Alle lust wil eeuwigheid; Een veelluik van stemmen over erotiek en beeldende kunst

Is kunst wellust onder een sluier van dagdromen? Zijn musea verkapte bordelen en zijn ateliers krochten waar de liederlijkheid wordt vertroeteld? Is een schilderij dat de lust tot cohabiteren opwekt bedenkelijke kunst of pornografie? Of moet kunst juist ontdaan zijn van elke erotiek? “Als je aan de gewelddadige doeken denkt van Jackson Pollock, dan zie je toch dat action painting erection painting is.”

Bovenstaande tekst sprak Jan Wolkers op 11 november in de Beurs van Berlage. De lezing maakte deel uit van de serie dubbellezingen over kunst en erotiek, georganiseerd door de K.L. Pollstichting voor Onderwijs, Kunst en Wetenschap.

Beeldende kunst is verkapte viezigheid, daar valt niet aan te tornen. Al dat liederlijke geveeg en gesmeer over het maagdelijke linnen en dat geklonter in de klei moet wel geworteld zijn in de anaal-erotische periode. Van de broek naar het doek, ce n'est qu'un pas. Zelfs onze dorste medemensen hebben zich in hun prilste jeugd nog creatief uitgeleefd met hun excrementen. Kunst is wellust onder een sluier van dagdromen, of dat weefsel nu van het getouw komt van Plato, de verhevene, of van de bijbel met zijn vlammend realisme. Wie de onderwerpen van schilderijen en beeldhouwwerken de revue laat passeren, moet wel de indruk krijgen dat beeldende kunst en erotiek welhaast identiek zijn. Hoe bedenkelijker, hoe geïnspireerder. Zelfs vrij bloedeloze kunstenaars weten nog een vonk van genialiteit in hun olieverven te verwerken als ze Suzanna en de beide Ouden, de Sabijnse Maagdenroof of Lot met zijn voortplantgrage dochters onder handen hebben en blijken in staat om het slappe verenkussen van het lichaam van een vermomde god een dartele reggae te laten dansen tegen het onderlichaam van Leda dat gewillig voor de aanzet zorgt van een scharrelei ter grootte van een borelingske. En zelfs een etherisch gebeuren als de influisteringen van de engel, als goddelijke inspiratie, in de oorschelp van de evangelist Mattheus wordt, gestaafd door de recente bewering van een paar televisiekomieken dat de erectie tussen de oren zit, onmiskenbaar een vorm van orale seks. En dan hebben we het nog niet eens over de vloedgolf van sado-masochistische kruisigingen die ons sinds de middeleeuwen overspoelen, waarin pijn en wellust tot hemelse extase leiden. Wie de Pietà van Giovanni Da Milano in de Academie te Florence grondig aanschouwt ziet dat er geen enkele twijfel over kan bestaan dat de van het kruis afgehaakte narcistische papzak er nog lang niet genoeg van heeft en een straffe nabewerking verwacht van de hem omringende vrouwspersonen van wie er een al met nauw verholen vreugdevolle handtastelijkheid met haar vingertoppen in de bloederige snede zit die de speerpunt heeft achtergelaten. Een innig vrome is een wellustige vrouw, zoals de dichter reeds opmerkte.

