Staat het in Kohnstamm? Het Cultureel Woordenboek, algemene ontwikkeling in zesduizend lemmaatjes

Tussen de romp van onze basiskennis en het waterhoofd van onze specialistische kennis zit de nek met onze algemene culturele weetjes. Deze week verscheen het Cultureel Woordenboek, waarin is getracht dit gebied te beschrijven.

Cultureel Woordenboek, encyclopedie van de algemene ontwikkeling. Onder redactie van prof.dr. G.A. Kohnstamm en dr. H.C. Cassee. Uitg. Anthos, 646 blz. Prijs ƒ 79,50

Ik weet alles. Hoe ik dat weet? Mijn eerlijke antwoord op deze vraag luidt: ik weet alles en dus weet ik in het bijzonder van mijzelf dat ik alles weet. Maar dit antwoord zal alleen degeen overtuigen, die al wist dat ik alles weet. Het lijkt op het Godsbewijs. God heeft allerlei prachtige eigenschappen. Een van de prachtigste eigenschappen is wel de eigenschap van het bestaan. Dus heeft God die eigenschap zeker - hij bestaat. In deze vorm overtuigt het godsbewijs u misschien niet. Maar zet er 610 pagina's omheen en overgiet het geheel met wierook, dan overtuigt het velen.

Het oneerlijke antwoord op de vraag Hoe weet u dat u alles weet? luidt sinds een week: ik heb de 610 pagina's gelezen van Het Cultureel Woordenboek en ik ben daarin niets tegengekomen wat ik niet al wist. Voor mij is dat woordenboek niet gemaakt. De vraag is: Voor wie is het wel gemaakt?

Daarvoor moeten we vijf jaar terug in de wereldgeschiedenis.

In 1987 gebeurde er in de Verenigde Staten van Amerika iets heel stoms. Professor Donald Hirsch schreef een boek waarin hij klaagde over het peil van zijn studenten en van zijn landgenoten in het algemeen. Professoren klagen altijd over het peil van hun studenten. Maar Hirsch liet pijnlijk zien dat een Amerikaan werkelijk nergens van af weet. Dat was goed werk van Hirsch. Maar het middel dat hij vervolgens voorschreef, leek op het asperientje dat je aan iemand geeft wiens been er net is afgereden.

Als het onderwijs in Amerika slecht is - en het onderwijs in Amerika s slecht - dan moet het onderwijs in Amerika verbeterd worden. Maar nu wreekt zich dat "conservatief' in dat vreemde land twee totaal verschillende betekenissen heeft.

Een conservatief is iemand die de oude, en zelfs de zeer oude, culturele waarden wil bewaren. Aangezien de mens niet ouder dan honderd wordt, en een baby geen Grieks en Latijn erft van zijn ouders, zoals hij wel het vermogen tot ademen en neuken van ze erft, moeten we het onze kinderen leren. Een conservatief is daarom voorstander van degelijke lagere scholen, goede leerboeken, musea, gymnasia, bibliotheken, examens en universiteiten waar je moet werken. Als dat geld kost, dan moet dat maar.

Maar een conservatief in de USA anno 1987 was ook iemand die, met Margaret Thatcher, van mening was: "De maatschappij bestaat niet'. Iedereen moet proberen zoveel mogelijk geld te verdienen, dan komt alles vanzelf goed. Na twaalf jaar Reagan en Bush weten we dat die theorie niet werkt. Het is een kortere leertijd dan zeventig jaar Lenin en Stalin; daarom is het in Amerika beter dan in Rusland. Conservatieven willen dat de staat zo weinig mogelijk uitgeeft. Onderwijzers krijgen miserabele loontjes, universiteiten moeten om giften bedelen. Dus staat het onderwijs op een laag peil.

Donald Hirsch zag dat de Amerikanen niets cultureels weten. Dat merk je aan het feit dat een Amerikaan niet weet waar Nederland ligt, wie Julius Caesar was en wat Pythagoras in zijn stelling zei.

Welnu, zei Hirsch, dan gaan we een boekje maken waarin staat waar Nederland ligt, wie Caesar was en wat Pythagoras zei. Elke Amerikaan koopt dat boek (en maakt mij dus rijk), leest het en dan is die culturele onwetendheid over.

Het boek verscheen, het werd gekocht, en het culturele peil is in die vijf jaar verder gezakt.

Het hielp zoals een asperientje iemand helpt met een afgereden been. Ten eerste kochten niet alle Amerikanen dat culturele woordenboek. Ten tweede is er natuurlijk geen encyclopedie die twaalf jaar lagere en middelbare school kan vervangen. Ik geeft toe dat heel wat uren, op die scholen doorgebracht, nutteloos zijn. Maar je weet nooit precies welke uren dat zijn. Het gaat er niet om op partijtjes mee te kunnen babbelen over Brodsky of Trotski, het gaat er om dat je echt iets hebt begrepen, echt iets hebt geleerd. Dat je hebt begrepen wat belangrijk is en dat je hebt geleerd waar je informatie kunt vinden.

