Opa's en oma's

Als mensen aan mijn vriendinnetje Barbara vragen wat ze wil worden als ze groot is, antwoordt ze altijd: Oma.

Dat lijkt haar een leuk vak, al beweren de mensen altijd dat het geen echt vak is, oma zijn. Maar, zegt mijn vriendinnetje, het is wel heel moeilijk om er een te worden. Veel moeilijker dan verpleegster of brandweerman. Daarvoor hoef je alleen maar goed je best doen op school. Maar om oma te kunnen zijn moet je eerst heel oud worden. Je moet opgroeien, een man vinden (in ieder geval voor even) en een kind krijgen. En dat kind moet hetzelfde doen: opgroeien, een man of een vrouw vinden en een kind krijgen. Pas als dat allemaal gelukt is ben je oma. Je hebt dus minstens zes mensen nodig om één oma te maken. En dan ben je er nog niet. Want om een goede oma te zijn, moet je nog veel meer doen. Verhaaltjes vertellen. Koekjes bakken. En niet te streng zijn. Als je kleinkind blokken naar je hoofd gooit, mag je niet al te boos worden bij voorbeeld.

Wat vinden jullie van je opa's en oma's? Heb je ze nog alle vier? Zijn het goede opa's en oma's? Daarover gaat dit onderzoek. Ga je vaak naar oma en opa toe? En wat doe je daar? Doe je met je opa en oma andere dingen dan met je vader en moeder? Andere spelletjes bij voorbeeld? En krijg je ander eten? Rijst met boter en suiker? Veel koekjes of geen koekjes? Is er een verschil tussen de ouders van je vader en die van je moeder? Vertellen je opa's en oma's vaak over vroeger, over hoe het was toen zij zelf kind waren? Heb je wel eens ruzie met een opa en oma? En waar gaan die ruzies dan over? Zijn je opa's en oma's minder streng dan je ouders of juist veel strenger?

Schrijf ons alles over je opa's en oma's. Je mag ze natuurlijk ook tekenen.

Stuur je verhaal en/of tekeningen vóór donderdag 17 december op naar Onderzoek Opa en oma, Kinderpagina NRC Handelsblad, Paleisstraat 1, 1012 RB. Vermeld je naam, leeftijd en adres.

    • Bianca Stigter