Neerslag

In zijn fonkelende boek "De engel van Amsterdam' meldt Geert Mak in negen situaties dat het regent, terwijl in maar ongeveer vier gevallen met zoveel woorden sprake is van zon of mooi weer.

Dat valt me op omdat ik het zelf ook heb. Als je mijn stukjes van dit jaar doorleest lijkt het voortdurend te regenen. En het voorjaar begon weliswaar grauw, maar al in mei werd het één en al droogte, gevolgd door een buitensporig zonnige zomer.

Kennelijk ligt het voor de hand regen te signaleren. Regen is bijzonder. Regen heeft karakter. Regen kleurt.

Maar het vertekent wel. Mensen die ons weer voornamelijk kennen van uit het raam kijken, krijgen er een overdreven regenachtig idee van. Geerten Meijsing in "De grachtengordel': “... want in deze contreien regent het dertien maanden per jaar (maar over het weer zal in deze aantekeningen verder niet gesproken worden, behalve als het een keer niet regent)...”.

Misschien is dit humor, in elk geval onzin. Ik ben alle dagen minstens anderhalf uur buiten. Meestal regen ik nat omdat ik het niet erg vind om nat te regenen. Dagen dat je niet droog kunt blijven zijn een zeldzaamheid. Zelfs deze week durf ik de stelling aan: het regent dikwijls niet in Nederland. Bij véél regen denk ik aan de Ardennen, het Zwarte Woud, het Berner Oberland. En met genoegen.