Prostituées tegen voorstel nieuwe bordeelwet; "Nieuwe wetgeving zal uitbuiting van hoeren in de hand werken'

De Eerste Kamer behandelt binnenkort het wetsvoorstel dat het verbod op bordelen vervangt door een gemeentelijk vergunningen- stelsel. De direct betrokkenen vrezen dat de wet prostituées uit niet-EG landen de illegaliteit zal indrijven.

AMSTERDAM, 20 NOV. De witte tangaslip steekt scherp af tegen haar zachtbruine huid. Het schijnsel van de blauwe en rode neonbuizen werpt schaduwen op haar gezicht. Ze slaat haar benen over elkaar. Dan tikt ze op de ruit en roept een van de mannen naar binnen die al minutenlang voor haar raam staan te dralen. Even verderop, bij de brug, staat een blonde vrouw weggedoken in een grote jas. Haar kousebenen zijn lang. Ze kijkt naar de mannen die door de regen voorbijsjokken. Ze spreekt geen woord Nederlands, ook geen Engels. Ze komt uit Polen. “Fucky, fucky”, zegt de portier van een pand waarop met stralende letters "club' staat geschreven. In meer talen prijst hij de gastvrouwen aan die binnen mannen aan hun gerief kunnen helpen.

Wie in de grote steden over straat loopt, of in de krant de advertenties leest, krijgt niet de indruk dat het in Nederland nog steeds verboden is om een bordeel te houden of anderszins van de prostitutie te profiteren. Toch is het bordeelverbod al ruim een eeuw lang van kracht. In de meeste grote gemeenten wordt de prostitie echter gedoogd.

Binnenkort behandelt de Eerste Kamer een wet die in deze situatie verandering moet brengen. Als de wet wordt aangenomen, kunnen gemeenten vergunningen uitdelen aan bordeelhouders en exploitanten. De wet voorziet echter eveneens in een bepaling waarbij het vrouwen die niet uit een EG-land komen praktisch onmogelijk wordt gemaakt als hoer te werken. Exploitanten die prostituées uit die landen in dienst hebben, kunnen een gevangenisstraf van een tot zes jaar opgelegd krijgen. Dit betekent dat onderscheid zal worden gemaakt tussen legaal werkende hoeren en vreemdelingen voor wie het werken in de prostitutie onmogelijk wordt.

“Ik heb nog nooit zo'n monster van een wet gezien”, zegt onderzoekster L. Brussa. Ze werkt voor de Raad van Europa en adviseert internationale instanties over de bestrijding van vrouwenhandel. Officieel is het prostitutieverbod voor buitenlandse vrouwen door CDA-minister Hirsch Ballin (justitie) in de wet opgenomen om vrouwenhandel in de prostitutie tegen te gaan. “Het is alsof je met een kanon op een mug schiet”, zegt Brussa. “Verbiedt alle buitenlandse prostituées en je gaat ook vrouwenhandel tegen. Dat is absurd, ongrondwettelijk en bovendien een misvatting.”

Al jaren werkt Brussa in Amsterdam met hoeren afkomstig uit de Derde wereld. “Het is absoluut niet waar dat deze vrouwen allemaal het zielige slachtoffer zijn van een onvrijwillige keuze, zoals de minister met zijn wet suggereert. Wil men vrouwenhandel tegengaan, dan moet men daarvoor eindelijk eens het juridisch instrumentarium ontwikkelen. En niet een wet die bedoeld was voor positieverbetering van prostituées misbruiken om deze krankzinnige vorm van vreemdelingenwetgeving door te voeren.” Ze vraagt zich af hoe men deze wet in de praktijk moet uitvoeren. “Ga je vrouwen controleren op hun huidskleur? Ga je voor elk raam een politieagent neerzetten in ploegendienst?”

Amsterdam blijkt nog onvoorbereid op een dergelijke situatie. “We hebben daar nog niet over nagedacht”, is het commentaar bij de hoofdstedelijke politie. “U overvalt ons hiermee. We zullen het zeker eens uit gaan uitzoeken.” Ook de voorzitter van de PvdA-gemeenteraadsfractie, A. de Waart, is overvallen. “We moeten als Amsterdam nog eens goed met de Tweede Kamer praten”, zegt ze. Maar de wet is al in mei door de Tweede Kamer aangenomen en wordt nu behandeld door de Eerste Kamer. “Tja, dan zal ik dit weekend eens contact opnemen met mij bekende Eerste-Kamerleden.” De Waart vindt het onacceptabel dat als gevolg van de nieuwe wet de niet-EG prostituées het land uitgezet moeten worden.