Wat een absurde nonsens wordt ons hier grofweg voorgeschoteld. Tegen deze vulgaire visie moet ik wel in het geweer komen. Direct wordt er nog beweerd dat musea verkapte bordelen zijn en wij, kunstenaars en kunstliefhebbers, niet meer of minder dan hoerenlopers. Dat onze ateliers krochten zijn waar de liederlijkheid vertroeteld en gekonfijt wordt. Zo is het gode zij dank niet. Kunst wordt gecreëerd en genoten met de nobele substantie die zich onder ons schedelgewelf bevindt, waar de grens tussen materie en geest vervaagt, waar geen platvloerse neiging kan ontstaan. Er is bij mijn weten nog nooit een potloodventer in het Louvre betrapt bij de Venus van Milo. Tijdens mijn studie heb ik jarenlang naar model gewerkt en ik wil hier wel met een zekere trots bekennen dat ik onder het werken nooit de neiging heb gehad de kille klei te verruilen voor het lauwe vlees. Als je vorm aan het geven bent moet je verre blijven van de aandrang om plat te drukken. Handtastelijkheid in zo'n situatie komt neer op vormverlies en vernietiging. Ik durf te beweren dat zodra een beeld of schilderij de lust tot cohabiteren in je opwekt je je voor een bedenkelijk stukje pornografie of kitsch bevindt, of je moet wel een doortrapte psychopathische erotomaan zijn. Toen een collega van mij eens beweerde dat hij altijd een erectie kreeg als hij naar de Broadway Boogie-Woogie van Mondriaan keek had ik hem wel ter plekke willen verdelgen. Een model van mij heeft eens in haar onnozelheid precies de situatie weergegeven waarin de kunstenaar zich bevindt, zich moet bevinden. Het was een blozend kind met van dat sinterklaasvlees, ik bedoel zo roze als een varkentje van marsepein. Iedere keer als ik om haar heen liep en me naar haar overboog om de welving van haar buik te bestuderen of de ruwe kloverigheid van haar tepels, sidderde ze van opwinding. Het was net een verlokkende appel die maar niet kon begrijpen dat er geen tanden in haar gezet werden. Ze snapte er niets van dat ik zomaar koeltjes naar mijn beeld terugliep en mijn bevindingen toetste. Op een keer heeft ze mij driftig een uit een krant gescheurde cartoon in mijn handen geduwd en verwoed zwaaiend met haar schoudertas mijn atelier voorgoed verlaten. Zoveel toewijding werd haar teveel. Op die cartoon stond in een kring van schilderende kunstenaars een naaktmodel dat, als er een glazenwasser voor het raam verschijnt ineens verschrikt haar handen als vijgebladeren naar haar riskante lichaamsdelen laat fladderen en met samengeknepen dijen uitroept, "O, een man!' En zo is het precies, wij kunstenaars zijn man noch vrouw. Wij hebben een baarmoeder in ons hoofd.

Nou, zo'n waterhoofd is mij volkomen vreemd. Kunst is voor mij niet zo verheven dat het niet zijn wortels in wat men dan de lagere levensfuncties noemt zou kunnen hebben. Ik was eens met een lesbische vriendin op een tentoonstelling van Brancusi en bij zijn prachtige Vogel in de Ruimte vertrouwde ze me toe, "Zou dat geen schitterende dildo zijn.' En zonder de minste wrevel omdat hier een kunstwerk als lustobject werd uitverkoren kon ik me voorstellen dat dat glanzende voorwerp in en uit haar gleed zonder te veranderen in een goedkoop apparaat uit de porno-industrie. Ondanks de dubbelfunctie van het object die me werd voorgetoverd bleef het onaantastbaar op zijn voetstuk staan. Ik werd me er alleen van bewust dat ik het in gedachten even met een katoenen doek droogwreef. A thing of beauty is a joy forever, zal ik maar zeggen. Ik zie zelf soms ook in de Verwoeste Stad van Zadkine, dat toch een hartverscheurend monument is, als ik het onder een bepaalde hoek waarneem, de door bronst verteerde reus King Kong die de moorddadig zoemende insekten die hem van zijn frêle geliefde willen beroven uit het luchtruim tracht te graaien. En als je aan de gewelddadige doeken denkt van Jackson Pollock die in spetterende spuitlust gecreëerd zijn alsof het firmament met regenboog en al erboven leeggedropen is, dan zie je toch dat action painting erection painting is. Je bent jaloers op de toverballen van die schilder.

