Dominee heeft op verkeerde paard gewed

De "biografische gegevens' achterin het boekje stemmen al licht onbehaaglijk. De één “is als post-doc onderzoeker werkzaam op het vakgebied missiologie/Derde-Wereldtheologie (Theologische Faculteit Nijmegen)”. Een ander is “feministische theologisch publiciste” en “studiesecretaris van de landelijke vereniging van Laïcale Religieuzen”. De derde is onder meer actief “in de studenten-, de flikker-, de vredes- en de oecumenische beweging” en promoveerde op de dissertatie Over kerkelijke dogmatiek en marxistische filosofie.

Als dáár Gods zegen maar op rust.

Het betreft vraaggesprekken met Nederlandse theologen, oorspronkelijk uitgezonden door de IKON, recentelijk gebundeld door uitgeverij Ten Have (Een wereld zonder tegenspraak? "Linkse' theologen na de teloorgang van het socialisme).

De centrale vraag is in hoeverre het politiek-christelijk engagement in diskrediet geraakte na de mislukking van menig socialistisch experiment, met name de Duitse Democratische Republiek, die zoals bekend, allesbehalve democratisch en voornamelijk Duits is geweest. “De bezinning op de mogelijkheid van "engagement' en de verbinding met de theologie lijkt hoogstnoodzakelijk”, constateren de interviewers in hun inleiding. Want “waar het ontbreken van engagement toe kan leiden hebben de jaren 1933 tot '45 ons getoond”.

Misverstand nummer één: Het feit dat vele linkse christenen zich in de periode 1933-'45 tegen de nazi's keerden, is geen automatische legitimatie voor het feit dat zij, althans sommigen hunner, zich tussen 1949 en '89 vóór een gedrocht als de Duitse Democratische Republiek hebben uitgesproken.

De DDR had, lees ik in een ander theoneomarxistisch geschrift, “een messiaanse glans die gelukkig maakte”. Het is een vreemd standpunt over een staat die behalve totalitair óók antiklerikaal was.

Vegetarische slagers, antisemitische joden en marxistische dominees, ik blijf daar mijn twijfels over houden.

En in de dossiers duikt elke keer weer de Nederlandse Christelijke Studenten Vereniging op. Een merkwaardige organisatie. In plaats van netjes christelijk te studeren ontwikkelden de leden zich al snel tot getrainde experts in de infrastructurele groeifactoren van de Duitse democratische bruinkoolindustrie, het één en ander in het licht van het, in 1963 met algemene stemmen door de Oostduitse Volkskamer aanvaarde, Nieuwe Economische Systeem. Nog in 1980 brachten deze christen-studenten een boekje op de markt dat pretendeerde "Het andere Duitsland' in kaart te brengen. De Muur was niet iets om trots op te zijn, gaven de schrijvers toe. Men oordele echter niet te snel: “De Muur was (en is) van levensnoodzaak voor de DDR en wordt nu door de meeste DDR-burgers ook als zodanig begrepen”. Zeker, de kerk heeft het niet gemakkelijk in deze atheïs- tische natie, maar gelukkig zijn er inmiddels gesprekken op gang tussen de overheid en “een kleine groep realistische christenen”.

Goedpraterij allerwegen. Geen woord over de gelijkgeschakelde kranten. Geen woord over het feit dat de burgers de gevangenen waren van hun eigen staat. Geen woord over de ten hemel schreiende kleinburgerlijkheid in sexualibis. Geen woord over het platte gepolemiseer tegen elke politieke tegenstander, die tenminste een zwijn, in elk geval een contrarevolutionaire aasgier en bewijsbaar een imperialistische, revisionistische, door Bonn en Washington betaalde Hitlerspion was.

Om je zo door je gastheren in de luren te laten leggen moet je wel een "realistische christen' zijn. Totdat in het najaar van 1989 andere - aanmerkelijk realistischer - christenen de straat opgingen en daar het vuur van de revolutie ontstaken.

Dat was de zogeheten "burgerbeweging', die, met alle respect, “toch te weinig begrip had voor het reëel bestaande socialisme”. Vond bijvoorbeeld Dick Boer, DDR-gastpredikant en tegelijkertijd docent aan de Theologische Faculteit van de Universiteit van Amsterdam. Fraai huis, fraaie studeerkamer, goed inkomen, interessant werk - het zijn zijn eigen woorden. Hij en zijn collega-theologen aan de Gemeentelijke Universiteit èn de Vrije Universiteit hebben vanuit die fraaie studeerkamers een hele generatie dominees-in-spé de kop gekgezeurd over Marx en Lenin in plaats van die kinderen netjes de Tien Geboden te leren. Inmiddels realiseert Boer zich “dat ik medeplichtig was aan een systeem dat misdadig was”. Om onmiddellijk weer gas terug te nemen: Hij heeft, al met al, “nog steeds begrip voor de situatie waarin de socialisten in dat reëel bestaande socialisme verkeerden”. Dominee bekent schuld op domineesmanier: Wee mij, ik heb gezondigd... maar eigenlijk had ik gelijk. Bovendien valt er, aldus Boer, “héél wat aan te merken op de "vrije wereld', of hoe je dit ook noemen wilt”. Let op, als morgen die DDR wordt heropgericht, neemt deze theoloog overmorgen de eerste trein oostwaarts om daar andermaal "het reëel bestaande socialisme' in de messiaanse glans van het Evangelie te plaatsen.

A.Th. van Leeuwen, emeritus hoogleraar te Nijmegen, is de enige in deze bundel vraaggesprekken die precies zegt waar het om gaat en waar het op staat: Boer en de zijnen hebben op het verkeerde paard gewed. “Jullie dachten dat je met Marx bezig was, maar ik ben ervan overtuigd dat als Marx vandaag uit de doden zou opstaan, hij met de hele handel de vloer zou aanvegen. Evenals Jezus, als hij vandaag zou opstaan, tegen de Katholieke kerk en al die protestantse kerken zou zeggen: houdt daar onmiddellijk mee op! Deze kerk en dit belachelijke kapitalistisch-christelijke systeem van EO tot gereformeerd en katholiek aan toe zijn een absurde aangelegenheid geworden. Ik geloof inderdaad dat Jezus zou zeggen: "Daar moet de vloer mee worden aangeveegd. Het stelt allemaal niets voor'.”

Nu staan Dick Boer en zijn mede-christenmarxisten met lege handen. Op hun politieke oordeel zit niemand meer te wachten. Zuchtend en steunend overdenken zij de morele implicaties van hun engagement. Is het echt nodig, om Marx' Achttiende Brumaire te hebben gelezen alvorens je tegen de burgeroorlog in het voormalige Joegoslavië te verklaren? Moet je werkelijk de hele dag met je neus in de bijbel zitten om uiteindelijk met een weloverwogen oordeel te komen over de rassenrellen in Rostock? Het lijkt mij van niet. Werkelijk, engagement is prachtig, maar een doctorandussendiploma Jezuskunde heb je er niet voor nodig.