Communisten weer de baas in Tadzjikistan

MOSKOU, 2O NOV. Het parlement van Tadzjikistan heeft de voormalige communistische elite in ere hersteld.

De volksvertegenwoordiging zette gisteren in een besloten zitting parlementsvoorzitter - en daarmee fungerend president - Akbarsjo Iskandrov af en koos de lokale leider Imomali Rachmonov tot zijn opvolger. Rachmanov was tot gisteren voorzitter van de districtsraad in Koeljab, een gebied dat wordt geregeerd door een clan die zich altijd heeft verzet tegen een compromis met de zich democratisch of islamitische oppositie.

Het parlement van de centraal-Aziatische staat kwam gisteren niet in de hoofdstad Doesjanbe bijeen maar in de noordelijk gelegen industriestad Chodzjani, het voormalige Leninabad. De clan van Chodzjani heeft de republiek, in samenwerking met de Russische communisten, decennia lang geleid.

De laatste president van Tadzjikistan, voormalig brezjnevistisch partijsecretaris Rachman Nabijev, kwam ook uit Leninabad. Nadat hij eerder dit jaar uit zijn functie werd verdreven, trok hij zich in dit bolwerk terug. De parlementariërs durfden niet in Doesjanbe te vergaderen uit angst voor aanvallen van de democratisch-islamitische oppositie. In Chodzjani werd de vergaderzaal bewaakt door zwaar bewapende militairen die trouw zijn aan de oude machtsstructuren.

Bij wijze van concessie koos de volksvertegenwoordiging geen voorzitter uit Chodzjani zelf. Dat zou een te duidelijke provocatie zijn aan het adres van de tegenstanders die vooral vanuit het zuidelijk gelegen Koergan-Tjoebe opereren en daarbij worden gesteund door mujahedeen uit Afghanistan.

De nieuwe parlementsvoorzitter komt wel uit het zuiden. Maar anders dan Koergan-Tjoebe heeft het district-Koeljab zich tot nu toe met hand en tand verzet tegen de groeiende islamitische invloed. Rachmonov zei er gisteren niettemin van overtuigd te zijn een burgeroorlog te kunnen afwenden en riep daarbij de hulp in van het in Tadzjikistan gestationeerde Russische leger.