Dat is de voorgeschiedenis. Die heb ik helemaal uit mijn hoofd gezet toen ik de Nederlandse versie van Hirsch' woordenboek ging lezen. Dolph Kohnstamm ontdekte al gauw dat het Amerikaanse werk niet zomaar vertaald kon worden. Is de Nederlandse cultuur zo verschillend van de Amerikaanse? Dat ook. Maar Kohnstamm zag ook waar Hirsch fout ging. Die had vooral oog voor de alfavakken.

Klachten

Wat nu te denken van dit woordenboek van Kohnstamm?

Dat ik alles wat er in stond, al wist, dat is een goed teken. Geen Nederlander hoeft immers meer te weten dan ik - vind ik. Maar hoe staat het met de dingen die ik wel weet en die niet in dit boek staan? Ik kan er niet aan beginnen ze op te noemen. Maar ik geef twee voorbeelden: de Maan en Graham Greene. Wat veroorzaakte de maankraters en welke mensen bezochten dat hemelding? Wat was Greene voor een schrijver en wat zijn zijn beste boeken? Ik vind iemand die dat niet weet een culturele analfabeet.

Als Kohnstamm in de volgende druk meer vertelt over de Maan en iets vertelt over Greene, dan kom ik met nieuwe klachten.

Natuurlijk moest Kohnstamm specialisten inschakelen. Maar waarom moest hij de bijdragen van die specialisten ook in afzonderlijke hoofdstukken zetten? Nu vind je Anne Frank zowel bij Nederlandse Literatuur als bij de jaren '40-'45. Over Weinreb lezen we eerst in het hoofdstuk '40-'45 iets, maar pas onder het hoofdje Riod lezen we in het hoofdstuk '45-heden hoe het met hem zat. De hiel van Achilles staat bij Mythologie, bij Medicijnen, en een derde keer bij Nederlandse uitdrukkingen.Die indeling in afzonderlijke hoofdstukken is zowel een ramp voor de onwetende zoeker als een bron van dubbele en tegenstrijdige informaties.

Iemand hoort over een schilder Mondrian die in New York is gestorven. Hij zoekt de naam in het hoofdstuk kunst. Geen Mondrian te vinden. Die moet je zoeken onder Nederlandse kunst. In dit hoofdstuk staat, behalve Mondriaan, ook Rubens. Maar Rubens' medebelgen Magritte en Ensor staan weer in het hoofdstuk Algemene Kunst. Bij al die schilders staan de jaartallen van hun geboorte en dood. Zo hoort het nu eenmaal in encyclopedieën. Maar bij de auteurs staan die jaartallen er niet, daar is een aanduiding van de eeuw genoeg.

Hoe heet de bekroonde, vertaalde, verfilmde roman van Rudi van Dantzig? U vindt het antwoord als u zoekt in de afdeling Danskunst. Wat deed Blokzijl in de oorlog en welke straf kreeg hij daarna? U vindt het in de afdeling Amusement. Wat is anarchisme? U heeft de keus tussen de definitie van Frits Bolkestein in de afdeling Wereldpolitiek en die van Richter Roegholt in de afdeling Nederland tussen 1795 en 1940. Omdat Catalonië bij Aardrijkskunde staat, heet dat land een landschap, wat ze in Barcelona niet op prijs zullen stellen. Omdat Oscar Wilde in Wereldliteratuur alleen als schrijver wordt genoemd, horen we niets over zijn homoseksualiteit, proces en celstraf.

Waarom heeft Kohnstamm de lemma's van zijn medewerkers niet in één alfabetische rij neergezet, zodat u niet al hoeft te weten dat Mondriaan een Nederlander is en Rubens een ere-Nederlander? Omdat het Cultureel Woordenboek dan heel veel zou gaan lijken op een ordinaire encyclopedie in één deel.

Wij denken bij een encyclopedie aan een muurlange rij boeken.

Maar 1-delige encyclopedieën zijn ook nuttig. Ik heb de jaren '40-'45 aangenaam doorgebracht met het lezen van John Kooys Encyclopedie voor Iedereen. Bijna alles wat ik weet, heb ik daaruit geleerd. Een opgefriste versie van die encyclopedie zou ik zo kopen voor mijn kinderen.

Twee hoofdstukken heb ik met bijzondere belangstelling gelezen, één vanwege het onderwerp en één vanwege de schrijver. Het onderwerp Taal wordt behandeld door Koenen & Smits en is dus volmaakt. Maar waarom staat hun bijdrage in het deel dat Nederland heet? Hun opmerkingen zijn immers in het geheel niet tot het Nederlands beperkt.