Ik weet nog als de dag van gisteren dat ik als meisje van twaalf jaar met mijn ouders door het Prado liep in Madrid. Ineens stond ik alleen voor het Bacchanaal van Titiaan. Met stomme verbazing keek ik naar al die ontklede en halfontklede jonge mannen en vrouwen die met statige drift dansten en wijn dronken. Op de voorgrond lag een naakte vrouw met haar arm onder haar hoofd en haar gezicht smachtend omhooggericht alsof ze in haar slaap gekust wilde worden. Boven haar op een heuvel lag een oudere man met een witte baard een beetje laveloos saterachtig met zijn knieën omhoog en het leek net of hij naar me wenkte. En plotseling lag ik daar naakt in plaats van die vrouw en ik schaamde me niet omdat ze daar zelf zo zonder schaamte had gelegen. Toen kwam die oudere man een beetje waggelend naar me toe gelopen. Langs zijn lichaam keek ik omhoog en ik schrok van zijn geslacht. Ik dacht dat hij glimlachte en toen begon hij ineens op me te urineren. Ik begon te huilen want ik merkte dat ik mijn ouders kwijt was geraakt en dat ik alleen was tussen allemaal bezoekers. Later toen ik volwassen was heb ik die man weer gezien. Misschien was het wel een zelfportret. Titiaan als Dionysos. Hij leek er tenminste sprekend op. Het was vast een schilder. Roerloos stond hij, met zijn witte baard agressief naar voren alsof hij ermee wilde gaan schilderen, te kijken naar dat schilderij van Rembrandt van de vrouw in het witte hemd die gaat baden. En ineens was ik die vrouw. Het was zo sterk die personificatie dat ik het water om mijn benen voelde ritselen. Resoluut trok ik mijn hemd tot boven mijn borsten voor hem op, maar ik vergat naar hem te kijken want ik was me er meteen van bewust dat ik een kunstwerk aan het derangeren was. Die plooien krijg je nooit meer zo. Ik heb er wel eens met vriendinnen over gesproken en die bleken vaak dezelfde ervaringen te hebben. Kleine verhaaltjes verzinnen naar aanleiding van een schilderij. Je kunt je afvragen of je zoiets wel mag doen. Is het niet een beetje laag-bij-de-gronds. Kunst is toch zoiets verhevens. Maar het gebeurt gewoon, daar ben ik heel nuchter in. Het zijn trouwens niet alleen schilderijen met een voorstelling die me wat doen. Een bepaald schilderij van Kandinsky windt me verschrikkelijk op. Alsof ik tussen onbestemde lichamen heen en weer dein. Hotsen op een waanzinnig feest met het geluid van voetzoekers. Ik ga nooit met een man naar het museum. Terwijl jij weg wilt dromen beginnen ze verhandelingen te houden over de techniek en wat de schilder wel allemaal bedoeld heeft. Mannen hebben het te hoog in hun bol bij kunst. Ik heb altijd zin om ze belachelijk te maken met die blufferige geheimtaal van ze. Hou op met dat hoogdravende gelul. Ik word nat van dat schilderij. Pornografische prenten of van die geile schemerensceneringen in glossy magazines doen me totaal niets. Het is bespottelijk om te veronderstellen dat je daar iets bij zou kunnen voelen. Pas als het kunst is is het echt. Dan kan ik zo in het schilderij stappen alsof het een droom is die werkelijkheid is geworden. Ik heb zoveel geheime vrienden en vriendinnen. Ik zal de naam van een van hen onthullen. Leonardo da Vinci. Dat zelfportret in krijt. Daar smelt ik bij weg. Nee, ik heb geen museumjaarkaart.

Kunst moet ontdaan zijn van alle erotiek. Ook die erotiek waarvan men pleegt te beweren dat hij het hele leven doortrekt. De evolutie van de geest staat niet toe dat er een verstrengeling ontstaat van het beeldend vermogen en het zuivere denken ondermijnende aandoeningen. De kunstenaar moet als hij aan het werk is een eunuch zijn die amper weet heeft en waarschijnlijk geen weet wil hebben van wat er zich lager dan zijn boordeknoopje in zijn fysieke verschijning afspeelt. In de oudheid castreerden priesters zichzelf om hun heilig ambt zuiver te kunnen vervullen. Dat is een toestand die je ook geestelijk kunt bereiken door uiterste concentratie. Je moet een glasheldere filosofische benadering hebben en een zuiver inzicht in het creatieve proces dat plaatsvindt in je innerlijk en buiten je op het doek. Als je die strevingen op hetzelfde spoor weet te brengen bereik je het hoge doel. Wat heeft het in godsnaam voor zin zoals Manzoni deed om een conservenblik met Merde d'Artiste erop gedrukt op een piëdestal te zetten. Dat is de zoveelste nachtspiegel toevoegen aan de biljoenen die we dagelijks tot de rand toe gevuld met excrementen in dit sinistere tranendal storten. Je zou je een kubus van licht kunnen voorstellen waarbij staat L'esprit de l'artiste. In diepste essentie moet het streven van de kunstenaar zijn om in licht op te gaan.

