De minister leest

In de trein naar Parijs zat ik schuin achter minister Alders. De bewindsman was met zijn dochtertje op weg naar Disneyland, naar ik vermoed.

Vanuit mijn bevoorrechte positie kon ik zien wat de minister tijdens deze reis las, althans wilde lezen gedurende de schaarse momenten waarop hij zijn dochter niet hoefde te adviseren over de prenten die zij zat in te kleuren. Het boek dat de minister had meegenomen was Over de regels van het spel van Marjo van Soest. Dat heeft mij onmiddellijk aan het denken gezet. Nu heb ik niets tegen Marjo van Soest en ik neem ook graag aan dat zij een zeer evenwichtig en beschaafd oordeel velt over het verschijnsel overspel, maar zelf zou ik zo'n boek nooit lezen. Nu zult u misschien vragen hoe ik er zo zeker van was dat het hier minister Alders betrof. Ik zou graag antwoorden dat ik de minister direct herkende aan de keuze van zijn treinlectuur. Waar Marjo van Soest, daar een bewindsman. Maar zo is het niet gegaan. Ik herkende hem natuurlijk van de televisie. En ik niet alleen. Veel van mijn medereizigers begonnen even na Roosendaal, waar de minister was ingestapt, te sissen en te fluisteren. Hé, weet je wie daar zit, nee niet kijken, die vent van... hoe heet hij ook weer, ja Alders.. Er gingen ook onwaarschijnlijk veel mensen ineens onopvallend naar de wc. Ik hoorde niemand fluisteren: Hé, weet je wat die kerel leest. Marjo van Soest. Goh, wat leest die man een moeilijke boeken. Niemand zei dat, want niemand lette daarop. Achteraf vraag ik mij af

of mensen daar uit beleefdheid niet op letten. Je hoort helemaal niet te kijken naar wat een minister leest. Dat is een ongepaste schending van de privacy. Ik weet het niet. Ik zou de grens willen trekken bij het heimelijk meelezen en dat heb ik niet gedaan. Maar zoals gezegd, dat fatsoensprobleem heb ik pas achteraf bedacht. Tijdens de reis naar Parijs ben ik niet meer van mijn verbazing bekomen. Marjo van Soest, hoe bestaat het. Wat bezielt de minister?

In eerste instantie dacht ik, wat een belachelijke en schokkende keuze. Maar wat had ik dan verwacht? Ik zou misschien ook vreemd opgekeken hebben als de minister de Kritik der reinen Vernunft van Immanuel Kant uit zijn weekendtas gehaald had. Of de Critique de la raison dialectique van Jean-Paul Sartre, om nog een beetje zijn Frans te oefenen, zal ik maar zeggen. Dat zou toch ook een opmerkelijke keuze geweest zijn. Maar hoe dat ook zij, die boeken zijn niet in strijd met de ministeriële waardigheid. En Marjo van Soest is dat eigenlijk wel. Maar waarom? Is dat geen onzin. Het geeft mij tot Parijs beziggehouden. Hoe kan deze man het nu ooit opnemen tegen Bolkestein, die zelfs Syntactic Structures van Noam Chomsky heeft gelezen en daar niets op aan te merken had.

De minister is misschien net begonnen met lezen en iemand uit zijn naaste omgeving heeft hem mogelijk het advies gegeven: begin nou niet meteen met Wittgenstein maar probeer eerst eens Marjo van Soest, dan kun je altijd nog zien of lezen wel echt iets voor jou is. Zo'n treinreis naar Eurodisney is een mooie gelegenheid het lezen eens te proberen. Waarom zou er eigenlijk iets op de keuze van de minister aan te merken zijn? Je kunt toch niet zeggen dat hij in het openbaar met een boek van Marjo van Soest is betrapt. Het betreft toch ook een heel courant onderwerp en waarschijnlijk vanuit een feministische invalshoek beschreven. Het kan toch zo zijn dat juist dat soort boeken de speciale belangstelling van de minister heeft: Renate Dorrestein, Anja Meulenbelt, Yvonne Kroonenberg. Dat kan. Maar waarom moet dat in het openbaar? Of is het juist heel goed, dat hij dat in het openbaar doet? Dat komt de zaak van het feminisme alleen maar ten goede. Door zich met Overspel in het openbaar vervoer te vertonen heeft hij heel subtiel blijk gegeven van zijn solidariteit met zowel de bedrijvers als de slachtoffers van het overspel. Het zich vertonen met zo'n boek kan ook zeer goed uitgelegd worden als een stil protest tegen de CDA-gekte dat het gezin de hoeksteen van onze samenleving is. Dan moet de keuze van minister Alders geïnterpreteerd worden als het openbreken van het regeerakkoord.

Al deze hypothesen heb ik tijdens mijn reis naar Parijs overwogen. Over het algemeen zijn er twee redenen waarom een politicus nog weleens iets anders leest dan dossiers en wetsvoorstellen. De eerste is, dat hij niet graag belachelijk gemaakt wil worden om zijn gebrek aan algemene ontwikkeling of culturele belangstelling. In het verleden is de ongeletterdheid van de politici, vooral wanneer zij in hun partij de portefeuille van kunst en cultuur beheren, al uitvoerig gedocumenteerd. Dat was altijd pijnlijk en g^enant. Dus verplicht heden ten dage een politicus zich om in zijn schaarse momenten van vrije tijd een moderne roman te lezen. Maar waarom dan juist Overspel? Zou Aad Nuis erach

ter zitten, die misschien voor alle leden van het kabinet een lijstje van boeken heeft samengesteld, die bij vermelding in een interview getuigen van een opmerkelijke en originele voorkeur. Dan doe ik dus ook niet iets dat ongepast is, wanneer ik vermeld wat minister Alders leest, want vroeg of laat was hij daar zelf mee voor de dag gekomen. De andere reden waarom een politicus een literair werk leest is, dat hem ooit verteld werd dat je je daardoor op de hoogte houdt van wat onder de mensen leeft. Zo kom je te weten wat de kiezers bezighoudt. Ik verwacht elk moment dat Aldbers het woord neemt en zegt dat hij donders goed weet waar al onze gedachten naar uitgaan, want dat heeft hij in de trein naar Parijs nog even nagekeken.

Toen ik uitstapte op het Gare du Nord was ik er zeker van dat een politicus zich door geen van deze redenen moet laten leiden. Ik had even de opwelling om naar Alders toe te stappen en hem te zeggen dat hij helemaal niet hoeft te lezen. Ben je gek. Ga toch lekker milieuvriendelijk kleuren, als dat uw voorkeur heeft. Een politicus kan er juist beter geen blijk van geven dat hij leest en wat hij leest. Want als hij het wel doet, zal hij de kiezer altijd in verwarring brengen. Hoe valt zijn smaak te rijmen met zijn gepretendeerd gezag. Het bemoeilijkt ook het keuzeprobleem bij de verkiezingen. Zal ik nu wel op de Partij van de Arbeid stemmen of niet, nu ik me niet meer los kan maken van de gedachte dat ik daarmee indirect ook voor of tegen Marjo van Soest kies.