Op Taal volgt een opsomming van "idioom', uitdrukkingen van "nieuwsgierig Aagje' tot "het zout in de pap'. Ik begrijp niets van die keuze. Geef dan een lijstje van moeilijke of vaak verkeerd gebruikte woorden. Wat maakt het uit of je van oubollige uitdrukkingen als in de aap gelogeerd weet waar ze (heel misschien) vandaan komen? Redacteur Heestermans denkt toch, hoop ik, niet dat je een woord pas begrijpt als je zijn etymologie kent.

Wel deed het me deugd, dat hij de spreuk "Heel het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil' niet langer, zoals hij in zijn editie van de dikke Van Dale doet, toeschrijft aan Troelstra, maar een bijschrift van een prent van Hahn noemt, waarmee we overigens nog niet de bedenker van die spreuk weten.

Het hoofdstuk Wereldpolitiek las ik vanwege de auteur, Frits Bolkestein. Hij heeft het door twee ambtelijke medewerkers van de VVD-fractie laten samenstellen. Maar in één lemma meen ik zijn eigen hand te herkennen. Ook al was dit woordenboek honderd keer zo dik, dan zou ik er nog niet het lemma Atlantische Commissie in verwachten. Wat is de Atlantische Commissie? Is het een overkoepelend orgaan van de Europese Commissie en het Amerikaanse Congres? Of een orgaan van de NAVO? Of een comité dat Atlantis wil opgraven? Nee, die commissie is een privé-clubje van mensen als Brands, Heldring en Tromp die elkaar professoraten en eredoctoraten geven, elkaar in de pers onvermoeibaar prijzen, oorlogsmisdadigers als Kissinger uitnodigen en de ontslagen Rijkskristalnachtspreker Jenninger goedpraten. Het is een klein groepje van gelijkgestemden, die zo druk met elkaar bezig zijn dat ze niet gemerkt hebben dat de Koude Oorlog voorbij is. Bolkestein vindt zijn club een van de tweehonderd lemma's waard waarin hij de Wereldpolitiek opdeelt!

De uitgave van dit boek heeft, dunkt mij, drie grote verdiensten.

Ten eerste vestigt het de aandacht op het probleem van de overdracht van cultuurwaarden.

Ten tweede ben ik benieuwd naar de recensies. Ik schat dat elke recensent tien dingen of mensen zal noemen, die hij miste en die er toch absoluut in horen. Ik mag, na Maan en Greene, dus nog acht dingen noemen.

Ten derde is het een Conversation Piece. "Staat het in Kohnstamm?' "Dat zoeken we op in Kohnstamm.' "Dat heb je zeker uit Kohnstamm.' "Die man heeft de hele Kohnstamm in zijn kop gestampt, maar hij blijft een nitwit,' kunnen in de komende druk bij de idiomen worden opgenomen.

Daarmee zal Kohnstamm de faam krijgen die Bartjens, Brugmans, Van Dale al hadden op het gebied van rekenen, redevoeren en woorden.

Onjuist

Veel van wat iedereen weet, is helemaal niet zo. Maar omdat iedereen het meent te weten, is het zaak om als medeburger ook op de hoogte te zijn van onjuiste kennis.

Dat probleem is in dit Cultureel Woordenboek niet principieel aangepakt. Elk van de auteurs doet naar het hem of haar uitkomt. Soms wordt de volkswijsheid met klem ontkend, soms wordt de volkswijsheid klakkeloos herhaald, en soms blijft de auteur op de vlakte. Zeker: over Assepoester of Odysseus hoeft niet gezegd te worden dat ze mythische figuren zijn (van de burgemeester van Leiden die de mythologie voor zijn rekening nam, viel het me mee dat hij zich inzake Odysseus inhield), want dat weet iedereen. Maar hoe zit het met de volgende gevallen, waarbij de waarheid helaas anders is dan het volkshoofd meent. Ik durf te wedden dat u een van de volgende dingen zelf ook gelooft.

Laurens Janszoon Coster vond te Haarlem het boekdrukken uit en Archimedes in zijn badkuip de opwaartse kracht. Maria is ongerept omdat ze maagd bleef, Maria Magdalena waste voeten, in Sodom deden ze sodomie en Onan onaneerde. De Bijbel beweert dat de aarde in zes dagen werd geschapen en dat voor de Israëlieten gold: "Oog om oog, tand om tand'. In 1581 zworen we plechtig onze koning af, op 1 april verloor Alva zijn bril en daarom is 1 april 1 april, Kenau vocht op de muren van Haarlem, Leiden kreeg als beloning voor het beleg een universiteit. Barbertje moet hangen, Zweeds wittebrood werd uit vliegtuigen geworpen, een eminence grise is een wijze grijze heer, de beste schrijvers krijgen de Nobelprijs.