Dank zij de natuurwetenschap weten we dat ons heelal eens in een lichtflits zal verdwijnen. Dat is ons laatste oordeel. Zoals onze voorouders met hun kinderlijk geloof verwachtten dat ze op de laatste dag uit de aarde en de zee op zouden stijgen ten hemel en dat in schilderijen en beeldhouwwerken zo consequent mogelijk uitbeeldden, zo moeten wij ook in ons werk met dezelfde serene piëteit getuigenis afleggen van onze heilsverwachting. Het is verfoeilijk en in hoge mate absurd om koebeesten of ontklede dames en heren te gaan afbeelden als je je ervan bewust bent dat er zich boven je hoofd een duizelingwekkend pandemonium van oerexplosies bevindt.

Beeldende kunst en erotiek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. "Alle Lust will Ewigkeit, will tiefe tiefe Ewigkeit', zoals Nietzsche terecht beweerde. En die eeuwigheid van de lust kun je slechts bereiken als je het vorm geeft. Wie ziet niet aan de klonterige Venus van Willendorf dat de makers in duistere spelonken tussen bloederige vellen van holenberen en mammoeten op de gulzige tast de liefde bedreven in bestiale bronst. De opgepompte vormen van het liederlijke knolgewas lijken uit gestolde liefdessappen te zijn gekneed. De beschaafde mens kan terecht huiveren bij zo'n duistere afstamming van de verfijnde bevredigingsglimlach op het gelaat van de Mona Lisa. En begin me niet over de zogenaamde aan de aardse erotiek ontstegen religieuze kunst uit de middeleeuwen. Wie de engel ziet van het noordportaal van de kathedraal van Reims moet al heel erg pril en onervaren zijn wil hij niet beseffen waar die gelukzalige glimlach vandaan komt die over zijn gezicht speelt. Al zal het de heilige geest wel weer zijn geweest die hem een vrome beurt gegeven heeft. De Kruisafneming van Rogier van der Weyden zou volgens de overlevering tintelen van zuiverheid en religieuze overgave. En wat zien we? Een orgie van verstilde perversiteit, een tableau vivant der verschrikking. Een onder brokaat en kunstig geplooid fijn lijnwaad verborgen relict van voorhomerische godenmoord. Bezwijmende vrouwen en goedgetafelde prelaten die een god te grazen nemen. En je weet dat het niet lang meer kan duren of hij wordt met huid en haar verslonden, die man van smarten, al is het dan in de vorm van brood en wijn, omdat dat iets langer houdbaar is dan vlees en bloed. En kijk eens naar De Tuin der Lusten van Hieronymus Bosch. Die man wist echt waar Abraham zijn zaad haalde om Izaäk te verwekken. Bestudeer het gezicht eens goed van de naakte man die met omhooggeheven achterwerk een boeket bloemen in zijn aars ingeplant krijgt van zijn vriend. Gefeliciteerd. Je bent maar één dag per jaar jarig. En even verderop loopt over het paneel een man voorovergebogen te sjouwen met een aardbei zo groot als het scrotum van een nijlpaard om er een in het gras zittend ontkleed wezentje mee te bevruchten. Ik heb een vriendin die het geen vijf minuten uithoudt voor een schilderij van Bosch. Ze zegt, het is net of ik door al die viezige gesnavelde wezens continu in mijn clitoris gepikt wordt. Maar ik ben er niet bij weg te slaan. Nog nooit heeft iemand zo trefzeker de razende erotiek verbeeld die ons droomleven doorwoelt.

Vooral als je van pastorale taferelen houdt is er geen enkel probleem. Waarom zou je gaan theoretiseren over iets dat zich zo vanzelf ontplooit. Bij Corot maken zelfs de bomen een zwoele heupzwaai. Watteau en Fragonard, het is een en al sensuele lieflijkheid. Een beetje schommelen met gilletjes om de maagkriebels, wat gitaarspelen, koket zijn en wuft wezen. De schilder doet de rest. Boucher met die gezellige mokkels. Zo'n vleesrijk naakt op haar buik. Dan denk je toch, zo, lig jij lekker met je kont omhoog. Daar zal ik eens even zachtjes mijn tanden in zetten. Je gaat je toch niet afvragen of een schilderij dat zo'n lijfelijke reactie bij je opwekt wel zuivere kunst is. De Japanse schrijver Mishima kreeg een orgasme toen hij naar een reproduktie keek van de Sint Sebastiaan van Guido Reni. Bepaalde plekken van het lichaam die gevoelig zouden zijn voor erotische prikkels noemt men erogene zones. Een armoedige beperking. De hele wereld is één erogene zone, nee, het hele universum. Het zijn net deinende klompen kikkerdril, al die van helium zwangere melkwegstelsels.

