"Geen greep in Armenkas'; Pronk verwerpt beschuldigingen Tweede Kamer

DEN HAAG, 20 NOV. Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) heeft gisteren de beschuldigingen van de Tweede Kamer verworpen dat hij bij de bezuinigingen op zijn begroting een “greep in de armenkas had toegestaan” en "vriendjespolitiek' had gevoerd.

Hij erkende in het kabinet de "slag om de begroting' te hebben verloren.

Ontwikkelingssamenwerking heeft in deze kabinetsperiode al 1,1 miljard gulden moeten inleveren en van de begroting van bijna zeven miljard gulden gaat in 1993 slechts 4,5 miljard naar ontwikkelingslanden.

Pronk verwierp emotioneel de aantijgingen van de Kamer. “U kunt mij een politieke "loser' noemen maar u kunt mij niet betichten van politiek onfatsoen”, aldus Pronk. Hij hield de Kamer voor dat hij als “een burgemeester in oorlogstijd”, als “een Hansje Brinker eenzaam aan de dijk” het gat had proberen te dichten. Maar het was hem niet gelukt.

Op een vraag uit de Kamer waar voor Pronk de grens van de bezuinigingen ligt, wilde de minister geen antwoord geven, “omdat die grens dan snel bereikt zou zijn”. Hij wil dat Nederland in de volgende regeerperiode 0,9 procent van het Bruto Nationaal Produkt aan ontwikkelingshulp gaat uitgeven (nu is dat 0,82) en dat het volgende kabinet vastlegt niet aan die nieuwe sleutel te morrelen.

Hij gaf de Kamer een ongebruikelijke inzage in de discussies die in het kabinet zijn gevoerd over bezuinigingen. Er was een poging gedaan, zo zei hij, om Ontwikkelingssamenwerking alle kosten voor de opvang van asielzoekers te laten betalen (1,2 miljard). Hij had het bedrag weten terug te brengen tot 400 miljoen. Ook zou hij alle hulp aan Oost-Europa van een aantal collega's moeten betalen (400 miljoen). Pronk betaalde slechts 18,5 miljoen. Hij speelde de bal terug: de Kamer had toch ingestemd met de bezuinigingen van de regering?

Pronk gaf toe aan de wens van de Kamer om de versnippering van de ontwikkelingsgelden te beteugelen. Op dit moment heeft Nederland met 51 landen een ontwikkelingsrelatie. Pronk zal nagaan of de lijst niet kan worden ingekort, ook al omdat nieuwe arme landen in Oost-Europa en in het Aziatische deel van de voormalige Sovjet-Unie voor de loketten voor hulp komen staan. De minister wil nagaan of door alle kwalitatieve eisen die Nederland stelt de hulprelatie niet wordt bemoeilijkt. Op dit moment kampt Ontwikkelingssamenwerking met het probleem dat in de laatste twee maanden van het jaar nog een groot deel van de begroting moet worden uitgegeven.