Buitensporig individualisme in "Het Nieuwe Bouwen'; Liefde op een vernielde stoel

Voorstelling: Het Nieuwe Bouwen door Nieuw-West. Tekst: Rob de Graaf; regie en decor: Marien Jongewaard; spelers: Katelijne Hoorweg en Marien Jongewaard; muziek: Hans en Menno van der Zijpp. Gezien 17/11 Felix Meritis, Amsterdam. Te zien t/m 28/11 aldaar. Tournee t/m 4/2.

De vraag die zich ditmaal met klemmende noodzaak in de toneelzaal opdringt is: wat zijn zin en betekenis van de voorstelling Het nieuwe bouwen door Nieuw-West? Marien Jongewaard speelt een perverse nachtportier, quizmaster of andersoortig beroep waarin het praten verschrikkelijke dimensies aanneemt. Gekleed in overhemd met roesjes en knalrode leren broek maakt hij de toeschouwer tot getuige van zijn, op de eigen potentie en genotservaring gerichte, seksuele obsessies. Verlangen naar castratie en fysieke onverzadigbaarheid gaan hand in hand. Dat wordt eentonig, uiteindelijk.

Nieuw-West wil altijd vernietigen om op de puinhopen iets nieuws te kunnen bouwen. Deze even simplistische als wat naïeve poëtica is een vrijbrief voor toneel zonder begrenzing. Een voorstelling kan een uur duren, of drie uur. Het is lood om oud ijzer. Waar alles is geoorloofd, boet alles aan kracht in. De kwaliteit is afhankelijk van Marien Jongewaard als vertolker van de teksten van Rob de Graaf.

Voor beiden heb ik bewondering. De mengeling van agressie en een merkwaardige, ruwe tederheid leidt tot voorstellingen die afwijkend zijn van de rest van het Nederlandse theater. Dank zij dit duo komen tal van reguliere, veilige voorstellingen op losse schroeven te staan. De groep beschouwt het theatergezelschap Maatschappij Discordia als geestelijke vader, maar is inmiddels met theatrale vadermoord bezig. Discordia kreeg een felle uitval te verduren: het sturen van uitnodigingen met afbeeldingen van "dierbare doden' er op, zoals Discordia deed, vinden Jongewaard & De Graaf pervers.

Het vadermoord-thema is van belang in de voorstelling. Er verschijnt nog een vader ten tonele, maar dan onzichtbaar, een fantoom zoals Jongewaard zegt. Hij zit op een witte stoel. Die Jongewaard vervolgens in een van zijn geliefde acts aan puin slaat, dus met man en al. Inmiddels is er, heel schuchter, een vrouw (Katelijne Hoorweg) komen opdagen die, net als in Rodeo uit het vorige seizoen, hekelende opmerkingen over haar uiterlijk te verduren krijgt. Aan het slot verandert de stoel in het huis van de beide spelers en verliezen ze zich in ingetogen gespeelde, prachtige, poëtische passages over het wonen onder een en hetzelfde dak. De zogenaamd openhartige bekentenissen uit de eerste helft verdwijnen op slag, en de voorstelling krijgt eindelijk scherpte, contour en vooral beweging.

Op de wrakstukken van de stoel bloeit de liefde: jawel, het nieuwe bouwen. Aanvankelijk was de vrouw lelijk - of beter: werd ze door Jongewaard lelijk gepraat -, gaandeweg krijgt ze présence. De voorstelling is uit balans, misschien bewust. Jongewaard eist de aandacht, onophoudelijk. Zijn hoge inzet kan makkelijk omslaan in koketterie. Het nieuwe bouwen is de hommage van een tekstschrijver aan een acteur, die hij alle mogelijkheden geeft elk register te gebruiken. Dat maakt de voorstelling tot iets voor het eigen theatrale genot. De toeschouwer moet de wil (of eerder: willoosheid) hebben daarin mee te gaan. Mij viel dit buitensporig, zelfheiligend individualisme ditmaal zwaar. Kwaliteiten te over, zowel bij spelers, tekstschrijver als muzikanten, de gebroeders Van der Zijpp met hun gitaren. Maar het gebrek aan dosering en distantie is storend.