ING ontdekt verborgen stroppen

ROTTERDAM, 20 NOV. In Belgie worden bankschandalen mooi gecamoufleerd. Dat blijkt uit de elegante manier waarop de tweede bank van het land, Bank Brussel Lambert (BBL), en de Internationale Nederlanden Groep (ING) uit elkaar zijn gegaan.

De twee banken maakten gisteren twee fax-berichten wereldkundig, waarin het directiecomite van BBL meedeelde niet in te stemmen met een openbaar bod van ING. Niets bijzonders eigenlijk _ er wordt wel eens vaker een bod aangekondigd dat uiteindelijk niet wordt uitgebracht. Maar de keurige mededeling heeft een minder keurige achtergrond. Een achtergrond die beide banken ongaarne openbaar maken, omdat ze er geen belang bij hebben en omdat ze zaken met elkaar willen blijven doen.

ING heeft sinds vorig jaar studie gedaan naar BBL, waarmee de Nederlandse bank graag wilde "samenwerken'. Ook vooraanstaande analisten van Credit Suisse First Boston hebben onderzoek gedaan naar BBL. Uit de officiele stukken becijferde ING dat een meerderheidsbelang in BBL wel 3,2 miljard gulden waard was. Credit Suisse kwam nog aanzienlijk hoger uit. Tussen de 3,6 miljard en 4,2 miljard gulden, naar verluidt.

In september kreeg ING een, naar nu blijkt, gouden idee. Aanleiding daartoe waren ervaringen die dochtermaatschappij Nationale-Nederlanden eerder opdeed in Groot-Brittannie. De verzekeraar had problemen gehad met de overneming van Victory, een Britse herverzekeraar, waarop vorig jaar het reusachtig bedrag van 715 miljoen gulden moest worden afgeschreven. Oorzaak waren door de adviseurs van Nationale-Nederlanden bij de overneming niet voorziene claims op Victory. “Daarom meenden we dat bij een overneming als van BBL niet alleen op de koers van adviseurs kon worden gevaren. We wilden zelf ook een kijkje nemen”, vertelt directeur algemene zaken en strategie van ING, Ph.J. de Koning Gans.

Dat ING toestemming kreeg om in de boeken van een concurrent te kijken, is in de internationale ondernemingscultuur heel bijzonder. Een bedrijf loopt daarmee immers het risico dat de andere partij een concurrentievoordeel behaalt. In de wandelgangen wordt gezegd dat de directievoorzitter van BBL, Theo Peeters, de toestemming verleende om de weg voor ING te effenen. Hij had genoeg van de aanhoudende onzekerheid over het lot van BBL, dat ook op het verlanglijstje stond van andere ondernemingen. Hij wilde bovendien verlost worden van de wispelturige grootaandeelhouder Frere, die BBL eerst in de richting stuurde van de Franse verzekeraar UAP en daarna opeens aanstuurde op Belgische “verankering” van BBL.

Sinds september kon ING niet alleen de officiele stukken inzien, maar mocht ze ook een kijkje nemen in de keuken van BBL. De verwachting was dat het onderzoek wel tot december zou duren. Die tijd was niet eens nodig. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat er veel meer problemen waren dan verwacht. ING had al verwacht grote voorzieningen te moeten treffen om de buitenlandse activiteiten van BBL te saneren. Kennelijk zijn er nog meer stroppen geweest. In de Belgische pers circuleren berichten dat ING de voorgenomen aankoopprijs (3600 frank per aandeel) met 14 procent naar beneden had willen bijstellen.

Dat zou betekenen dat ING door de ongebruikelijk stap te nemen om BBL zelf te onderzoeken een strop heeft voorkomen. Uitgaande van haar aanvankelijke calculatie, die de waarde van een meerderheidsbelang op 3,2 miljard gulden begrootte, scheelt dat ongeveer 450 miljoen gulden. De onderzoekers van ING hebben daarmee hun geld opgebracht: de vlag kan uit.

Dat doet ING niet. Strategisch gezien zou het concern graag Belgie als de tweede thuismarkt hebben verworven. Daarmee zou ze eerder dan de twee andere grote Nederlandse concurrenten _ ABN Amro en Rabo _ gestalte hebben gegeven aan de wens tot internationalisatie. De financiele hindernissen voor de overneming waren al genomen door de uitgifte van preferente aandelen mogelijk te maken. De aanvankelijke reserves van beleggers tegen verwatering van de winst per aandeel waren weggenomen: de statuten waren aangepast. Wat dat betreft, zal teleurstelling overheersen.

Belangrijker is dat ING verder wil met BBL. ING-topman G. Tammes maakt sinds half september deel uit van de raad van bestuur (raad van commissarissen in Belgie) van BBL. ING's bedoeling was aanvankelijk door middel van een minderheidsbelang samen te werken op het gebied van bank- en verzekeringswezen. Tammes zal alles in het werk moeten stellen om daar nog iets van terecht te laten komen.

Om die reden staat ING toe dat BBL zich schoonpraat. Dat de bank er werkelijk slecht voorstaat, blijkt wel uit de eveneens gisteren bekendgemaakte extra reserveringen bij BBL.

Bij Bank Brussel Lambert moet nu een rouwstemming heersen. Niet alleen is de toekomst onzeker en heeft directievoorzitter Peeters zich als ING-pleitbezorger onmogelijk gemaakt, belangrijker is dat de buitenwereld weet hoe onbetrouwbaar deze bank is.