Stadsvervoer vreest minder buslijnen; Kleine steden winnen het van steden met eigen vervoerbedrijf

ROTTERDAM, 20 NOV. Directeur A. van Beek van het Gemeentelijk Vervoerbedrijf Groningen had de voorstellen voor het opheffen en inkorten van buslijnen en het minder vaak laten rijden van bussen al klaarliggen. Door het massale busgebruik van studenten met een OV-kaart loopt zijn bedrijf jaarlijks miljoenen guldens mis. In plaats van de ruim 10 miljoen die het GVB zou innen als het om 40.000 gewone passagiers zou gaan, ontvangt het bedrijf niet veel meer dan een miljoen per jaar voor de OV-studentenkaart.

Nu woensdag overeenstemming is bereikt over een nieuwe subsidieregeling voor het stadsvervoer zal Van Beek zijn voorstellen in de toekomst nog moeten aanscherpen. In de nieuwe regeling krijgt het GVB tekorten niet meer bijgepast door het ministerie van verkeer en waterstaat, maar ontvangt het een vast bedrag per reizigerskilometer. Reizigers met een OV-studentenkaart, een defensiekaart en zwartrijders tellen niet mee. Maar dat wist Van Beek al langer - daarom lagen de voorstellen voor minder bussen en buslijnen juist klaar.

Het verschil tussen het oorspronkelijke plan voor de nieuwe subsidieregeling en de overeenstemming die minister Maij-Weggen woensdag met de stadsvervoerders bereikte, is dat deze nu behalve een vast bedrag per reizigerskilometer ook een vergoeding van 14 gulden per inwoner zullen ontvangen. Van dit geld kunnen kleinere steden als Oss of Kampen, met weinig reizigers, een "minimumvoorziening' in stand houden. Het vaste bedrag per reizigerskilometer, waarvan er in Groningen aanmerkelijk meer worden gemaakt dan in Oss of Kampen, is kleiner geworden.

“In de nieuwe regeling worden slaapsteden bevoordeeld boven werksteden”, zegt Van Beek. Volgens hem is dat “in strijd met het uitgangspunt van de subsidieregeling, dat stadsvervoerders worden beloond voor het aantal reizigers dat ze trekken.” In Groningen zullen de lijnen waarop veel studenten rijden worden gespaard. “Daar krijgen we weliswaar te weinig geld voor, maar die lijnen zijn het drukst en je kunt geen mensen laten staan.” Van Beek denkt dat vooral de reguliere passagiers de dupe zullen worden.

Het GVB is een van de negen steden met een eigen vervoerbedrijf. De overige 46 gemeenten met stadsvervoer hebben dit uitbesteed aan streekvervoerbedrijven. Het waren vooral deze 46, verenigd in het BOS, die zich met hand en tand tegen de nieuwe subsidieregeling hebben verzet. Op de ledenvergadering van twee weken geleden rekende voorzitter R. Pans nog voor dat een kwart van de stadslijnen in de kleinere steden zou verdwijnen als er bij wijze van subsidie alleen een vast bedrag per reizigerskilometer zou komen. In sommige steden zou zelfs 60 procent van de stadslijnen moeten verdwijnen. Hij vindt dat de minister de 55 gemeenten met stadsvervoer ten onrechte over één kam scheert. “De relatief hoge bezettingsgraad in de grote steden wordt aan de kleinere steden als maat voorgehouden.”

De subsidieregeling die nu is overeengekomen, betekent een overwinning voor de BOS-gemeenten. Door de bepaling dat de stadsvervoerders ook een vergoeding van 14 gulden per inwoner krijgen, verliezen de BOS-gemeenten geen 30 miljoen gulden aan de negen steden met een eigen vervoerbedrijf. Volgens secretaris H. Schouten van de BOS is er eerder dan van een overwinning, sprake van “een doorbraak”: “De nieuwe subsidieregeling betekent een eerste stap op weg naar een commerciëlere opzet, maar de minister heeft woensdag laten weten medeverantwoordelijk te willen blijven voor het stadsvervoer.”

Toch hebben ook de BOS-gemeenten volgens Schouten “niet de vlag uitgehangen”. In deze steden moet nog altijd 16 miljoen gulden worden bezuinigd. Voor de stadsvervoerders die er in het oorspronkelijke plan voor de nieuwe subsidieregeling zo'n 60 procent op achteruit zouden gaan, is de achteruitgang nu ongeveer 25 procent geworden. Afgesproken is dat dit in stappen van niet meer dan vier procent per jaar zal gebeuren.

Door de nieuwe subsidieregeling zal elke stadsvervoerder nu moeten proberen meer reizigers te trekken, bijvoorbeeld door de “indringende reclamespotjes” die minister Maij bij de presentatie van de overeenkomst zei te verwachten. Als er niet tegelijk maatregelen worden genomen om de auto minder aantrekkelijk te maken, zal dat volgens Schouten “moeilijk worden”. Ook een woordvoerder van de reizigersvereniging ROVER wijst erop dat het stadsvervoer “overdag de doelgroep wel bereikt”. “Dan zie je veel jongeren en vrouwen in de bus zitten, en in de grote steden de forenzen. Maar hoe krijg je in slaapsteden de mannen in de bus?”

Waarschijnlijk, denkt Schouten, zal ook het stadsvervoer meer gebruik gaan maken van belbussen en taxi's. En misschien zullen meer steden het voorbeeld volgen van Apeldoorn, waar het winkelend publiek op zaterdagmiddag voor één gulden naar het centrum wordt vervoerd. De kosten van het experiment worden onder meer betaald uit parkeerinkomsten.