En als die spiralen en nevels even een paar miljoen lichtjaren te dicht bij elkaar komen spat de hele oneindigheid uit elkaar als een zeepbel. Erotiek beheerst volgens mij dus niet alleen de kunst maar het hele leven. Van het afwasborsteltje tot mijn tennisracket. Je kunt nog geen kaars opsteken zonder dat het een erotische impact heeft. Kijk maar eens in het schemer van de kerken hoeveel vlammende stearineliefde er voor de maagd Maria wordt opgericht. En wat te denken van de vrijende liefdeskoppels in de plantenrijke berm van verscheidene etsen van Rembrandt. In nauw tien stoten allebei klaar. Zo gaat dat als je de geur van klaverhoning insnuift en je weet je bespied door de scherpste ogen van de Republiek. Als je voor Le déjeuner sur l'herbe van Manet staat, en je ziet op een bank ervoor zo'n mooie jonge vrouw ongedwongen tussen wat mannen bijna in aanbidding naar dat schilderij zitten kijken, dan denk je toch, menslief, kleed je uit en laat ook je hebben en houden zien. De museumdirecteur kan het je moeilijk verbieden, die loopt er zelf mee te koop. Misschien offreert hij je wel heel elegant een corbeille de cerises.

De ellende is eigenlijk begonnen met het christendom. Toen zijn we de puurheid kwijtgeraakt. Toen werd lijden ineens achterbaks lekker en moest de erotische drift verborgen blijven onder het glazuur der heiligheid, die al gauw tot schijnheiligheid zou verworden. De vrijheid van denken werd ingekapseld in een nimbus van goud, het lichaam verborgen achter klederen van mozaïek, als een maliënkolder der kuisheid. Van de Dionysos van het oostelijk fronton van het Parthenon naar de Christus in de Hagia Sophia is van vrijheid naar zalving. Hier verschijnt niet de zoon van God voor ons maar een weke welzijnswerker die de nooddruftigen aankijkt met een blik alsof hij een eeuwigdurende bijstandsuitkering in het koninkrijk der hemelen voor ze op zak heeft. Waar zijn de glorieuze tijden van de oud-egyptische ithyfallische god Min, die zijn erectie zo natuurlijk met zich mee droeg dat het niemand zou zijn opgevallen als de farao er even zijn kroon aan had opgehangen. Verwoestend zijn ze te werk gegaan, de gefrustreerde religieuze scherpslijpers. Met mokers en beitels hebben ze vernietigend uitgehaald naar de edele delen van de klassieke beeldhouwkunst. Maar het heeft averechts gewerkt. Want wie denkt er niet als hij een Griekse held van zijn pronkstuk ontdaan ziet, "Iets te scherpe tandjes gehad bij de fellatio.' In de renaissance hebben de kunstenaars het verloren terrein weer enigszins onder de kazuifel vandaan terug kunnen winnen. Al moesten de primaire sekse-kenmerken, zoals bij De geboorte van Venus van Sandro Botticelli, vooralsnog verborgen blijven onder wat Raymond Chandler in The Big Sleep "some very long and convenient hair' noemt. Nog geen twee decennia later verschijnen de eerste geslachtsdelen weer in beeld. Bij Piero di Cosimo op het paneel De ontdekking van de Honing. Maar kenmerkend is, dat die ontblote mannelijkheid of vrouwelijkheid alleen gezien mag worden bij schepselen die we niet zo serieus hoeven te nemen als redelijk denkende wezens omdat ze wulps en schaamteloos op bokkepoten rondlopen. Bij de wezens zonder hoeven en met minder harige onderdanen verduistert toch altijd weer een zeer "convenient' stukje draperie de blik. Het lijden wordt ook wereldser en theatraler. Bij De Heilige Sebastiaan van Andrea Mantegna zijn de pijlen zo artistiek geplaatst - lekker schijnt maar een pijlpunt diep te zijn - en stroomt het bloed in dunne rode lintjes zo esthetisch verantwoord over de gave huid dat het bijna een consumptief karakter krijgt zodat je verwacht dat de heilige in spe ieder moment kan vragen, "Doe mij nóg maar een pijl.'

