Historie Kaukasus begint telkens opnieuw

MOSKOU, 20 NOV. Voetje voor voetje probeert Rusland zijn greep op de Kaukasus te versterken. Sinds Moskou begin november in Noord-Ossetië en Ingoesjetië de noodtoestand heeft afgekondigd, is het tijdelijke militair-civiele bestuur in het gebied steeds een stapje verder gegaan.

Zo ontrekt het proces zich enigszins aan het oog. Maar desalniettemin heeft het Russische leger gisteren in de Kaukasus wederom een horde richting oorlog genomen. Op bevel van vice-premier Sergej Sjachrai, die namens Jeltsin de macht uit handen van het lokale bestuur heeft overgenomen, zijn de troepen van de krijgsmacht en de binnenlandse strijdkrachten nu in “staat van paraatheid”. Een dag eerder had Sjachrai de pers onder censuur geplaatst, een maatregel op grond van een vorige week door president Jeltsin ondertekende oekaze.

Om de ernst van al die maatregelen nader te onderstrepen, resideert "tijdelijk bestuurshoofd' Sjachrai sinds deze week in de Noordossetische hoofdstad Vladikavkaz zelfs in volledig gevechtsuniform: de battledress die anders mariniers of commandanten-te-velde plegen te dragen en hem, stropdassen- en pakkendrager bij uitstek, een beetje mal staat.

Volgens Sjachrai is de alarmfase nu noodzakelijk om “provocaties en massale ordeverstoringen” het hoofd te kunnen bieden. De noodtoestand wordt onvoldoende geëerbiedigd. De gewapende diversanti hebben bijvoorbeeld geen gehoor gegeven aan het bevel hun wapens in te leveren.

De mededeling van Sjachrai-in-gevechtstenue werd gisteravond begeleid door onheilspellende berichten op de Russische televisie. Zo maakte het journaal Vesti gewag van wapenvondsten in de Dagestaanse hoofdstad Machatsjkala aan de Kaspische Zee, een gebied dat weliswaar niet onder de noodtoestand valt, maar wel deel is van de Kaukasus. De wapens zouden in handen zijn geweest van "zakenlieden', met andere woorden van de "mafia'.

Sjachrai zelf had daar een dag eerder in een vraaggesprek met de avondkrant Izvestia ook al op gepreludeerd. Volgens Sjachrai is in de Kaukasus niet alleen een strijd aan de gang tussen oude en nieuwe politieke elites die nu om de macht vechten die het "totalitaire regime' heeft achtergelaten en voor deze gelegenheid “nationalistische kleren” hebben aangetrokken. Nee, het “meest dramatische aspect is dat de misdaad” er gebruik van maakt om de “invloed van de mafia te vergroten”, aldus Sjachrai.

Met andere woorden: Rusland heeft in het gebied een missie, het dient er de burgerlijke openbare orde te herstellen en de democratie te vestigen. Dat nu is een taak waaraan vele voorgangers van Sjachrai zich in het verleden hebben vertild. Ongeveer honderd jaar heeft het tsaristische leger er in de achttiende en negentiende eeuw voor nodig gehad om het gebied pro forma onder controle te krijgen. Weliswaar is de kozakken- en vestingstad Vladikavkaz ("heerser van de Kaukasus') al in 1784 gesticht. Maar pas na de Russisch/Turkse oorlog van 1877/78 gaven de "bergbewoners' zich min of meer gewonnen. De guerrilla van de gortsi trok zich terug in de bergen, het deel van de Kaukasus waar buitenstaanders nooit iets te zeggen hebben gehad. Vlak na de Oktoberrevolutie en de burgeroorlog poogde Moskou de regio te paaien met "autonomie'. De Kaukasus werd opgesplitst in bestuurlijke eenheden die enigszins recht moesten doen aan de etnische variëteit. Maar ook dat lukte niet, al was het maar omdat er in de gehele Kaukasus bijna honderd verschillende volkeren wonen die elkaar op voorhand wantrouwen, zelfs als ze dezelfde godsdienst (christendom dan wel islam) hebben.

Zelfs Jozef Stalin is er in zijn tijd nooit in geslaagd om het gebied honderd procent te beheersen. Al is hij met zijn methode van terreur en deportatie tijdens en na de Tweede Wereldoorlog wel een eind gekomen. Zijn verdeel-en-heers-politiek, waarbij hij de ene etnische groep wist uit te spelen tegen de andere, leek in ieder geval te leiden tot een vorm van gewelddadige pacificatie. Maar het bleef er niettemin broeien.

De oorlog die de Kaukasus nu bedreigt, is de prijs voor dat verleden. De gevechten die vorige maand tussen Osseten en Ingoesjen zijn uitgebroken en Moskou tot de militaire interventie hebben geprovoceerd, weerspiegelen in een notedop de geschiedenis van het hele gebied. Nadat de Wehrmacht en de SS in augustus 1942 aan de Elbroes hadden gestaan en daar ook enthousiasme onder de lokale bevolking aantroffen, besloten Stalin en zijn NVKD-chef Beria tot radicale actie. De zogenaamde autonome Tsjetsjeens-Ingoesjetische republiek werd geliquideerd en de Tsjetsjenen en Ingoesjen werden wegens "collaboratie' naar centraal-Azië gedeporteerd. In de woningen, boerderijen en fabrieken die de Tsjetsjenen en Ingoesjen achter moesten laten, trokken Osseten en Russen, die zich nog jarenlang te weer bleken te moeten stellen tegen de autochtonen die zich aan deportatie hadden weten te ontrekken en vanuit de bergen een kleine guerrilla bleven voeren.

Toen de Tsjetjsenen en Ingoesjen in 1957 in ere werden hersteld en mochten terugkeren, begon de geschiedenis opnieuw. Maar een echte impuls kregen de ambities van de autochtone bevolking pas vorig voorjaar toen het Russische parlement een heuse wet aannam op de "rehabilitatie van onderdrukte volkeren'. Op grond daarvan eisten de Ingoesjen hun gebieden weer op en verklaarden de Tsjetsjenen zich onder leiding van generaal Dzjochar Doedajev "onafhankelijk' van Rusland. Een poging van het Russische leger om die soevereiniteit onmiddellijk te smoren, leed indertijd schipbreuk. Maar toen de Ingoesjen deze herfst de aanval openden op gebieden in Noord-Ossetië en daarbij ook "gijzelaars' namen, zagen de Russen hun kans schoon voor een herkansing. De Ingoesjen werden verdreven, hun huizen werden bezet door Osseten (merendeels vluchtelingen uit het christelijke Zuiden dat op voet van oorlog leeft met Georgië waartoe het staatkundig nog altijd behoort) en de Russische strijdkrachten rukten in hun voetspoor op naar de Tsjetsjeense grens.

In het gebied is het nu “relatief rustig”. Maar voor hoe lang? De Tsjetsjenen, die zichzelf zien als de vaders van de Kaukasische vrijheidstrijd, wekken niet de indruk zich bij deze status-quo te willen neerleggen. In de woorden van president/generaal Doedajev: “De enige uitweg uit deze doodlopende straat is het vertrek van alle Russische troepen. Zo niet dan gaat de burgeroorlog door”.