Wat vindt het Cultureel Woordenboek van die onwaarheden? Bij de boekdrukkunst wordt Coster aarzelend genoemd - de Chinezen blijven natuurlijk ongenoemd, dit is een encyclopedie van Westerse waarden. Bij Archimedes horen we het onzinverhaal over de opwaartse kracht en niet welke ontdekking hij inderdaad in bad deed: hoe het volume van een onregelmatig voorwerp te bepalen. De specialisten in de Bijbel, de Vaderlandse geschiedenis en de Nederlandse uitdrukkingen bestrijden allerlei onjuiste opvattingen met grote ijver. Bij het Zweedse wittebrood wordt de populaire mythe zelfs helemaal verzwegen.

De Bijbelkenner zegt dat de zesdaagse schepping niet letterlijk moet worden genomen, maar een resultaat is van theologische reflectie. Ook is volgens hem "oog om oog, tand om tand' juist heel aardig bedoeld. Nog steeds heb ik niet, waar ik om smeekte; een objectieve, niet door allerlei goedpratende moderne fratsen bedorven, korte versie van wat er in de Bijbel staat. Hoe ik dat dan opvat, maak ik zelf wel uit.

Miljoenen dingen

Kohnstamm heeft gefaald waar hij niet kon slagen.

Wat weten wij? Al vóór we tien jaar oud zijn weten wij miljoenen dingen. Ze vormen de romp van onze kennis. Nooit zal een encyclopedie verschijnen die alle rompkennis bevat. Niet omdat die encyclopedie zo dik zal zijn, maar omdat we geen idee hebben hoe hij georganiseerd moet worden. Daarom wordt het ook niks met de Kunstmatige Intelligentie.

Boven onze nek zweeft een waterhoofd van specialistische kennis. Een mens bezit hoogstens een enkel knobbeltje van dat waterhoofd, als hij heeft doorgeleerd in een bepaalde taal, een bepaalde kunst of een bepaalde wetenschap. Zo gauw een specialistische encyclopedie verschijnt, is hij al verouderd.

Tussen de brede romp en het uitdijende waterhoofd zit de smalle nek. Dat is de Algemene Ontwikkeling, waarin de algemene culturele weetjes.

Onderin de nek zit wat iedereen wel weet. Rembrandt en Van Gogh, die hoeven eigenlijk niet in een Cultureel Woordenboek. Bovenin de nek zit wat niet iedereen hoeft te weten. Waterman en Van der Gaag, er kan niet van je verlangd worden dat je ze kent. Daartussen zit een fragiele wervel, die Kohnstamm heeft trachten te beschrijven. Hoe kan zoiets lukken in zesduizend lemmaatjes, in zeshonderd pagina's?

Ik mocht nog acht dingen noemen die ik mis. Ik mis Fluxus. Ik mis Fay Weldon. Ik mis Anita Brookner. Nee, zo kan ik niet doorgaan, want dan wordt mijn lijst zo lang als het woordenboek dat ik hier moet bespreken. Ik beperk me daarom tot de letter M. Ieder ontwikkeld mens hoort te weten van: Machado de Assis, Mickiewicz, Mahfouz, Martialis, Marugg, Maagdenburger halve bollen, de proef van Millikan, het effect van Mössbauer, de band van Möbius, de keten van Markov, de stelling van Minkowski, merkwaardig produkt, getallen van Mersenne, Dr. Mabuse, Moreau (Jeanne en Gustave), Marx Brothers, Malamud, Maugham, Mencken, Mitford, Henry Miller, Magog en Mossad, Malcolm X en Manusama, de akte van Mannheim en Eddy Merckx, maanvissen, mieren, mimosa en mistletoe (geen dier of plant wordt cultureel onthoudenswaard geacht), Mata Hari, Madame sans-Gène, Madame de Montespan, Mutsaers, Meinkema, Mendels, Marcuse, Montague, Mes, Masereel, Malraux, Mauriac, Michaux, Mistral, McCartney, Masman, Montgomery en Mountbatten, Metropolitan Museum, Margaret Mitchel, Mary McCarthy, Maarten Maartens, Maurits Mok, Melina Mercouri, Marcello Mastroianni en Marilyn Monroe.

En dan al die andere mensen en zaken die met een M beginnen en waar ik niets van weet. Ik weet namelijk niets. Ik hoef maar een encyclopedie of een krant open te slaan om dat te weten. Ik ben gek op encyclopedieën, woordenboeken, registers, naslagwerken en naslawerken. Daarom ben ik ook blij met dit Cultureel Woordenboek. Maar het slaat nergens op.

    • H. Brandt Corstius