Beethoven Jean-Bernard Pommier - Beethoven, ...

Beethoven Jean-Bernard Pommier - Beethoven, Sonates nr. 11-20; deel 2 (Erato 2292-45812-2)

Duke Ellington Duke Ellington: Such sweet Thunder (Columbia 469140-2). Distributie: Sony.

Julian Cope Julian Cope: Jehovahkill (Island/BMG 74321-11681-2)

Youp van 't Hek Youp van 't Hek: Niemand weet hoe laat het is. CNR 100.397-2

Beethoven

De solo-pianowerken van Mozart en Beethoven zijn tot nu toe niet het exclusieve domein geworden van de authentieke uitvoerders. En dat is maar goed ook. Want op een vleugel van Steinway of Bösendorfer komt hun werk naar mijn gevoel uitstekend tot zijn recht.

Wel bestaat bij Beethoven het gevaar dat zijn muziek op een moderne piano te "verzadigd' gaat klinken, maar goede pianisten weten dat met de juiste frasering en voorzichtig pedaalgebruik redelijk op te vangen. Een van hen in Jean-Bernard Pommier, van wie inmiddels bij Erato het tweede deel (sonates 11-20) van de complete Beethoven-sonates is verschenen. Pommier benadert Beethoven met de juiste bescheidenheid en voorkomt daarmee dat de nadruk te zeer op de grilligheid van het werk komt te liggen. Ook het "romantische' karakter van de meer verstilde passages blijft binnen de perken. Neem bij voorbeeld de Mondscheinsonate, altijd een goede graadmeter voor een Beethoveninterpreet. Het stille Adagio sostenuto klinkt ingetogen, het Allegretto heeft een bijna Mozartiaanse lichtheid en het Presto Agitato wordt met stormachtige vaart gespeeld, zonder echt "wild' te gaan klinken. De opname, gemaakt in het klooster van Fontfroide, heeft de juiste ruimtelijkheid (altijd een probleem bij piano-opnamen) en de details zijn uitstekend hoorbaar.

Jean-Bernard Pommier - Beethoven, Sonates nr. 11-20; deel 2 (Erato 2292-45812-2)

PAUL LUTTIKHUIS

Duke Ellington

Van de ruim twintig lp's die Duke Ellington tussen 1956 en 1962 voor Columbia maakte is een groot deel inmiddels op cd gezet. Misschien wel de mooiste daarvan is Such sweet Thunder met twaalf stukken gebaseerd op thema's van Shakespeare. De meeste opnamen dateren van april 1957, ook de maand waarin de cyclus zijn première beleefde in de New-Yorkse Town Hall. De reacties waren unaniem positief maar echte repertoirestukken hield het orkest er nauwelijks aan over. Alleen "The Star-crossed Lovers', een bedwelmend fraaie showcase voor altist Johnny Hodges, werd bij optredens nog wel eens gespeeld. Misschien waren de stukken te mooi voor herhaling; de "sprekende' trombone van Quintin Jackson in "Sonnet for Sister Kate', de stratosferische solo van Cat Anderson in "Madness in Great Ones', de geparfumeerde loomheid van "Half the Fun' met opnieuw in de hoofdrol Johnny Hodges. Such Sweet Thunder is een klassieker en zal dat ook blijven. Verbazing dus over het feit dat Sony, de nieuwe eigenaar van Columbia, niets heeft gedaan om dit produkt te verrijken. Geen seconde muziek is er aan de 36 bestaande minuten toegevoegd, de hoes van destijds is gewoon verkleind en zelfs de lichte opnameruis doet nog denken aan de lp van 35 jaar geleden.

Duke Ellington: Such sweet Thunder (Columbia 469140-2). Distributie: Sony.

