanse jungle schijnt het leger het ene na het andere kamp van de organisatie op te rollen. In de terreur die de hoofdstad momenteel treft, speelt de beweging nauwelijks een rol.

Toch is de strijd tegen het terrorisme nog niet beslist. Veel, zo niet alles, is afhankelijk van de koers die president Alberto Fujimori de komende tijd wil varen om de door hem zelf gestelde doelen te bereiken; dat MRTA al volgend jaar en Sendero in 1995 zal zijn verslagen. Fujimori lijkt daarbij te kiezen voor de harde hand. Zo wil hij de Peruanen laten stemmen in een referendum over het herinvoeren van de doodstraf en deze met terugwerkende kracht van toepassing laten zijn op terroristen als Guzman en Polay. Maar, zo stellen critici, een gefusilleerde Guzmán is juist een inspirerende martelaar voor de senderistas. Bovendien is het hoog tijd dat de president iets gaat doen aan de oorzaken van het terrorisme: de armoede en voortschrijdende verpaupering waarin meer dan de helft van de 22 miljoen Peruanen leeft. Op dat front lijkt Peru evenwel aan de verliezende hand te zijn.

    • Reinoud Roscam Abbing