A. Grewel, voorzitter van de commissie algemene zaken van de Amsterdamse gemeenteraad, is woedend: “Als je vrouwenhandel in de hand wil werken, moet je het vooral zo doen. Je jaagt die vrouwen de illegaliteit in en maakt ze kwetsbaar. Komen die Kamerleden ooit wel eens buiten?” Volgens Grewel is de wet onuitvoerbaar en slaat ze absoluut nergens op. Ze overweegt in de commissie voor te stellen de wet te negeren: “Sorry hoor, maar dit nemen we niet tot onze verantwoording.”

In Amsterdam werken naar schatting 5000 vrouwen in de prostitutie. Ongeveer de helft komt uit Oost-Europa en de Derde wereld. Onderzoekers gaan ervan uit dat steeds minder Nederlandse vrouwen een carrière in de prostitutie ambiëren. “Er is vraag”, zegt onderzoeker J. Visser van de Mr. De Graaf stichting. “We zijn er zo langzamerhand wel achter dat prostitutie een duidelijk migratie-aspect kent.”

Als prostitutie een legale bedrijfstak wordt, zouden vrouwen uit niet-EG-landen een tewerkstellingsvergunning kunnen aanvragen. Juist om dit te voorkomen heeft minister Hirsch Ballin de artikelen in de wet gebracht die het werken in de prostitutie voor buitenlandse vrouwen verbieden. “Ons spreekt de gedachte niet aan deze vrouwen een kans te bieden aldus iets te verdienen”, zei CDA-woordvoerster Soutendijk bij de behandeling van de wet in de Tweede Kamer. “Dat past niet in ons vreemdelingenbeleid. Dat is restrictief en gaat uit van het Nederlands belang.” Alle niet-confessionele partijen in de Kamer, inclusief de PvdA, hadden scherpe kritiek op deze redenering, die volgens hen wordt ingegeven door de redenering van het CDA dat de prostitutie in al haar vormen “altijd en per definitie moreel verwerpelijk is”.

Toch stemde de PvdA met de wijziging in, om de voortgang van het vergunningenstelsel niet te vertragen. Het resultaat is een kromme wet die op geen enkele manier de belangen van prostituées dient, zo menen de hoeren, de Amsterdamse politici en exploitanten die gisteravond voor een debat op uitnodiging van Groen Links bijeen waren in cultureel centrum De Brakke Grond. “Een wet die, toen men er acht jaar geleden aan begon, nog bedoeld was voor het verbeteren van de positie van hoeren, is uitgemond in pure regulering”, zegt prostituée Joe Doezema. “De enigen die er uiteindelijk voordeel bij hebben zijn de bestaande seksexploitanten.”

In de nieuwe wetgeving wordt het bordeelverbod vervangen door een vergunningenstelstel waarbij per gemeente wordt beoordeeld of bordeelhouders en exploitanten een vergunning krijgen. Wat de positie van de prostituée wordt, blijft onduidelijk. “Is een hoer die in een seksclub werkt een werkneemster of een vrije onderneemster?” vraagt Doezema. “De exploitanten zeggen dat het vrije onderneemsters zijn. Maar waarom moeten hoeren daar dan de helft afdragen van wat ze op elke klant verdienen? Waarom zijn ze gebonden aan vaste werktijden? Waarom moeten ze bepaalde kleding dragen en mogen ze in veel gevallen geen klanten weigeren?”

Volgens Doezema werkt deze schemersituatie waarin hoeren door de nieuwe wet zitten, uitbuiting in de hand. Vrouwen hebben niet de voordelen van een dienstverband, zoals doorbetaling bij ziekte. Maar ze hebben ook niet de vrijheid van een zelfstandige. “Is de relatie tussen exploitant en prostituée nu een arbeidsverhouding of niet?”, vraagt Doezema. Ook de aanwezige belastinginspecteur in de zaal wist op deze vraag geen antwoord.

    • Marjon van Royen