De zeven Herculessen van Hendrick Goltzius; Clair-obscur houtsnedes in het Rijksmuseum

De god Oceanis was nooit zo robuust en de godin Thetis nooit zo elegant als op de prenten van Hendrick Goltzius. Goltzius gebruikte voor deze houtsnedes een speciale techniek, die subtiel gekleurde prenten opleverde. Waarom is deze techniek zo weinig gebruikt? Misschien omdat Nederlandse schilderijen in de zeventiende eeuw zo goedkoop werden.

Clair-obscur houtsneden. Hendrick Goltzius (1558-1617) en zijn tijd. Rijksprentenkabinet, Rijksmuseum, Amsterdam. T/m 10 januari.

Nancy Bialler: Chiaroscura Woodcuts, Hendrick Goltzius and his Time. Uitg. Rijksmuseum Amsterdam en Snoeck-Ducaju & Zoon, 249 blz. Prijs ƒ 95,- (paperback); ƒ 200,- (gebonden).

Oceanus, in volle vaart, gezeten op een onstuimig zeemonster. Zo beeldde de Haarlemse kunstenaar Hendrick Goltzius de klassieke god der wereldzeeën omstreeks 1590 af in een houtsnede. Oceanus als een weldoorvoede krachtpatser met vingers als worsten. Zijn ene knuist houdt het touw vast waarmee hij het zeemonster ment, met de andere omknelt hij een roer of peddel, waarmee hij het beest tot tempo aanzet. Hoe bevallig daarmee vergeleken is de godin Thetis verbeeld, de vrouw van Oceanus. Zij staat ontspannen in haar voertuig, een reuzenschelp in de vorm van een zetel, voortgetrokken door twee dolfijnen. Losjes, met een paar vingers houdt Thetis de teugels vast. Haar andere hand rust op de wagen. Beide goden zijn schaamteloos frontaal afgebeeld. Alles in deze twee prenten lijkt erop gericht het verschil tussen man en vrouw te accentueren: robuustheid tegenover elegantie, onstuimigheid versus ontspanning, en dat wordt nog eens uitgedrukt door de golven, die respectievelijk bruisen en kabbelen.

Hoe interessant de fysieke en theatrale verschillen tussen god en godin ook mogen zijn, daarom hangen ze niet op de mooie tentoonstelling in het Rijksprentenkabinet over Goltzius en zijn tijd. Ze hangen hier omdat deze houtsneden zijn uitgevoerd in een speciale techniek, de clair-obscur houtsnede. Dat is een techniek waarbij door de toevoeging van kleurnuances een sterk ruimtelijk effect werd bereikt. Oceanus en Thetis waren nooit zo dynamisch geweest, ze hadden nooit die opspattende werveling bezeten, wanneer ze alleen in lijn waren gedrukt. Goltzius heeft, zo wijst recent onderzoek uit, tussen 1585 en 1600 achttien van deze clair-obscur houtsneden gemaakt. Op de tentoonstelling hangen ze allemaal.

Contouren

Hendrick Goltzius, geboren in 1558 in Mühlbracht, net over de Duitse grens bij Venlo, vestigde zich in 1577 in Haarlem. Die stad, juist herstellende van het vernietigende beleg door de Spanjaarden, ontwikkelde zich in deze periode tot een vruchtbaar artistiek en intellectueel centrum met als centrale figuur de schilder en kunstenaarsbiograaf Karel van Mander, die zich zes jaar na Goltzius in de stad vestigde. Goltzius is vooral bekend geworden door zijn tekeningen en door de schilderijen waarop hij zich na 1600 is gaan toeleggen. De prenten maken een minder bekend deel van zijn oeuvre uit en tot voor kort bestond van zijn houtsnede-produktie al helemaal geen helder beeld. Bij de eenvoudigste houtdruk worden de partijen die niet afgedrukt moeten worden weggesneden uit het blok.

In het houtblok blijven zo de contouren van de voorstelling over en daarvan maakte men door ze met inkt te bestrijken een afdruk. Dit geeft een sterk lineair effect, al kunnen schaduwen en volume-accenten worden aangebracht door arceringen. Het resultaat kan men variëren: men kan verschillende afdrukken maken, elk met een andere kleur inkt, men kan op verschillende soorten papier afdrukken en ten slotte is het mogelijk, maar tijdrovend, om het resultaat met de hand in te kleuren.

Met al deze mogelijkheden heeft Goltzius geëxperimenteerd. Maar er was, in Duitsland, Italië en de Zuidelijke Nederlanden nog een andere techniek ontwikkeld om een speciaal effect te bereiken: de clair-obscur houtsnede. Daarmee werd een bepaalde "toon', een kleurvlak, toegevoegd. Dat effect bereikte men door gebruik te maken van verschillende blokken. Doorgaans werden met het eerste blok, het lijnblok, de omtrekken aangebracht en met een of meer "toonblokken' de kleurvlakken. Op de plekken waar het licht moet reflecteren wordt niets afgedrukt. Daar blijft het witte papier zichtbaar. De kleine vlekjes die zo ontstaan geven lichtreflecties weer. Het eindresultaat is de optelsom van de drukgangen van elk van die blokken. Het effect is een veel plastischer weergave van volumes en bovendien een veel sterkere dieptewerking van de hele voorstelling. Het lineaire vlakke beeld krijgt er ineens een derde dimensie bij. Op de tentoonstelling hangen vroege Italiaanse, Duitse en Zuidnederlandse voorbeelden van deze techniek en ook navolgers van Goltzius worden getoond.

