Psychiatrie informeert partners slecht

HENGELO, 20 NOV. “Als partner van een psychiatrische patiënt kom je in de situatie dat iemand waar je veel om geeft ingrijpend verandert, depressief wordt, soms agressief, zelfmoordpogingen doet en schulden maakt.” Volgens Ed Nolte moet de niet-zieke partner dat maar zien op te lossen. “Je komt terecht in een emotioneel Siberië.”

Nolte is een van de leden van de werkgroep 4 x P - positie partners van psychiatrische patiënten - die morgen in Utrecht een landelijke bijeenkomst houdt voor lotgenoten.

In de psychiatrie is weinig belangstelling voor partners van patiënten, luidt de klacht van de werkgroep, en als die aandacht er wel is, is die veelal negatief. Zelfs de familie-organisaties hebben er weinig aandacht voor, aldus Nolte. Ouders, broers en zussen hebben allemaal hetzelfde type problemen. Bovendien hebben die tenminste elkaar nog. Partners hebben naast hun emotionele problemen ook nog vele praktische: financiën, opvang van de patiënt bij weekeindverlof, de kinderen. Om elkaar daarbij te steunen is drie jaar geleden de werkgroep 4 x P opgericht. Vorig jaar organiseerde die voor het eerst een landelijke bijeenkomst voor partners. Toen kwamen er vijftig mensen. Dit jaar worden er tachtig à negentig verwacht.

De grieven van de werkgroep richten zich voor een belangrjk deel op de hulpverleners. Het komt bijvoorbeeld regelmatig voor dat patiënten zonder overleg met weekeindverlof naar huis worden gestuurd, aldus Geertje van Zanten van de werkgroep. “Als je in de loop van het weekend belt dat het niet gaat, krijg je als reactie: bel de politie maar, vraag maar een IBS (inbewaringstelling). Men erkent het ziek zijn niet.” Meer flexibiliteit in de hulpverlening en meer steun voor de niet-zieke partner vormen dan ook belangrijke wensen van de werkgroep. Die steun zou kunnen bestaan uit hulp thuis als de patiënt al dan niet tijdelijk daar verblijft, maar ook uit bijvoorbeeld weekeindopvang als de inrichting een patiënt met verlof stuurt terwijl de partner hem of haar op dat moment niet aankan.

“Vaak wordt gezegd dat de patiënt recht heeft op een eigen leven. Maar de partner heeft ook recht op een eigen leven”, zegt werkgroeplid mevrouw G. Boland. “Als ik even hulp thuis had gehad, geen huishoudelijke hulp maar iemand die iets afweet van het ziektebeeld, had ik veel meer aangekund.” Van Zanten: “Laatst heb ik thuishulp gebeld om te vragen wat zij te bieden hadden op het gebied van patiëntenbegeleiding. Dat kon wel, mits de patiënt zelf wilde. Maar daarin zit nu juist vaak het probleem met psychiatrische patiënten.”

Het is de ervaring van vele partners dat ze er alleen voorstaan. Van Zanten: “Familie en vrienden komen vaak niet meer. Vooral vrouwen staan dan heel zwak, omdat hun man nu eenmaal fysiek sterker is. Soms moet je gewoon vluchten.” Ook in financieel opzicht is de positie van de vrouw als gezonde partner doorgaans zwak. De man was nu eenmaal veelal kostwinner. Als een man exorbitante uitgaven doet, schulden maakt of het hele interieur kapotslaat, moet de vrouw zich daar financieel maar uit zien te redden. Scheiden is dan vaak de enige oplossing, ook al zou men dat eigenlijk niet willen. Volgens Van Zanten is 99 procent van de chronische patiënten gescheiden. Ondanks een scheiding blijven veel partners zich wel betrokken voelen. Enkele leden van de 4 x P zijn al twintig jaar gescheiden.

De andere grote grief van de werkgroep is dat partners weinig of niets te horen krijgen over de toestand van de patiënt. De situatie verschilt per instelling, maar vaak krijgt men de behandelend psychiater niet eens te spreken. “Soms zetten ze je als partner bewust buitenspel om het vertrouwen van de patiënt te winnen”, aldus Van Zanten. Een van de activiteiten die de werkgroep de komende tijd wil ondernemen is een inventarisatie van instellingen die partners wél betrekken bij de behandeling en wel goede voorlichting aan hen geven.