Als je slechts van het werk van Paul Cézanne en van De Stijl houdt ga je geen discussie aan over erotiek in de beeldende kunst. Je bent van de hele ballast van beschaduwde buiken, glimlichten in ogen, even een mottenzak van een opgezet beest voor een paar bekliederde paneeltjes zetten en je lekker anaal vitaal uitleven op het doek bevrijd. Niet dat erotiek geen rol speelt in het werk van Mondriaan, Van der Leck en Van Doesburg. Maar op een filosofische en esthetisch verantwoorde manier. Ik heb wel een honderdtal vrouwen gedegen aan de tand gevoeld over wat zij waarnamen tijdens de coïtus en het orgasme. Bijna zonder uitzondering zagen zij geometrische figuren die voorbij flitsten of uit het onbestemde opdoemden. En altijd in primaire kleuren of zwart-wit. Veel vrouwen komen dus klaar bij wat men wel de kosmische rechthoeken van De Stijl heeft genoemd. Mannen schijnen een veel meer literaire invalshoek te hebben bij hun liefdesverrichtingen. In tegenstelling tot vrouwen houden mannen dan ook meestal hun ogen geopend tijdens de paring. Zeker om te kijken hoeveel Mondriaans de geliefde in één ligging kan verwerken. Met enige overdrijving kan men wel stellen dat als vrouwen in de voorgaande eeuw in groter getale deelgenomen hadden aan het beoefenen van de schilderkunst, we waarschijnlijk al voor het fin de siècle een Pieternel Mondriaan hadden kunnen verwelkomen.

Er wordt wel beweerd dat het christendom de erotiek in de beeldende kunst min of meer om zeep heeft geholpen, maar dat is slechts ten dele waar. Het heeft de driften behoorlijk onderdrukt, maar we hebben er wel wat voor in de plaats gekregen. Perversiteit. En dat is nog niet zo'n slechte ruil. Want wat valt er voor je verborgen duistere verlangens nou te beleven aan De Jongeling van Kritios. Een schitterend beeld, mooi en ongedwongen, maar daar blijft het bij. Als je geluk hebt kan je dat in de sauna ook savoureren. Bekijk je echter De Madonna met de Lange Hals van Parmigianino in het Uffizi in Florence, dan word je onder de dekmantel van vroomheid rücksichtlos geconfronteerd met een onvervalste pedofielenclub. Met wellust houdt de Madonna het naakte christuskind op haar schoot terwijl ze verzadigd glimlacht. Waardoor het kind zo laveloos komt laat zich wel raden, want het is een ferme knaap die de borst al verscheidene jaren ontgroeid moet zijn. De kinderen achter haar schijnen zich te verdringen om ook een poosje op haar schoot vertroeteld te mogen worden. En bij De Extase van Sint Franciscus van Giovanni Bellini is de heilige in zijn geheel zo stijf geworden van geestvervoering dat hij als een fallussymbool oprijst tegen de rotsblokken. En heeft ooit een vrouw in de beeldhouwkunst zich zo volkomen overgegeven dat je het kreunen meent te horen tijdens die hemelvaart op een wolk van marmer als Sainte-Theresa in de Cornaro-kapel te Rome. Hoe heeft dit onthullende stuk plastiek de goedkeuring kunnen wegdragen van prelaten die zelfs de aarde geen toestemming gaven om rond de zon te draaien. Ze moeten betoverd zijn geweest door een kunstwerk dat onder het mom van vroomheid en heiligheid hun diepste verlangens blootlegde.

Je bent een gelukkig mens als je niet zo streng in de leer behoeft te zijn dat je het ene moet verketteren om het andere te bewonderen. Als je het zwarte suprematistische vierkant van Malewitsj niet in de duisternis terug hoeft te stoten voor De Hofdames van Velázquez, als Le Déjeuner des Canotiers van Renoir in je herinnering blijft stralen terwijl je verzonken bent in Victory Boogie-Woogie van Mondriaan, wanneer je de vruchten op de stillevens van Chardin niet hoeft te laten rotten voor een uitspatting met Kandinsky, als je je zonder slecht geweten van het Stedelijk Museum naar het Rijksmuseum begeeft. Want wat je drijft is je honger naar de wonderen der kunst. De erotiek is al in de verf en de steen aanwezig.

    • Jan Wolkers