Het is jammer dat er van Goltzius zelf niet een paar tekeningen hangen, opdat men kan zien hoe dicht de clair-obscur houtsnede dit medium benadert. Daar staat tegenover dat van hem alle bekende houtsnedes te zien zijn en nog wel in verschillende drukken. Niet alleen de vele goden, maar ook een paar portretten en vroege landschapjes.

Knots

Het meest uitvoerig komt de prent aan de orde met de voorstelling van Hercules en Cacus. Goltzius heeft daar ongeëvenaard krachtig weergegeven hoe Hercules op het punt staat met een finale dreun van zijn knots de reus Cacus te vellen. Er hangen maar liefst zeven verschillende drukken van deze prent. Het effect varieert van vlak tot dramatisch. Het is alsof er een tableau vivant staat opgesteld dat alleen door een gewijzigde belichting steeds van spanning wisselt.

Maar was dat nu ergens goed voor? Kwam dit nu voort uit louter experimenteerlust, werd er een esthetisch doel mee beoogd of zaten er praktische motieven achter?

De beantwoording van die vraag is des te moeilijker omdat niet altijd zeker is of Goltzius zelf verantwoordelijk is geweest voor het clair-obscur effect. Van een aantal van zijn houtsnedes is bekend dat ze nog tijdens zijn leven in handen zijn geraakt van de uitgever Willem Jansz. Blaeu en dat die de toonblokken heeft laten snijden. Maar waarom gebeurde dat? Uit de feitelijke teksten in de prachtig uitgegeven catalogus komt een praktisch motief naar voren. Karel van Mander wordt aangehaald, wanneer hij Italiaanse clair-obscur prenten beschrijft die destijds gebruikt werden bij de tekenopleiding. De jonge leerlingen moesten tekeningen van oude meesters kopiëren, maar aangezien die zeldzaam waren, was een prent die er sterk op leek een veel goedkoper leermiddel:

Fraey printen met gronden en

hooghsels cluchtigh

hebben menigh gheest zijn ooghen

ontsloten

Anders gezegd: mooie prenten met gekleurde achtergronden en levendige hoogsels (op de plekken waar het licht reflecteert), hebben vele geesten de ogen geopend.

Behang

Er was nog een andere toepassing van dit soort prenten, namelijk als decoratie aan de muur. De clair-obscur prenten bezaten, zoals gezegd, een verhevigde plasticiteit, en ook een sterkere schilderachtigheid. De anders wat stijve houtsnedes gaven de indruk van een gewassen tekening, een aquarel, of wanneer ze op linnen werden afgedrukt, van een schilderij. Door dit procédé kon men nu, in hoge oplagen, de illusie van tekeningen en schilderijen vervaardigen. De paradox na drieëneenhalve eeuw is dat sommige van deze houtsneden inmiddels zelf unica zijn geworden (en daarom is de catalogus uitgevonden). De kleinere prenten waren bedoeld voor liefhebbers, die ze in mappen of albums bewaarden, of misschien ingelijst aan de muur hingen. De grotere hadden zeker een decoratieve functie. Er hangt op de tentoonstelling een zeldzaam voorbeeld van een jachtscène door de Antwerpenaar Frans Floris, bestaande uit zes bladen, die aan elkaar gemonteerd twee meter zeventig lang is. Dit moet een wanddecoratie zijn geweest, een soort behang, een goedkope remplaçant voor een een geschilderd fries.

Waarom deze techniek zo sporadisch is uitgevoerd en weinig gevolg heeft gehad is niet duidelijk. Misschien werden deze houtsneden zelf weer beconcurreerd door goedkope schilderijen. Schilderijen waren veel duurzamer dan prenten aan de muur. Die verkleurden en scheurden maar. De massaliteit waarmee schilderijen in de zeventiende eeuw vervaardigd werden, leverde een ongehoorde hoeveelheid ook goedkope schilderijen op. Zou het verschil tussen die goedkope schilderijen en de toch wat duurdere clair-obscur prenten tenslotte te verwaarlozen zijn geweest?

De tentoonstelling laat goed de achtergronden zien waaruit de clair-obscur grafiek voortkomt, met de vroegste voorlopers uit Italië, Duitsland en de Zuidelijke Nederlanden. In totaal hangen op deze tentoonstelling 62 houtsneden. De houtsneden van Goltzius, 31 afdrukken van achttien voorstellingen, zijn afkomstig uit musea van over de hele wereld. Voor het eerst kan men het effect waarnemen dat de verschillende toonblokken sorteren en dat is iets wat sedert het begin van de zeventiende eeuw, toen de drukkers in Haarlem en Amsterdam deze afdrukken maakten en verkochten niemand meer heeft kunnen waarnemen. Het is maar een flits uit de Nederlandse kunstgeschiedenis: achttien prenten gemaakt in tien jaar. Maar het is wel een briljante flits, die hier voor het eerst in zijn traditie getoond wordt.