Chemie in Duitsland krijgt klappen uit alle hoeken

LUDWIGSHAVEN, 20 NOV. De Duitse economie komt steeds verder in de problemen. Volgend jaar zal de economische groei in ieder geval op nul uitkomen, maar zelfs een negatief cijfer kan niet worden uitgesloten. Bestuursvoorzitter dr. J. Strube van het Duitse chemieconcern BASF is in zijn voorspelling nog somberder dan vijf vooraanstaande Duitse economische instituten die voor de tweede helft van 1993 nog een groei van 0,5 procent voorzien.

“Ik zie geen enkele ontwikkeling die reden geeft tot een positieve stemming”, zei hij gisteren na afloop van de presentatie van de resultaten van BASF. De chemie-onderneming, die over het derde kwartaal een winstdaling boekte van 73 procent tot 111 miljoen D-mark, weet als geen ander hoe slecht de markt er voor staat. Zo is de Duitse auto-industrie, eén van de belangrijkste afnemers van BASF-produkten, volgens Strube druk bezig om de produktie terug te schroeven. De autofabrikanten sluiten vanaf half december ten minste twee weken de poorten en hebben voor de eerste maand van het nieuwe jaar al arbeidsverkorting aangevraagd. Ook in andere takken van de industrie stellen de afnemers zich steeds voorzichtiger op, constateert Strube. De omzet van BASF daalde in het derde kwartaal met 9 procent tot 10,6 miljard D-mark.

Branchegenoot Hoechst, die vandaag een winstdaling van 18 procent over het derde kwartaal bekendmaakte, kampt als gevolg van lagere prijzen en een afnemende vraag eveneens met een teruglopende vraag. Dat geldt niet alleen voor de Duitse markt. Ook in andere Europese landen slaat de malaise toe, terwijl de langverwachte opleving in de VS vooralsnog uitblijft. De afwachtende houding die afnemers van de chemische industrie de laatste maanden aannemen, valt samen met een sterke toename van het aanbod. De Westeuropese chemische industrie heeft eind jaren tachtig, toen de voorspellingen omtrent de economische groei nog zeer zonnig waren, enthousiast geïnvesteerd in uitbreiding van de produktiecapaciteit - een beslissing waar men nu de zure vruchten van plukt. De overcapaciteit leidt tot felle concurrentie en een toenemende druk op de prijzen en de winstmarges van de produkten.

De Westeuropese chemieproducenten zien bovendien hun marktaandeel verder slinken door de toevloed van goedkope basisprodukten en halffabrikaten uit Zuid-Oost-Azië. “De voorsprong die de Europese industrie altijd heeft gehad, is door deze concurrenten ingelopen”, zegt Strube. Ook vanuit Oost-Europa is de concurrentie sterk toegenomen, nu de Oosteuropese afzetmarkt in elkaar is geklapt en producenten tegen dumpprijzen hun bulkprodukten in het Westen proberen te slijten. BASF, dat evenals het Nederlandse chemieconcern DSM vooral actief is in het bulksegment, kan volgens Strube niets anders doen dan ook de prijzen drastisch verlagen. Omdat BASF, wederom evenals DSM, op de buitenlandse afzetmarkten bovendien wordt gehinderd door een zeer sterke valuta, teert de onderneming door de prijsverlagingen steeds verder in op de winstreserves.

Strube acht de kans klein dat Brussel de Europese chemische industrie zal beschermen via tariefmuren, zoals onlangs wel is afgesproken voor de Europese staalindustrie. Hij gaat ervan uit dat de Europese producenten zelf een oplossing moeten vinden voor de structurele onevenwichtigheid tussen vraag en aanbod, bijvoorbeeld door wereldwijd samenwerkingsverbanden aan te gaan en onderling activiteiten over te nemen of uit te wisselen. BASF heeft zelf enige maanden geleden al een deel van de kunststoffendivisie van het Amerikaanse bedrijf Mobil Chemical overgenomen.

Een voor de hand liggende oplossing zou zijn dat producenten als BASF en DSM zich zo veel mogelijk terugtrekken uit de basisprodukten en zich verder gaan richten op de produktie van chemische specialiteiten en farmaceutica, een strategie die onder andere succesvol is toegepast door het Nederlandse chemieconcern Akzo. Voor BASF is deze optie nu niet reëel, aldus Strube, omdat de nichemarkt voor specialiteiten steeds kleiner is geworden. “BASF beschikt over een zeer groot produktie-apparaat met hoge vaste kosten, die alleen kunnen worden goedgemaakt bij de produktie van grote volumes bulk.”

Een structurele inkrimping van het grootschalige fabriekscomplex te Ludwigshaven, waar ongeveer 50.000 van de in totaal 122.000 werknemers van de BASF-groep werken, is volgens Strube geen oplossing. “Per cyclus levert de produktie van basischemie steeds een positief saldo op. We moeten geen beslissingen nemen op grond van de resultaten van één jaar”, aldus Strube. De onderneming is volgens hem wel druk bezig met plannen op de produktie efficiënter te laten verlopen en zo de kosten verder terug te brengen. De onderneming kondigde eerder al aan dat in Ludwigshaven het komende jaar ten minste 4.500 banen zullen verdwijnen, zo nodig via gedwongen ontslagen. Ook in andere landen, waaronder Nederland, is BASF begonnen met afslankingen en rationalisering van de produktie. Verdere personele inkrimpingen zijn in Nederland vooralsnog niet aan de orde.