FRANS VAN LEEUWEN

Julian Cope

"Won't somebody sign my release," zingt Julian Cope op zijn zevende solo-album Jehovahkill. Had hij dat nu maar niet gedaan, want vlak na de verschijning werd de excentrieke Engelsman zonder pardon gewipt door zijn platenmaatschappij Island Records. Cope maakt het nu ook wel erg onoverzichtelijk, want nog maar drie maanden geleden verscheen het indrukwekkende carrière-overzicht Floored Genius, inclusief de hits van zijn veelgeroemde new wave-groep The Teardrop Explodes. Bovendien gaf de titel van de nieuwe plaat aanleiding tot een staking bij de platenperserij, waar brave en oppassende burgers werken die er godslastering achter vermoedden. De volledige oplage van Jehovahkill werd zodoende geperst in Duitsland en het in drie delen opgesplitste conceptalbum behoort tot Cope's beste, maar ook meest ontoegankelijke werk. De "aartsdruïde', zoals hij zichzelf noemt naar aanleiding van zijn bovenmatige belangstelling voor Keltische mystiek, liet zich als altijd sterk beïnvloeden door obscure psychedelica uit de jaren zestig. Het instrumentale "Necropolis' zou niet misstaan hebben op een plaat van Vanilla Fudge en de intieme liedjes van de openingssuite "Phase 1' herinneren achtereenvolgens aan de zelfbespiegeling van John Lennon, het absurdisme van Frank Zappa en de humor van de Bonzo Dog Band. "Woke up in a fireplace, slept like a log' zingt Cope met een knipoog. De rare mystieke intermezzo's en lange instrumentale passages maken Jehovahkill tot een esoterische, maar daarom niet minder boeiende plaat. Een maatschappij die zo'n artiest aan de kant zet, verdient het om tot in lengte van dagen oude Bob Marley-cd's af te blijven stoffen.

Julian Cope: Jehovahkill (Island/BMG 74321-11681-2)

JAN VOLLAARD

Youp van 't Hek

Nu ook zijn meest recente theatershow, Alles of nooit, voor nadere controle is vastgelegd op cd èn in boekvorm, blijkt eens te meer waar Youp van 't Hek zijn thematiek vandaan haalt: uit de panische angst voor een rimpelloos leven en het verzet tegen een aangepast, burgerlijk bestaan. Hij kan het van de daken schreeuwen en dóet dat dan ook - in eindeloze variaties, met een spervuur van grappen en getreiter, maar steeds met dezelfde intensiteit.

Temidden van die razende monologen vormen de liedjes doorgaans slechts rustpunten; ze hebben een functie in de opbouw van zo'n voorstelling, maar ze trekken veel minder de aandacht dan de conferences. Pas nu veertien liedjes, verzameld uit de voorstellingen van de afgelopen jaren, bij elkaar zijn gezet op de cd Niemand weet hoe laat het is, wordt duidelijk hoezeer ze in zijn werk een contrapunt vormen. De thematiek is dezelfde, maar terwijl het gesproken woord wordt overwoekerd door pesterig sarcasme, heersen hier ernst, pathos (soms zelfs pathetiek), mededogen en tederheid. In geserreerde beelden en kernachtige zinnen beschrijft Van 't Hek de liefde van vroeger ("We gingen over halve nachten ijs') en het verdriet om het uitgebluste samenzijn: "De koek is op, er liggen kruimels op de plank/ we zwijgen allebei, verslagen op de bank.'

Zijn schorgezongen stem mengt zich met de toepasselijk schrijnende klankkleuren van componist Tom Scherpenzeel, waarin vaak een enkel instrument (een hobo, een accordeon, een saxofoon) meehuilt met de tekst. Hoewel zijn liedjes niet altijd vrij zijn van rafelige regels, een lelijke klemtoon of een geforceerd rijmwoord, kan ik me daar bij Youp van 't Hek met de beste wil van de wereld niet aan storen. Wat er aan navrante observaties tegenover staat, maakt die stilistische oneffenheden meer dan goed. Zijn luidruchtige buitenkant is overbekend, maar zonder de liedjes is het beeld incompleet.

Youp van 't Hek: Niemand weet hoe laat het is. CNR 100.397-2

HENK VAN GELDER