Pseudoniem

Vandaag behandelen wij een oude, maar immer actuele vraag: moet je in de krant onder eigen naam schrijven of mag je ook een pseudoniem gebruiken? Hoe respectabel is het om vanuit een pantsertrein kogels af te vuren op slachtoffers, die niet eens mogen weten door wie zij worden beschoten?

In een echte oorlog is het gebruik van een pseudoniem een noodzaak, want in zo'n situatie staat schrijven onder je eigen naam gelijk met jezelf aan te geven. Niemand zal het Salman Rushdie kwalijk nemen, als over twintig jaar blijkt dat hij een groot aantal boeken onder pseudoniem heeft geschreven.

Soms kan een schuilnaam ook nuttig zijn voor iemand die iets wil aantonen, zoals in het geval van Adriaan Venema, die na jaren van slechte recensies besloot onder een pseudoniem een roman te schrijven. Toen het gezicht van de schrijver onherkenbaar bleef, was de toon van de kritieken plotseling heel wat vriendelijker, zodat je misschien moet constateren dat de schrijverscarrière van Venema wat succesvoller was verlopen als hij een plastisch chirurg had geraadpleegd.

Overigens zijn niet alle pseudoniemen echte pseudoniemen. Tamar was in feite geen pseudoniem, omdat iedereen wist dat achter die aangenomen naam Renate Rubinstein schuil ging. Zelf maakte zij daar geen geheim van. Montag en Bijkaart zijn ook al geen pseudoniemen in de ware betekenis van het woord. Er bestaan zelfs foto's van Montag en Bijkaart, waaruit blijkt dat zij verdacht veel op Hofland en Hermans lijken.

Alle afsplitsingen van Brandt Corstius zijn evenmin als echte pseudoniemen op te vatten. Je hoeft maar twee zinnen van een nieuw alter ego te lezen om te weten dat Hugo weer op pad is. Voor een schrijver met een eigen stijl zal het op den duur ondoenlijk zijn het pseudoniem in stand te houden. De ware schrijver zal dat ook niet willen. Eigenlijk wil hij (of zij) dat zijn (of haar) identiteit zo snel mogelijk wordt onthuld. Dat is een teken van erkenning.

Sinds enige tijd worden de tv-kritieken op de mediapagina van de Volkskrant afwisselend geschreven door het duo Jaap Bloem en Wim van Waas. Dat zijn overduidelijke pseudoniemen, strikt bewaakt door de hoofdredactie van de Volkskrant. In de puntige taal, die altijd vaardig wordt zodra het over een onbenullig onderwerp gaat, hekelen Bloem en Van Waas de parmantige stoet die over de Nederlandse televisie trekt. Sonja is een babbelvrouwtje, Tom Egberts is een ijdele nitwit en Ursul de Geer is iemand bij wiens verschijning je al moet braken.

Het gaat mij niet zozeer om de inhoud van die stukjes, want daar ben ik het vaak wel mee eens. Noch gaat het mij om de toon, want ik houd wel van die oer-Hollandse snibbigheid, het gaat er mij vooral om dat Sonja, Tom Egberts en Ursul de Geer eenvoudig het recht hebben om te weten door wie zij zo worden beschimpt. Zware kritiek lever je, every inch a King's knight, met open vizier. Je kunt bekritiseren, uitjouwen, belachelijk maken, honen, zoveel je wilt, maar je moet anderen ook de gelegenheid geven iets terug te zeggen, niet tegen een masker, maar tegen de ware persoon die daarachter schuilgaat. Dat is een kwestie van zelfrespect. Bloem en Van Waas, kom onmiddellijk achter die boom vandaan!

Per slot valt er in zo'n vredelievend land als het onze niets te vrezen; geen criticus hoeft er bang voor te zijn dat de Hilversumse ordedienst hem van zijn bed komt lichten. Als iets blijkt uit al die tv-stukjes, dan is het wel dat men in 't Gooi voor zo'n actie eenvoudig veel te sloom is, dus ook wat dat betreft kunnen die pseudoniemen op niets anders duiden dan op pure aanstellerij.

Vaak zie je ook dat de pseudoniemendrager een sterke neiging ontwikkelt tot joligheid. Het maakt toch niet uit wat hij schrijft, want onbekend als hij is, zal niemand hem ter verantwoording roepen. Bij Han Lips, een collectief pseudoniem dat in Het Parool over televisie schrijft, worden wij tegenwoordig dagelijks getracteerd op een samenspraak met mevrouw Lips, wier wereldbeeld nog het meest lijkt op dat van juffrouw Laps. Zo krijgt de televisierecensie iets van de onstuitbare gemelijkheid, die niets anders kan zijn dan de waarheidsgetrouwe afspiegeling van wat zich dagelijks op het scherm afspeelt.

Het pseudoniem zou moeten worden afgeschaft, totdat er in Nederland weer oorlog komt.